Logo koudekerke.info
voor 600 | 600-1200 | 1200-1650 | 1650-1800 | 1800-1850 | 1850-1900 | 1900-1940 | 1940-1944 | 1944-heden
algemeen
ontwikkeling dorp
- dorpsplein
- schuttestraat
- brouwerijstraat
- overig

religie
onderwijs
boerderijen
infrastructuur
opkomst toerisme
wijk 't zand
ontwikkeling dorp Koudekerke 1850-1900
fragment Veldminuut van Westkapelle uit 1857
1. FRAGMENT BIJ KOUDEKERKE VAN VELDMINUUT WESTKAPELLE UIT 1857
Op het bovenstaande kaartfragment uit 1857, de zogenaamde 'veldminuut Westkapelle', is de dorpskern van Koudekerke afgebeeld. Vergeleken met de toestand aan het begin van deze eeuw lijkt er nog weinig veranderd te zijn. Toch zou het dorp in de periode 1850-1900 langs de uitvalswegen vanaf het Dorpsplein groeien waardoor de voor deze periode kenmerkende lintbebouwing ontstond. Om de ontwikkeling van het dorp te beschrijven starten we wederom op het Dorpsplein en worden achtereenvolgens de hierop uitkomende straten behandeld.

Noot: Er wordt getracht de meest relevante onderwerpen per straat te ordenen echter is het onmogelijk om een leesbaar verhaal te maken wanneer alle beschikbare foto's hier zouden worden geplaatst. Daarom is bij de beschrijving van deze periode een selectie gemaakt. Om een indruk te krijgen van alle beschikbare foto's van Koudekerke verwijs ik u graag naar het hoofdstuk foto's op deze website. Daar zijn ze per straat te raadplegen en is een korte beschrijving per foto opgenomen.
 

Dorpsplein 1  
 
Op het Dorpsplein van Koudekerke concentreerde zich rond de kerk de meeste bedrijvigheid. Er zijn slechts weinig afbeeldingen uit het begin van deze periode bewaard gebleven waaruit we kunnen opmaken hoe het plein er toen uit moet hebben gezien. Eén ervan staat hieronder afgebeeld, kijkend vanuit de huidige Badhuisstraat:
 
Aquarel van de kerk te Koudekerke omstreeks 1857 door J. Worrel   Links is de bebouwing aan de ingang naar de Brouwerijstraat zichtbaar achter de lindebomen. Rechts daarvan, eveneens achter linden, de bebouwing richting de Tramstraat. De andere zijde van het Dorpsplein wordt door de nog jonge bomen aan het zicht onttrokken. Oorspronkelijk is de kerk, net als veel andere Walcherse dorpen, omringd geweest door een kerkhof. Dit kerkhof was lange tijd met een stenen muurtje afgescheiden van de ommegang, het latere Dorpsplein. Dit muurtje is op deze aquarel van J. Worrel uit 1857 reeds gedeeltelik vervangen door een houten hek. Links van het witte hek is de monumentale waterpomp te zien.
7. AQUAREL KERK KOUDEKERKE UIT 1857 DOOR J. WORREL    
 

Dorpsplein 2  
 
Vroeger was het in Koudekerke heel gewoon, dat de mensen zelf thuis hun brood bakten. Slechts enkele rijke inwoners van het dorp konden het zich permitteren om hun broden door een bakker te laten bakken. Dat de kwaliteit van het brood nogal eens te wensen over liet blijkt uit een bericht in de Zierikzeesche Nieuwsbode op 29 juli 1850. Daarin werd gemeld dat in Koudekerke behoefte bestond aan broodwegers en broodkeurders. Het brood was er namelijk te licht en ook te vaak bedorven. Door de langzaam toenemende welvaart en groter besef van hygiëne verbeterde de kwaliteit van het brood en werd ook het kopen van brood bij een bakker voor een grotere groep bewoners mogelijk. Zo waren er in 1890 ten minste vier broodbakkers in Koudekerke actief. Als men brood bij een bakker kocht deed men dit uiteraard bij een bakker die hetzelfde geloof aanhing. Hervormden kochten hun brood dus bij de hervormde bakker en de gereformeerden bij de gereformeerde bakker.

In 1890 kocht de in Haamstede woonachtige hervormde broodbakker Jacobus Cornelis de Koster (1862-1932), het pand en enkele schuren op de hoek van het Dorpsplein (nu Dorpsplein 2) van landbouwer Pieter Reijnierse die het op zijn beurt in 1881 van landbouwer Jan Reijnierse had overgenomen. Jacobus Cornelis de Koster is er samen met zijn vrouw Jacoba Brouwer gaan wonen. In 1891 werd hun zoon Cornelis Jacobus de Koster geboren en stichtten ze er een bakkerij, die in de jaren hierna enkele malen werd verbouwd en uitgebreid. Lees verder.
 

