Logo koudekerke.info
voor 600 | 600-1200 | 1200-1650 | 1650-1800 | 1800-1850 | 1850-1900 | 1900-1940 | 1940-1944 | 1944-heden
algemeen
ontwikkeling dorp
onderwijs
boerderijen
wijk 't zand
buurtschap 't Zand 1800-1850
fragment kadastraal minuutplan nabij 't Zand (Koudekerke)
1. FRAGMENT KADASTRAAL MINUUTPLAN, SECTIE D, 1811-1832
't Zand groeide in de periode 1800-1850 gestaag verder en werd vooral een buurtschap waar zich vooral landbouwers, uit Koudekerke vestigden. Zij zochten de nabijheid van Middelburg op om hier van hun oude dag te genieten. In 1844 had 't Zand zo'n 64 inwoners. Aan de Buitensingel (thans Langevielesingel) lagen enkele kleine buitenplaatsen, ook wel speelhoven genoemd. Dit waren 'Even Buiten', gelegen nabij het 'Vuile Bresje', 'Overwater', gelegen nabij buitenplaats 'De Griffioen' en de 'Chineesche Tuin'. Verder lag aan dezelfde singel de hofstede 'Poelendale' .

De uitvalswegen rond Middelburg vormden een ideale vestigingsplaats voor herbergen. Dit was ook het geval bij het buurtschap 't Zand. Bij de beschrijving van de periode 1800-1850 werd herberg 'Het Groenewout' al genoemd. In de periode 1800-1850 bleef deze herberg welliswaar bestaan maar veranderde de naam in 'Het Nieuwe Groenewoud'. Tenminste drie andere herbergen kregen in deze periode voet aan de grond in het buurtschap. Zo ontstonden aan de Langevielesingel de herberg 'Het Rozendaal' welke later onder de naam 'Het Burgerhout' en herberg de 'Chineesche Tuin'. Op de hoek van de Langevielesingel en de (Oude) Koudekerkseweg ontstond herberg 'De Bremerton' . Deze laatste herberg werd later omgedoopt tot koffiehuis 'Pax Intrantibus'. De verandering van naam viel meestal samen met een verandering van eigenaar. Van de herbergen 'Den Trouw', 'De Boerendans' en 'Zorgvliet of het 'Vlissings Schuttershof', wordt vermoed dat zij eveneens op 't Zand gelegen waren. De exacte locatie van deze herbergen is echter nog niet vastgesteld, het kan zelfs zijn dat de locatie een van deze herbergen overeenkomt met de hiervoor genoemde herbergen.
 

Herberg 'Het Groenewout' werd 'Het Nieuwe Groenewoud" en later "Kasper Larifari"
 
Herberg 'Het Groenewout' is reeds voor 1783 ontstaan en was vanaf 15 mei 1802 eigendom van James Turing en zijn zoon. Omstreeks 1828 moet de herberg omgedoopt zijn tot 'Het Nieuwe Groenewoud'. Dit blijkt uit een advertentie in de Middelburgsche Courant van 1 april 1828. Daarin maakte F.H. Tavenier bekend dat hij zijn herberg genaamd 'Het Nieuwe Groenewoud' op "den Vlissingschen Rijweg" heeft geopend. Of hij lang eigenaar bleef of hierna zijn bedrijf verpachtte is nog niet duidelijk. Op 23 augustus 1828, verscheen de naam van de herberg opnieuw in een advertentie, waarbij de naam van Jacobus de Klerk werd genoemd. Mogelijk was hij de uitbater van het café. In deze advertentie werd aangekondigd dat de verjaardag van de koning zou worden gevierd met oude volksspelen. Bij dit volksvermaak (de kat uit de ton Knuppelen) werd door de spelers, van een zekere afstand, met voorwerpen geworpen naar een in een tonnetje of vaatje opgesloten kat. Dit tonnetje was aan een lijn tussen twee bomen of staken gespannen. De winnaar was de speler die er in slaagde de ton stuk te knuppelen, zodat de van angst razend geworden kat, kon ontsnappen.   herberg het groenewoud aan de Vlissingsche straatweg te Koudekerke in 1823
    2. HET NIEUWE GROENEWOUD MINUUTPLAN D1
Uit de aanwijzende tafels behorend bij het kadastrale minuutplan (1823-1931) blijkt dat deze herberg aan de Vlissingseweg ook nog eigendom moet zijn geweest van ene Cornelis Roose die hier woonde met zijn vrouw Maria Ingels. Dit zal tussen 1828 en 1830 zijn geweest want op op 6 mei 1830 verscheen een aankondiging van een openbare verkoping van de herberg genaamd 'Het Nieuwe Groenewoud' waarbij Cornelis Roose als eigenaar werd aangeduid:

"Op Woensdag den 19 Mei 1830, des avonds ten acht uren, in het Logement 'het Hotel van Domburg', op de groote Markt binnen deze Stad Middelburg, zal, ten overstaan van den Notaris Mr. Alexander François Siffié en getuigen, openbaar aan den meestbiedende te koop worden aangeboden, de UITSPANNING, genaamd 'het Nieuwe Groenewoud', met den daaraan behoorenden TUIN, staande en gelegen aan den Vlissingschen Rijweg, onder de gemeente van Koudekerke, en zulks na twee voorafgaande Kijkdagen, Dinsdag en Woensdag den 18 en 19 Mei, telkens van des morgens ten negen tot des avonds ten acht uren. Inmiddels is voorschrevene Uitspanning met den Tuin uit den hand te koop, ten Kantore van gemelden Notaris, die daarover handelen zal met den Eigenaar Cornelis Roose. De Grondlasten over 1829 zijn f. 1,46 en de Water- en Dijkpenningen 42 Centen."

Uit het archief van het Provinciaal Bestuur van Zeeland (1813-1850) blijkt dat in de zomer van 1930 van Maria Ingelse een verzoek bij de burgemeester van Koudekerke was ingediend. Zij werd hierbij aangeduid als tapster en herbergierster onder Koudekerke van het nieuwe 'Groene woud'. De burgemeester van Koudekerke wees dat verzoek, voor het na kerktijd ordentelijk muziek te gehore te mogen brengen, dat zij deed ter verbetering van haar bestaan, van de hand om reden van de Zondagsrust. Haar klachten konden niet in gunstige overweging genomen worden. Zij deed een beroep op de Gouverneur. Haar verzoek werd toegestaan, mits het op betamelijke wijze zou worden uitgevoerd.

Of Cornelis Roose en zijn vrouw Maria de herberg hierna nog lang voortgezet hebben is onwaarschijnlijk want op 12 mei 1833 werd aan de Vlissingschen Rijweg de opvolger van deze herberg geopend. De nieuwe eigenaar J.J. Beynink, zelf een begenadigd toneelspeler, opende toen de uitspanning met de naam 'Kasper Larifari', waarschijnlijk vernoemd naar de Duitse marionet Kasper Larifari, een equivalent van onze Jan Klaassen. De laatst bekend vermelding is van 29 maart 1834 toen een 'groote harmonie' werd aangekondigd. Hoe lang de uitspanning hierna nog onder deze naam bestond is niet duidelijk.
 

Herberg 'Het Rozendaal' werd 'Het Burgerhout'
 