Dorpsplein 3a en 4  
 
Dorpsplein te Koudekerke   Fragment dorpsplein Koudekerke van kaart C. Bernaerds uit 1641
14. BAKKERIJ EN WOONHUIZEN OP HET DORPSPLEIN IN 1910-1918 (R368)   15. FRAGMENT KAART C. BERNAERDS 1641
Het pand rechts naast de bakkerij van J.C. de Koster, nu gelegen op Dorpsplein 3a en 4, bestond in 1850 nog niet in de vorm zoals het op bovenstaande foto staat afgebeeld. Op deze plek was in 1641 al wel aaneengesloten bebouwing aanwezig, getuige de kaart van Christoffel Bernaerds uit dat jaar. Het is niet met zekerheid te zeggen hoe het oorspronkelijke woonhuis er uit heeft gezien en wanneer het gebouwd is. Uit de kadestrale minuutplannen en de daarop aangegeven bebouwingsvorm kan alleen worden afgeleid dat het vermoedelijk een dwars woonhuis betrof met een omvang van 1 are en 45 centiare, aldus de bijbehorende kadastrale leggers. Voor 1832 werden de wagenmakers Izaak Luteijn uit Koudekerke (1800-1878) en Jacobus Luteijn uit Grijpskerke samen eigenaar van het huis dat zij kochten van de Koudekerkse bouwman Maarten Boeker.

Izaak Luteijn was in 1820 gehuwd met Jacomina Bliek en samen kregen ze een groot gezin. Izaak werkte in de wagenmakerij van zijn vader Adriaan Luteijn (1760-1842) die eveneens aan het Dorpsplein was gevestigd. In 1857 werd hij zelf eigenaar van deze wagenmakerij en verhuisde hij naar het woonhuis bij de wagenmakerij. Zijn zoon Adriaan Luteijn (1821-1871) en zijn vrouw Johanna Coppoolse (1823-1895), werden toen de nieuwe eigenaren van het huis dat werd aangeduid met adres A54 (Dorpsplein 3a en 4). Aanvankelijk werd bij zoon Adriaan Luteijn nog het beroep wagenmaker vermeld waaruit kan worden opgemaakt dat hij zijn vader in de wagenmakerij zal hebben geholpen. Later stonden zowel Adriaan als Johanna te boek als landbouwers. Adriaan overleed op 4 juli 1871 waarna zijn vrouw Johanna, op 50-jarige leeftijd, op 2 mei 1873, hertrouwde met de 26 jaar jongere Adriaan Sanderse. In 1876 werd er bijgebouwd en blijkt dat de (recent gesloopte) schuur aan de Tramstraat op dat moment ook hun eigendom was . Bij de verbouwing werd ook de achterzijde van de woning rechtgetrokken. Na het overlijden van Johanna Coppoolse op 27 februari 1895 werd Adriaan Sanderse eigenaar van het woonhuis aan het Dorpsplein en hetrouwde hij op zijn beurt met Maatje de Keijzer. Hij liet het pand in 1898 herbouwen. Lees verder.
 

Dorpsplein 5  
 
Fragment minuutplan F01 uit 1832 en 1878   Het smalle woonhuisje op adres A53 (Dorpsplein 5) was in 1850 eigendom van Johanna van der Heijden en Pieter Janszoon Maas, die timmermansknecht te Koudekerke was. Pieter was een zoon van herbergier Jan Janse Maas en overleed op 22 januari 1858 waarna het huisje eigendom bleef van zijn vrouw. Hun zoon Willem Maas, die eveneens timmerman te Koudekerke was werd in 1898 eigenaar van het huis maar verkocht het niet lang hierna, in 1901, aan de slager Cornelis Botting die in 1898 ook Dorpsplein 6 aankocht.

Het huisje staat hier links op het kadastrale minuutplan F01 uit 1878 (1923) aangegeven (F1379). Lees verder.
16. DORPSPLEIN 5 OP FRAGMENT MINUUTPLAN F01 KOUDEKERKE 1832 EN 1878    

Dorpsplein 6  
 
Het huis met erf dat op bovenstaande kaart met F1139 werd aangeduid (nu Dorpsplein 6) was sinds 1841 eigendom van landbouwer Pieter de Voogd (1802-1872). Hij was gehuwd met Pieternella Sanderse en samen kregen ze 11 kinderen waarvan hun zoon Cornelis de Voogd in 1873 eigenaar werd van het ouderlijk huis. Hij was net als zijn vader landbouwer en vertrok naar Biggekerke waarna hij het huis in 1876 verkoopt aan de Koudekerkse landman Martinus Verhage (1834-1904). Martinus was gehuwd met Pieternella Adriana Aarnoutse en laat het huis en de bijbehorende schuren met adres A51 en A52 in 1878 herbouwen waarna er sprake is van een huis, erf en nevengebouwen. In 1888 wordt er 'stichting' vermeld in de perceelsgewijze kadastrale leggers wat er op duidt dat het jaar ervoor wederom een wijziging heeft plaatsgevonden. Er worden hierna een huis, schuur en stal met erf vermeld.