Vrijwel recht tegenover de Langevielebuitenbrug, in het zogenaamde Schroeblok lag de herberg genaamd 'Het Rozendaal' welke mogelijk is ontstaan uit het voormalige buitenplaatsje 'Rosenburg' . De herberg lag op Koudekerks grondgebied aan de Middelburgse bolwerken en werd ontsloten door de Buitensingel die tot Middelburg behoorde en in 1872 de straatnaam Vlissingsesingel kreeg toegekend. De vroegste vermelding van een herberg op deze plek is die in een stadsresolutie van de Gemeente Vlissingen: "Gerrit van Giessen gepermitteert op `t Zand te tappen, dit is de herberg Rosendaal op Cingel van Middelburg op `t Zand onder Coudekerke vlak over de Langevijle poort, 28-07-1787".(1) De naam van de herberg op deze plek komen we hierna pas weer tegen als op 30 april 1818 een 'groot assaut d'armes' ofwel een schermgevecht, in de herberg 'het Rozendaal' wordt georganiseerd. Blijkbaar was het een succes want hierna volgen meerdere schermgevechten en werd zelfs entree gevraagd. De herberg komen we op 16 en 23 november 1819 opnieuw tegen als ene C.L. Mulder een meid als huidhoudster zoekt op 'het Rozendaal'.   herberg het rozendaal te Koudekerke in 1823
    3. (HET) ROZENDAAL OP MINUUTPLAN D1
Op 15 juni 1820 werd in de Middelburgsche Courant de publieke verkoop van de herberg op 20 juni 1820 aangekondigd. Op 22 augustus 1820 volgde een tweede poging de herberg te verkopen, toen werd deze 'terstond uit den hand' te koop aangeboden waarbij informatie kon worden bevraagd bij timmerman Bos uit de St. Jansstraat te Middelburg. Mulder bleef toch op 'het Rozendaal' actief want op 28 september 1820 bleek hij er nog herbergier te zijn toen er een openbare verkoping van meubelen werd georganiseerd. Op 18 januari 1821 is de herberg dan toch van eigenaar verwisseld als Hendrik Warnas een advertentie plaatst in de Middelburgsche Courant waarin hij zijn 'begunstigers' er op attent maakt dat hij dan woonachtig is in 'het Rozendaal' buiten de Langevillepoort in de gemeente Koudekerke. Hij biedt daar allerlei soorte dranken te koop aan, 'in het groot en klein en tegen civiele prijzen', aan voornamelijk buitenlieden. C.L. Mulder opende hierna een herberg in de naburige 'Chineesche Tuin'.

Jan Roose, deed in De Wete (1978) verslag van zijn onderzoek naar herbergier Hendrik Warnas welke de herberg 'Het Roosendaal' uitbaatte met zijn vrouw Diederika Andriesina Koolhaas.(2) Hendrik was op 16 april 1774 geboren te Maastricht en trouwde op 26 maart 1809 te Middelburg. Uit een akte blijkt dat hij in 1812 gevangenbewaarder en in 1813 conciërge in Middelburg was. Hij woonde daar op de Kousteensedijk te Middelburg (Wijk P nr 2). Tenslotte stond hij in 1816 zelf als gedetineerde in de Strafinrichting te Middelburg ingeschreven.(3) Of hij daadwerkelijk ooit op 't Zand woonde moet betwijfeld worden, hij schreef zich daar namelijk nooit officieel in, terwijl bij latere vermeldingen in bevolkingsregisters consequent Middelburg werd vermeld.

Hendrik Warnas probeerde extra klanten te trekken door danspartijen en verlotingen te organiseren. 't Zand was in die tijd op zondagen bij jongeren populair, vooral onder die van Souburg en Koudekerke. Zodoende kwam hij op het idee om deze jongelui met tuinmuziek een bezoek aan zijn herberg te ontlokken. Het vervelende was alleen dat koning Willem I in 1815 juist het maken van muziek op zondagen had verboden. Hierbij was wel bepaald dat een gemeentebestuur uitzonderingen mocht maken. Dat laatste was het gemeentebestuur van Koudekerke niet van plan, aangezien de jeugd van Koudekerke en Souburg elkaar meer dan eens opzocht voor een fikse vechtpartij.

Toen op een eerste Pinksterdag in de naburige herberg'Chineesche Tuin', van zijn concurrent Mulder wel muziek gemaakt werd, zij het illegaal, kon Hendrik Warnas zijn boosheid niet meer onderdrukken. Hij heeft op 10 juni 1821 een korte brief aan burgemeester De Ruijter geschreven waarin hij om toestemming vroeg voor het maken van muziek op zondagen. De burgemeester die zeker in die tijd nog ver boven het volk stond, was duidelijk niet gecharmeerd van de in zijn ogen brutale brief waarin Hendrik eigenlijk een soort ultimatum stelde. De brief werd dan ook voor de ogen van Hendrik verscheurd. Er volgden nog vier brieven, welke allen onbeantwoord bleven. De laatste brief was een ware smeekbede gericht aan de burgemeester welke door hem kort werd beantwoord met een vluchtige krabbel in de marge: Weigeren!(2)