Martinus Verhage en Pieternella Adriana Aarnoutse kregen zes kinderen, waarvan de jongste, Maarten Verhage in 1893 trouwde met Johanna Maatje Goedhaard. Kort na de geboorte van hun zoon Martinus Adriaan Verhage in januari 1894 overleed Johanna. Haar vader, Adriaan Goedhaard (1834-1920), werd in 1893 eigenaar van het pand aan het Dorpsplein en liet er in 1897 nog een stal aan toevoegen. In 1898 verkoopt hij zijn bezit en raken de schuren en het woonhuis van elkaar gescheiden. De schuren, stallen en het erf worden eigendom van landbouwer Johannes Davidse uit Middelburg. Het woonhuis en bijbehorend schuurtje komen bij diezelfde verkoping in handen van de Koudekerkse slager Cornelis Botting (1849-1920). Lees verder.
 

Dorpsplein 7  
zie ook: 1900-1940
 
Het pand op Dorpsplein 7 is vrijwel de gehele negentiende eeuw eigendom geweest van de kleermakersfamilie Roose. De uit Grijpskerke afkomstige Willem Gideonszoon Roose (1774-1846) werd in 1807 met belijdenis aangenomen in de Nederduitsch-gereformeerde kerk te Koudekerke. Aangenomen wordt dat hij zich vanaf dat moment als kleermaker vestigde in dit pand op het Dorpsplein. In 1811 werd er als beroep 'tailleur' vermeld en blijkt zijn vrouw Janna Janse van Sluijs naaister te zijn. Een aantal van hun kinderen was reeds voor de verhuizing van Grijpskerke naar Koudekerke geboren. Kort na de geboorte van hun tweede kind in Koudekerke overleed Janna op 37-jarige leeftijd op 4 januari 1816. Nog datzelfde jaar, op 25 oktober 1816, hertrouwde kleermaker Willem Gideonszoon Roose met de weduwe Jasparijna Maartense Willemse. Dit huwelijk bleef kinderloos. Uit huwelijksakten en overlijdensakten valt op te maken dat de meeste zonen als kleermakersknecht bij hun vader hebben gewerkt. Cornelis Roose, vormde hierop een uitzondering. Hij werd herbergier in herberg 'De Hoop' aan de andere zijde van het Dorpsplein.   Dorpsplein te Koudekerke
    17. DORPSPLEIN 6 EN 7 TE KOUDEKERKE (R447)
Uit de akten valt ook op te maken dat Willem Gideonszoon Roose tot zijn overlijden als kleermaker heeft gewerkt. Zijn zoon Willem Roose (1810-1873), die eerst als kleermakersknecht bij zijn vader had gewerkt, werd na diens overlijden in 1846 eigenaar van het pand en heeft de kleermakerij voortgezet.

Willem Roose was op 18 januari 1839 met Johanna Lodewijk getrouwd. Uit dit huwelijk kwamen 9 kinderen voort waarvan ook een aantal kleermakersknecht en later kleermaker werden. Na Willems overlijden in 1873 laat Johanna het pand in 1876 herbouwen en opsplitsen in drie afzonderlijke huizen. In 1894 overleed zij te Koudekerke waarna haar zoon Gideon Abraham Roose (1855-1917) eigenaar van de drie huizen en het bijbehorende erf werd. Ook hij was kleermaker en is in 1883 getrouwd met Pieternella de Wijze. Vijf dagen na de geboorte van hun enige zoon Willem Johannis Roose, overleed Pieternella op Eerste kerstdag 1883 op 27-jarige leeftijd. Gideon hertrouwde in 1888 met de Koudekerkse Johanna Bimmel. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Gideon Abraham Roose (op de foto in het midden met platte pet) liet de drie huizen in 1896 weer samenvoegen waarna er sprake was van één huis, stal en erf met een gezamenlijk oppervlak van 2 are en 76 centiare. In 1898 werd de stal vervangen door een bergplaats en werd tevens een klein gedeelte van de tuin verkocht. Lees verder.
 

Dorpsplein 8 en Kerkstraat 1a (Dorpsplein 9)  
 
Twee mogelijk achttiende eeuwse huisjes stonden vroeger daar waar nu de panden Dorpsplein 8 en Kerkstraat 1a zich bevinden. Ze waren tegen elkaar aangebouwd met een smal steegje naast Dorpsplein 7. Na de boedelscheiding van bouwman Aarnout Aarnoutse, werden ze in 1841 beiden eigendom van winkelier Janis Aarnoutse. In 1855 blijkt Adriana Pieterse Aarnoutse, 'huisvrouw' van landman Martinus Verhage, na succesie de nieuwe eigenaresse te zijn. Zij verkocht de huisjes in 1859 aan de Koudekerkse timmerman Maarten Heijens. In 1873 komen de twee huisjes op adres A47 en A48 in handen van timmerman Elizias Wisse uit Koudekerke. Hij laat ze in 1876 afbreken en bouwt er in 1877 één iets dieper woonhuis met timmermanswinkel terug. De timmermanswinkel of een gedeelte ervan werd in 1889 gesloopt waarna er sprake is van een huis, erf en werkplaats. Het jaar erna werd nogmaals 'slooping' bijgeschreven waarna alleen nog een woonhuis met erf werden vermeld in de perceelsgewijze kadastrale leggers. Uit foto's zoals hier rechts, uit de periode 1900-1906, blijkt dat de voormalige werkplaats (puntdak) ondanks de vermeldingen van sloop wel als apart bouwdeel herkenbaar bleef. Lees verder.   Dorpsplein te Koudekerke
    18. DORPSPLEIN TE KOUDEKERKE 1900-1906 (R448)

Dorpsplein 10-12  
zie ook: 1900-1940
 
Fragment minuutplan F01 uit 1832 en 1878   In 1850 bevondt zich links van het zogenaamde 'Bloemkoollaantje' een woonhuis dat op dat moment eigendom was van wagenmaker Adriaan Luteijn. Het laantje liep langs twee huisjes die hier in 1876 ontstonden toen het oorspronkelijke pand werd verbouwd en opgesplitst in de adressen A45, A45a en A46. In 1879 werden alle drie de huisjes kort eigendom van Leijn Haaij, waarna in 1880 wagenmaker Jannis Luteijn als eigenaar werd vermeld. In 1894 werden de drie huisje verkocht aan gemeentegeneesheer Jan Jacobus van der Harst die ze in 1895 weer doorverkocht aan timmerman Cornelis Leendert van Noppen die er zelf niet woonde maar de huisjes ieder afzonderlijk verhuurde.
19. DORPSPLEIN 10-12 OP FRAGMENT MINUUTPLAN F01 KOUDEKERKE 1832 EN 1878    
foto achter het Dorpsplein bij het zogenaamde 'bloemkoollaantje' te Koudekerke voor 1906   Cornelis Leendert van Noppen herbouwde de drie huisjes rechts in 1898, wat het Bloemkoollaantje verder versmalde tot een smal steegje dat hier links is te zien. Enkele van de bewoners staan hier afgebeeld in de tuintjes achter de dorpsring. Op de foto heeft Adriana Annot, de vrouw van Arij Schout, dochter Johanne op de arm. Rechts vooraan nog twee dochters van Arij Schout: Kee en Betje Schout. De man met het schootsvel is schoenmaker Frederik Johannes Malgo. Op de achtergrond staat 'De lange Thomas' van de Vijver met een konijn. Lees verder.
20. BLOEMKOOLLAANTJE NAAR HET DORPSPLEIN VOOR 1906 (R023)    

Dorpsplein 13 en 14  
zie ook: 1900-1940
 
Op Dorpsplein 14 bevond zich tot 1957 de woning van de vroegere veldwachter Johannes de Reij (1837-1910). Johannes was geboren in Sint Kruis en was van 8 juli 1868 tot begin juni 1906 als gemeenteveldwachter in Koudekerke werkzaam. Zijn taak was het handhaven van 'wet en orde' in het dorp. Dat hield onder meer in het oppakken van stropers, dieven, landlopers, dronkaards en vechtersbazen. Het grootste deel van zijn loopbaan verplaatste Johannes zich te paard. Fietsen waren er nog niet en delen van het jaar stonden de gronden buiten het dorp onder water, dus ook om die reden was een paard het meest geëigende vervoermiddel. Hem werd begin juni eervol ontslag verleend wegens langdurige diensten en lichamelijke ongeschiktheid. Hij kreeg een pensioen van 300 gulden per jaar toegekend. Johannes overleed te Koudekerke in 1910. Het pand werd door zijn weduwe Susanne de Reij-Verdouw rond 1916 verkocht aan de ouders van de huidige bewoonster van het nieuwe Dorpsplein 14. De oude veldwachterwoning en de hiernaast gelegen woningen op nummer 12 en 13 werden in 1957 gesloopt voor de aanleg van de Kerkstraat. Hierna is het pand op nr. 14 herbouwd.(5)
blank veldwachter en veldwachtershuis te Koudekerke

Meer info: Oorsprong van de familienaam De Reij (externe pdf)
  8. BOVEN: JOHANNES DE REIJ EN SUSANNE DE REIJ-VERDOUW, ONDER: DORPSPLEIN 14 (MET KOEKOEK) IN 1957 VOOR DE DOORBRAAK