Hendrik Warnas zal niet lang hierna zijn herberg hebben verkocht aan bottelier Pieter Walef (1773-1832) want op 15 september 1821 komen we een advertentie tegen waarin de herberg genaamd Rozendaal met fraaie tuin en nieuw biljart te koop werd aangeboden. Pieter Walef zal ergens na 30 november 1822 de naam van de herberg hebben veranderd in 'Het Burgerhout', want op die datum werd nog geadverteerd onder de oude naam 'Het Rozendaal'. Op 4 augustus 1827 werd een tentoonstelling van kunst aangekondigd die ten huize van P. Walef, in 'Het Burgerhout', buiten de Langevielepoort zou plaatsvinden. In 1828 duiken in kranten nog enkele andere aankondigingen op van muziekuitvoeringen en enkele volksspelen in dit café. Op 18 januari 1829 wordt in de Middelburgsche Courant tenslotte de verkoop van de herberg aangekondigd:

"Men zal op Woensdag den 28 januarij 1829, des avonds Acht uren, in het Hotel het Huis van Domburg, staande en gelegen op de groote Markt te Middelburg, ten overstaan van den Notaris Mr. Adriaan van der Graft en getuigen, en in tegenwoordigheid van den Heer Vrederegter van het Kanton Middelburg, publiek en met den stokke aan den meestbiedende presenteren te verkoopen: een HUIS en ERVE, zijnde eene Herberg, genaamd Burgerhout, te voren genaamd geweest Rozendaal, staande en gelegen over de Langeville Poort der Stad Middelburg, onder de Gemeente van Koudekerke, Wijk C. Numero 27, met de Nombre van 6 Roeden 67 Ellen Haaiman LAND. In welke Herberg de Tappers-Affaire met goed succes wordt geexerceerd. De grondlasten bedragen f 6,23 en de Water- en Dijkpenningen f 0,18. Samen f 6,41. Iemand eenige nadere onderrigtingen begeerende, adressere zich ten kantore van gemelden Notaris, in de Pijpstraat te Middelburg, alwaar de memorie van lasten, acht dagen te voren, voor een ieder zal te lezen zijn."

Nieuwe eigenaar van de herberg 'Het Burgerhout' werd Willem Rosier. Hij wordt volgens de aanwijzende tafels bij het minuutplan (1832) ook aangemerkt als herbergier en eigenaar van dit pand en de bijbehorende 'tuin van vermaak (5 roeden en 50 ellen groot).(4) Hij was getrouwd met Johanna Catharina Zeeradt en opende zijn 'Huis', genaamd 'Het Burgerhout', op 25 december 1829. Hierna duikt de naam van de herberg tussen 1831 en 1859 regelmatig op in advertenties. Willem Rosier overleed echter op 12 december 1841 waarbij als beroep herbergier werd vermeld.(7)

In 1842 werden de herberg en tuin van vermaak verkocht aan particulier en herbergier Levinus Isaac de Kraker (1809-1868) uit Nieuw- en Sint Joosland.(4) Levinus was gehuwd met Janna de Hamer.(7) Uit de periode dat hij eigenaar was stamt een mooi verhaal van de melding van een omvangrijke diefstal uit de herberg op 16 april 1849, waarbij voor een bedrag van f 3.600,- aan goud en papieren werd ontvreemd van een Antwerpse koopman. Acht jaar later werd zo'n 1900 gulden aan waardepapieren teruggevonden door Pieter Adriaanse en Jozias de Rijke toen zij een nabijgelegen sloot uitbaggerden. Een groot deel van de buit had dus al die jaren onaangeroerd in de sloot gelegen! Zelfs in die tijd was dit een enorm bedrag.

Levinus de Kraker liet in 1850 een kolfbaan aanleggen.(4) Kolven was in die tijd een sociaal spel wat vaak in herbergen en sociëteiten werd gespeeld. Men moest hierbij de bal met een kliek (slaghout) tegen een paal slaan en zo punten scoren. In de late middeleeuwen waren dergelijk banen nog vaak in de open lucht gelegen. Vermoedelijk was bij 'Het Burgerhout' sprake van een overdekte baan, ook vanwege de vermelding ervan in de perceelsgewijze leggers. Of de kolfbaan een succes werd is niet bekend want niet lang erna, in 1852, werd het geheel verkocht aan ene Joannes Root, particulier te Koudekerke.(4) Levinus keerde hierna terug naar Nieuw- en Sint Joosland en werkte daar tot zijn overlijden als arbeider en dagloner.(7)