Dorpsplein 16-17  
zie ook: 1900-1940
 
Dorpsplein te Koudekerke blank eerste steen en armenhuis op het Dorpsplein te Koudekerke
9. TRADITIONELE WOONHUIZEN AAN HET DORPSPLEIN 16 T/M 21 (350)   10. ARMENHUIS (BOVEN DE DEUR EERSTE STEEN)
Boven het huis op het huidige Dorpsplein nr. 16 (op bovenstaande foto links) is een steen ingemetseld met het opschrift: "A. Keers predikant 1-6-1867". Deze ds. Arius Keers kwam op 26 augustus 1866 naar Koudekerke. In de notulen van de kerkenraad van 14 december 1866 (ds Keers was toen drie maanden predikant in de Hervormde gemeente Koudekerke) is te lezen dat ds Keers voorstelt om een armenhuis te bouwen. Men pakte dit initiatief in die dagen erg daadkrachtig op, want al op 28 december 1866 werd het armenhuis aanbesteed en voor de prijs van f 2685,- gegund aan de firma Gagé en van Noppen. Wat voorheen de werkplaats was van schilder Haartsen werd eertijds geschikt gemaakt voor de bouw van het armenhuis der kerk met een woning ernaast. Op 30 juni 1867 benoemde de kerkenraad als 'Vader en Moeder' ofwel 'Baas en Vrouw' van het armenhuis dhr. en mevr. C. Maas, die echter nog geen jaar later van hun taken werden ontheven omdat de heer Maas te veel baas en te weinig vader was. Van een van de mannelijke bewoners van het armenhuis is bekend dat deze een hondje had waarover door het bestuur de opmerking werd gemaakt dat zij niet voor honden wensten te betalen. De steen boven de deur van het armenhuis herinnert aan een predikant en kerkenraad welke waren begaan met het lot der armen.(6 en 7)

Het huidige pand op Dorpsplein 17 was sinds 1867 tot in de twintigste eeuw eigendom van de Burgerlijke Armen van Koudekerke. Zij lieten omstreeks 1868 twee kleine huisjes herbouwen en samenvoegen die door de armen van Koudekerke werden bewoond. De panden waren bij besluit nr. 9272 van de Gouverneur op 31 juli 1835 onbelast, wat inhield dat geen belasting hoefde te worden afgedragen over het bezit. In de perceelsgewijze leggers werd in dienstjaar 1873 'herbouw' bijgeschreven, gevolgd door 'bijbouw' in dienstjaar 1877.(8)
 

Dorpsplein 18-19  
zie ook: 1900-1940
 
Op afbeelding 9 is tevens de winkel (en het latere café) van Simon Lampert zichtbaar (nu Dorpsplein 18-19). Simon was tot 1870 tuinman bij de buitenplaats Vijvervreugd en begon in 1870 een winkeltje waar hij in eerste instantie tuin- en landbouwzaden verkocht. Zijn handel breidde zich langzaam maar zeker uit tot hij in november 1888 zijn zaak ook openstelde voor politieke lezingen. Niet veel later vermelde hij bij zijn traditionele nieuwjaarswens in de Middelburgsche Courant naast zijn beroep als winkelier ook dat van slijter. In die periode zal hij waarschijnlijk zijn café gestart zijn. Op 15 augustus 1902 overleed Simon Lampert op 61-jarige leeftijd. Zijn vrouw Pieternella Francke zette zijn café nog enkele jaren voort, doch zal zij op enig moment het café hebben verkocht. Zij overleed tenslotte op 10 augustus 1914 op de leeftijd van 74 jaar. Hierna was op deze plek het Koffiehuis 'De Vriendschap' van Jan Polderman gevestigd.
 

Dorpsplein 25
 
Wagenmaker Jan Corneliszoon Roose was na de dood van zijn eerste vrouw, Pieternelle Kodde met weduwe Jacoba Albregts hertrouwd. Zij was een dochter van Aarnout Albregts en Magdalena Elizabeth Visser die als winkeliers op Dorpsplein 25 woonden in de periode 1844-1885. De familie Albregts wordt in diverse bronnen ook in verband gebracht met een herberg op het dorp die mogelijk ook hier was gevestigd. Van vader Aarnout en zoon Jacobus Albrechts is bekend dat zij tot respectievelijk 1885 en 1887 werkzaam waren.(10) Van Jacobus Albrechts is bekend dat hij in 1885 eigenaar werd van het pand Dorpsplein 25 en dat toen als beroep timmerman werd vermeld. In 1888 verkocht hij het pand aan zijn zus, Jacoba Albregts die toen inmiddels al weduwe was van Paulus Joziasse. Op 25 oktober 1889 hertrouwde zij zogezegd met wagenmaker Jan Corneliszoon Roose, die later ook als winkelier werd vermeld in diverse bronnen.
 

Dorpsplein 28  
 
Het oudste gedeelte van het gemeentehuis van Koudekerke dateert van 1877. Op 16 mei 1877 werd in de gemeentekamer van Koudekerke de openbare aanbesteding gehouden van de bouw van het nieuwe gemeentehuis van Koudekerke en het hiervoor afbreken van twee woonhuizen op adres A11 en A11b.(1) Laagste inschrijver bleek met f 7.000,- de heer A. Flipse uit Middelburg te zijn, aan wie het werk werd gegund.
 
Dorpsplein te Koudekerke   Linker gedenksteen van het gemeentehuis op het Dorpsplein te Koudekerke
2. GEMEENTEHUIS TE KOUDEKERKE IN 1904 (331)   3. LINKER GEDENKSTEEN NAAST DE ENTREE
Het voormalige raadhuis gelegen op Dorpsplein 28, is een blokvormig eclectisch-classicistisch pand met een gepleisterde gevel op de begane grond en bakstenen gevel van handvormbaksteen in kruisverband op de verdieping. De gevel was voorzien van gepleisterde pilasters en horizontale lijsten. Het gemeentehuis telde oorspronkelijk een symmetrische opzet van slechts 3 traveeën met in de middelste travee een dubbele voordeur met bovenlicht, omlijsting en kroonlijstje op consoles. In beide deuren was een wapenschildje van Koudekerke verwerkt. Voor de hoofdentree bevinden zich enkele natuurstenen treden. De gedenkstenen op de pilasters die de hoofdentree flankeren herinneren aan de officiële eerste steenlegging op 25 juni 1877 door de burgemeester van Koudekerke, de heer P. Boone. Het opschrift op de steen links luidt: "De eerste steen gelegd den 25 juni 1877 door den burgemeester P. Boone. Wethouders L. Brasser, J Bezuijen" en het opschrift van de steen rechts is als volgt: "Raadsleden A. Aarnoutse, K. Wielemaker, M. Leijnse, I. Verhage, secretaris W. Loeff". Links en rechts van de entree zijn de borden voor de bekendmakingen van de gemeente zichtbaar. Op het 'geiterennertje' rechts werden de huwelijken aangekondigd.

De ramen in de voorgevel bestonden uit grote omlijste 2x3-ruits houten vensters in witgeschilderde blokkozijnen welke aan de bovenzijde een ornamentje bevatten en onder de ramen pleisterwerk decoraties. Tussen de ramen in het linker travee was een schild aan de gevel bevestigd met onbekend opschrift. Onder de gootlijst zijn dubbele gootconsoles met leeuwenkopjes aangebracht. De beide zijgevels waren blind uitgevoerd in metselwerk. Het met gesmoorde dakpannen vernieuwde schilddak bevatte een dakkapel en schoorsteen, welke net als de ornamentjes boven de kozijnen bij de latere verbouwing in 1914 zijn verdwenen. De situatie na de bouw van het gemeentehuis werd in 1878 vastgelegd op het minuutplan F01 van Koudekerke. Opmerkelijk is hierbij dat het pand rechts naast het gemeentehuis dat op dat moment eigendom is van wagenmaker Jan Cornelis Roose op die kaart niet staat aangegeven terwijl het in 1872 nog is uitgebreid. Hij bezat dit huis tot in 1914 toen het korte tijd eigendom werd van timmerman Pieter Maas alvorens het werd afgebroken voor de uitbreiding van het gemeentehuis. Lees verder.
 

Badhuisstraat 2
 
Dorpsplein te Koudekerke   Fragment minuutplan F01 uit 1878
4. DORPSPLEIN TE KOUDEKERKE VOOR 1902 (L006)   5. FRAGMENT MINUUTPLAN F01 1878 (1923)
Dorpsplein te Koudekerke   Op foto's L006 en R773 is naast de ingang naar de toenmalige Noordstraat het meestershuis te zien dat, net als de ernaast gelegen openbare lagere school, eigendom was van de Gemeente Koudekerke. Het meestershuis had een bijzondere voorgevel met een tot de lagere school doorlopende lijstgevel met zadeldak en wolfseind. Tussen de school en het meestershuis was een poortje met daarnaast de ingang tot het meestershuis. Prominent aan de gevel is één van de oude lantaarns van het dorp te zien. Het pand onderging in deze periode slechts enkele kleine wijzigingen maar is in het begin van de twintigste eeuw gesloopt. Hier bevindt zich nu Badhuisstraat 2.
6. HOEK BADHUISSTRAAT EN DORPSPLEIN OMSTREEKS 1910 (R773)    

Dorpsplein 29  
 
Het pand rechts naast het meestershuis, op Dorpsplein 29, bleef drie generaties lang eigendom van de notarisfamilie Loeff. Notaris Jan Loeff vestigde zich in 1809 in Koudekerke en stierf tenslotte op 28 december 1849. Hij liet dit huis op adres A29 na aan zijn zoon Pieter Loeff (1815-1915) die op zijn veertigste gehuwd was met Paulina Adriana Goetzee. Het stel kreeg vier kinderen en vierde samen hun gouden bruiloft. Zij kwam uit een bekende Gorkumse boekdrukkersfamilie en stierf op 94-jarige leeftijd op 7 april 1917. Pieter Loeff was net als zijn vader notaris in Koudekerke en liet het huis in 1863 verbouwen. Het plattelandsnotariaat was een instituut en de notaris een vertrouwensman, geldbelegger en geldschieter voor de Walcherse bevolking. De familie Loeff stond bekend vanwege de welgesteldheid en de nauwkeurige financiële afwikkeling. Lees verder.
 