Waarschijnlijk bedreef Joannes 'Het Burgerhout' niet zelf maar had hij iemand die deze voor hem uibaattte. Vermoedelijk was dit ene G. Janssen. Hij kondigde op 24 juni 1854 in de Middelburgsche Courant de zondagsopening van de kolfbaan bij de uitspanningen 'Het Burgerhout' aan en werd in 1859 genoemd als contactpersoon in 't Burgerhout bij de verkoop van een pakhuis en slachthuis op 't Zand. In mei 1863 blijkt hij dit koffiehuis te bewonen als dit te huur wordt aangeboden in de Middelburgsche Courant van 26 februari 1863. Uit de advertentie blijkt dat het koffiehuis dan bestaat uit een biljart, kolfbaan en boogschutterij met doelen, bogen en pijlen en verder de bij een koffiehuis behorende inventaris. Dit is evenwel de laatste vermelding in kranten die bekend is van een café, koffiehuis of herberg onder de naam 'Het Burgerhout'.

In 1864 werd de 'gedeeltelijke slooping' uit 1863 in de perceelsgewijze kadastrale leggers vermeld, waarna nog slechts sprake was van een 'huis en tuin'. De kolfbaan en de tuin van vermaak worden hierna niet meer vermeld waardoor mag worden aangenomen dat deze onder de 'gedeeltelijke slooping' vielen. In 1864 werden het huis en de tuin verkocht aan landbouwer Levinus Boon uit Koudekerke en zal het pand op adres C57 als woonhuis in gebruik zijn genomen.(4)
 

Herberg 'De Bremerton'
 
De naam 'De Bremerton' verschijnt voor het eerst in 1771, al blijkt daaruit niet of deze dan als herberg in gebruik is. In het eerste deel van de negentiende eeuw blijkt hier wel sprake van te zijn. Zo werd op vrijdag 22 maart 1816 in herberg 'De Bremer Ton' door notaris J. Loeff de hofstede 'Molenzigt' verkocht. Op 21 november 1820 werden de 'hypotheek- en verbandbrieven' van Jan Lagter, groot f 2100,- van zijn huis en erf, genaamd 'De Bremerton' op het Zand verkocht. Zijn naam en die van de herberg kunnen verder met elkaar in verband gebracht worden door aankondigingen van openbare verkopingen van panden op 't Zand. Zo worden de herberg en de uitbater Jan Lagter (tapper) en Jan Janse Maas, de laatste was herbergier in herberg 'De Hoop' te Koudekerke, genoemd bij een openbare verkoping in 1827 van de hofstede 'Poelendale', die eveneens bij 't Zand was gelegen.
 
Ook in de aanwijzende tafels (1832) komen we de naam van tapper Jan Lagter tegen als eigenaar van het pand (kadastraal nr D96). Deze bevond zich op de hoek van de Langevielesingel en (Oude) Koudekerkseweg. Jan Lagter was oorspronkelijk afkomstig uit Amsterdam en zijn vader Pieter was eveneens herbergier. Jan staat vanaf 1815 in Koudekerke ingeschreven. Hier krijgt hij met zijn vrouw Jacoba Johanna van der Wallen een zoon en dochter. Kort hierop overleed zijn vrouw, waarna hij op 1 mei 1818 hertrouwde met de uit Middelburg afkomstige Catharina Willemina Coraij. Jan Lagter zal tot vlak voor zijn overlijden in herberg 'De Bremerton' als herbergier hebben gewerkt want hij overleed na een kortstondige ziekte op 50-jarige leeftijd op 2 juli 1833. Zijn tweede vrouw was kort hiervoor ook al overleden waardoor hij vier jonge kinderen naliet. Uit de publieke verkoping die op 19 augustus 1833 volgde op zijn overlijden valt op te maken waar de herberg toen uit bestond. Jan Lagter bleek in het bezit te zijn van een huis en erf met hierbij een klein huisje, zijnde 'eene vermaarde herberg, met overdekte kolfbaan, genaamd 'De Bremer Ton', gelegen in wijk C38 en C39 te Koudekerke. fragment kadastraal minuutplan 't Zand (Koudekerke)
4. KADASTRAAL MINUUTPLAN D (1811-1832)
Notaris Loeff uit Koudekerke leidde ook de verkoping op 23 augustus waarbij ook de nodige tappers-gereedschappen, kruiken, flessen, glazen, twee kolfstokken, kolven en kolfballen, kisten, kassen, tafels, stoelen, koffers, gereedschap, brandhout werden verkocht. Ook spullen uit de huishouding van de familie Lagter werden verkocht, Op 27 augustus werd een partij vrouwen en mannen kleding, linnen, tafelgoed, bedden, dekens, porselein, aardewerk (verlakt, tin, koper en ijzerwerk), tafels, stoelen, een kabinet, een eikenhouten bureau, schilderijen en prenten en een stel biljardballen verkocht. Al met al geeft de opsomming een indruk van hetgeen in een dergelijk huis in die tijd zoal als inboedel te vinden was.