Dorpsplein 30-31 (en Brouwerijstraat 1)  
 
Dorpsplein te Koudekerke blank Na het overlijden van herbergier Jan Janse Maas in 1842, heeft kleermakerszoon Cornelis Roose (1812-1889) herberg 'De Hoop' op de hoek van het Dorpsplein voortgezet. Hij trouwde in 1836 met Jan's dochter Maatje Maas en werd in 1848 zelf eigenaar van dit pand (A88) wat hij in 1857 liet uitbreiden. Cornelis, die ook wel 't ouwe Keesje werd genoemd, was naast herbergier ook winkelier, bakker en gemeente ontvanger. Zijn herberg was tot de bouw van het gemeentehuis de gemeentekamer van Koudekerke. Na zijn dood in 1889 nam zijn dochter Catharina het huis, de herberg en de winkel over.
7. HOEK BROUWERIJSTRAAT EN DORPSPLEIN OMSTREEKS 1920 (R399)   blank
Catharina's broer, Jan Corneliszoon Roose werd mede-eigenaar van het pand maar was naast winkelier ook wagenmaker. Zijn wagenmakerij bevond zich naast het notarishuis van de familie Loeff. Lees verder.
 

Dorpsplein 33  
 
Aarnout Janiszoon Aarnoutse (1824-1913) werd na het overlijden van zijn vader Janis Aarnoutse in 1854, eigenaar van de hofstede op de hoek Dorpsplein en Brouwerijstraat die tegenover de winkel van Cornelis Roose was gelegen. Als tiendenboer pachtte hij het tiendrecht dat toebehoorde aan het kroondomein. De tienden sloeg hij op in zijn tiendenschuur aan de Brouwerijstraat.

Het tiendrecht was een zeer oude vorm van belasting, die geheven werd over bepaalde gewassen en bijvoorbeeld ook over lammeren. 'Moderne' gewassen zoals aardappelen vielen niet onder het tiendrecht. Een boer, die ging oogsten moest op tijd aangifte doen als de tiendplichtige gewassen "gemaaid, gebonden en gericht" waren. De boer was verplicht "de landerijen te ontsluiten en de liggergangen (losse bruggen) gelegd te houden, totdat de tienden geheel vervoerd waren." Hierna kwam de tiendenboer, die dus het tiendrecht pachtte, met paard en wagen en laadde iedere tiende 'stuke' (=groep van tien schoven) op zijn wagen. Het kwam dan wel eens voor, dat een boer bij elke tiende stuke wat minder zware schoven maakte, zodat er wat belasting ontdoken kon worden. Een andere vorm van tiendheffing was de hiervoor al even genoemde lammerentiende. Deze werd geheven direct na het werpen, ongeacht waar ze daarna gebracht werden. Zelfs van ontgonnen bossen, waarvan er toen nog enkele op Walcheren waren, werden tienden geheven. De tienden zijn uiteindelijk op 16 juli 1907 afgeschaft. Aarnout Aarnoutse was toen echter al 82 jaar. Op het dorp werd hij ook wel 'Aarnout van 't oekje' genoemd, dit om verwarring met andere naamgenoten te voorkomen.
     
Brouwerijstraat te Koudekerke   'Aarnout van 't oekje' was geboren op 13 december 1824 en op 26 juli 1848 gehuwd met Johanna Wondergem. Ze kregen twee dochters, Leuntje en Leintje. Johanna stierf in 1866. Hij was een markante figuur en niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon. Hij was vele jaren raadslid van de gemeente Koudekerke en woonde tot zijn zevenentachtigste jaar in de hofstede die bij de tiendenschuur hoorde, waarna hij vertrok naar zijn dochter Leintje in Serooskerke. waar hij stierf op 18 maart 1913. Vanaf 1911 heeft Lein Roose de hofstede bestaande uit huis, erf schuur en bijgebouwen bewoond en had hij er een winkel. Lees verder.
8. DE BROUWERIJSTRAAT MET LINKS DE TIENDENSCHUUR IN 1910 (R382)    

Dorpsplein 34  
 
In 1880 werd de hervormde pastorie die hiervoor ook op deze plek gevestigd was herbouwd (Dorpsplein 34). Het Neoclassicistische pand is opgetrokken uit roodbruine in kruisverband gemetselde baksteen en heeft een grote symmetrische lijstgevel van 5 vensterassen breedte, een pleisterwerk plint en pleisterwerk gevelvlakken boven de verdiepingsramen. De voorgevel bevat getoogde houten T-vensters. In de middelste travee bevindt zich de hoofdentree met natuursteen ingangsbordestreden, enkele voordeur en bovenlicht zonder omlijsting. Boven de entree is een eerste steen ingemetseld welke op 24 januari 1880 door de heer van Doorn werd aangebracht. Het schilddak werd later uitgebreid met een plat dak na ophoging/uitbreiding van de achtergevel. Het dak is gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. Met uitzondering van de redelijk gave voorgevel is de rest van het pand geheel aangepast. Ook het originele interieur is verdwenen. In dit gebouw stalde predikant ds Leendert Schouten ooit zijn reconstructie van de tabernakel met bijbehorende priesterkleding en gebruiksvoorwerpen. Later werd zijn creatie overgebracht naar het Bijbels museum in Amsterdam.   Dorpsplein te Koudekerke
    9. HERVORMDE PASTORIE KOUDEKERKE (R430)