De nieuwe herbergier in 'De Bremerton' werd de uit Koudekerke afkomstige Franciscus Cornelis Lourenszoon Pieters/Peeters. Hij verkocht de herberg in 1842 aan de uit Middelburg afkomstige koopvaardijkapitein Steven Doodenhuize die tot 1851 eigenaar van De Bremerton bleef. Lees verder...

De overige herbergen op 't Zand
 
Van de herberg 'Den Boerendans' is tot op heden minder bekend. Vast staat dat deze zich in het buurtschap 't Zand bevond en dat deze op 6 november 1800 bij een verkoping van eigenaar verandere. Ene Johannes Klaassen koopt de herberg dan voor 250 pond Vlaams. Een tweede vermelding komen we tegen in het lidmatenregister van de Nederduitsch-gereformeerde kerk te Koudekerke als op 11 mei 1804 wordt vermeld dat Albert van Heijnsbergen en zijn vrouw Elizabet Visser op 't Zand wonen in 'Den Boerendans'. Deze herberg zou mogelijk een voorloper kunnen zijn geweest van herberg 'De Bremerton'.

Ook de herbergen 'Den Trouw' en 'Zorgvliet' of 'Het Vlissings Schuttershof' moeten zich ergens op 't Zand hebben bevonden. De herberg 'Den Trouw' genaamd, werd op 19 december 1801 gekocht door J.P. Ermerins voor circa 213 pond Vlaams. In 1765 was aan de rijweg in Koudekerke wel reeds sprake van een huis met de naam 'Den Trouw' dat Jan Alboer op 16 oktober verkocht aan Andries van der Linde voor 300 pond Vlaams. De laatste herberg die we hier noemen is een herberg die in een verkoopakte werd aangeduid als herberg 'Zorgvliet' of 'Het Vlissings Schuttershof', die bij decreet werd verkocht aan ene Andriessen en Zoon voor 376 pond Vlaams.(6)

De verdere ontwikkeling van het buurtschap 't Zand in de periode 1850-1900 is hier te lezen. Lees verder.
 
copyright © 2001-2017 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 19 11 2016

bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb. 1-4: minuutplan D, 1811-1832

geraadpleegde bronnen:
- Roose, J., Een herbergier in verwachting Ao 1821, De Wete, nr 4, p20-24, 1978
- Bob van der Weel
- Zeeuws Archief
- Koninklijke Bibliotheek
- www.zeeuwengezocht.nl
- www.kranten.kb.nl
- www.krantenbankzeeland.nl
- www.watwaswaar.nl

voetnoot 1:
bron: www.middelburgdronk.nl

voetnoot 2:
bron: J. Roose

voetnoot 3:
bron: Zeeuws Archief, Gedetineerden in Zeeuwse gevangenissen 1812-1923

voetnoot 4:
bron: Zeeuws Archief: Perceelsgewijze legger Koudekerke

voetnoot 5:
bron: Middelburgsche Courant, 28-7-1855 en 2-01-1862

voetnoot 6:
bron: Zeeuws Archief, Transporten onroerend goed Walcheren (2) 1757-1805

voetnoot 7:
bron: www.zeeuwengezocht.nl