Dorpsplein 35  
 
Niet lang hierna op 4 juli 1851 trad 'Aarnout de boer' in het huwelijk met 'kleine meid' Christina Mauer, welke 22 jaar jonger was en van eenvoudige komaf. Dit wekte op het dorp nogal wat beroering. Christina Mauer, in de volksmond later 'Moei Christina' geheten, werd op 30 augustus 1824 te Domburg geboren, bij de arbeidslieden Christiaan Mauer en Leijntje Dommisse. Christina kreeg van Aarnout kleren naar zijn stand. De boeren droegen in die tijd een 'reêste', een rij met zilveren knopen aan het hemdrok. Bij 'Aarnout de boer' waren ze van goud. Vele jaren was Aarnout wethouder en tenslotte werd hij op 31 maart 1866 net als zijn vader burgemeester van Koudekerke, tegen een jaarwedde van f100,-.

Op 15 juni 1870 was er een verkoping van strandgoederen, waar Aarnout in zijn kwaliteit van strandvonder bij moest zijn. Hij voelde zich niet helemaal lekker en gelastte zijn meestersknecht, een broer van zijn tweede vrouw, in de buurt te blijven. Op het vroon, waar de verkoping plaatsvond, viel hij plotseling om en stierf. Bij testament bleek hij zijn hele vermogen aan zijn vrouw Christina te hebben nagelaten. Hierdoor raakte hij nogmaals in opspraak. Op 11 oktober 1872 hertrouwde Christina op huwelijkse voorwaarden met de landbouwer Janis Jasperse. Er werd op de Johannahoeve geboerd voor gezamenlijke winst en verlies. Lang hield hun huwelijk niet stand waardoor zij in 1875 al weer van tafel en bed scheidden. De onderlinge verhoudingen tussen de familieleden op de hofstede waren verstoord waardoor Christina besloot om in 1882 het hele bedrijf te verkopen aan landbouwer Christiaan Huijsman en te verhuizen naar het huis naast de pastorie op het Dorpsplein waar ze nog enkele jaren geacht en geliefd vertoefde voordat ze uiteindelijk op oudejaarsdag 1904 stierf. Lees verder.
 

Dorpsplein 36-41  
 
Dorpsplein te Koudekerke blank Fragment minuutplan F01 uit 1878
11. DORPSPLEIN TE KOUDEKERKE VOOR 1903 (R488)   12. FRAGMENT MINUUTPLAN F01 1878 (1923)
De naast het renteniershuis gelegen wagenmakerij op Dorpsplein 36-37 en de twee smederijen op Dorpsplein 38-39 en Dorpsplein 40-41 zijn reeds uitgebreid beschreven bij de ontwikkeling van het dorp in de periode 1800-1850. Deze bedrijven maakten alledrie gebruik van de waterpomp op het Dorpsplein.
 

Monumentale Waterpomp
 
De waterpomp op het Dorpsplein is waarschijnlijk in het derde kwart van de negentiende eeuw gemaakt bij de firma Wed. A. Sterkman en Zoon, later werd dit N.V. de IJzergieterij 'De Prins van Oranje' in Den Haag. De pomp gaf zoet water en werd in die tijd veel gebruikt omdat er nog geen waterleiding bestond. Hij bracht verkoeling op 's zomerse dagen maar werd ook door huisvrouwen gebruikt, die hun straatje schuurden. Stoepen bestonden nog niet en een schoon geschuurde straat was een eer voor de vrouw des huizes. De pomp werd ook gebruikt door bakker Koster, die gevestigd was op het Dorpsplein en het water uit de pomp gebruikte bij de bereiding van zijn brood. Het water moet in die tijd dus van een redelijke kwaliteit zijn geweest. Ook wagenmaker Luteijn gebruikte, net als zijn buurman van de smederij Van Hove, het water van de pomp als het hete ijzer dat zij gebruikten moest worden afgekoeld met water. Nadat de waterpomp enkele malen werd verplaatst geeft deze nu geen water meer. Op 17 september 1993 werd hij opnieuw onthuld na de herinrichting van het Dorpsplein door de toenmalige burgemeester A.C. de Bruijn. Hieraan herinnert een natuurstenen plaquette. blank monumentale waterpomp op het dorpsplein te Koudekerke
    13. WATERPOMP DORPSPLEIN (14-05-2010)
Aan de andere zijde van het Dorpsplein ter hoogte van het huidige huisnummer 23 heeft vroeger nog een tweede waterpomp gestaan. Deze pomp gaf echter alleen brak water en was hier geplaatst om in geval van brand water bij de hand te hebben. Deze waterpomp is in de loop der jaren verdwenen.(4)
 

Schuttestraat (vroeger deels Biggekerksestraat)  
 
De straatnaam Schuttestraat is pas in 1966 toegekend aan dit deel van de vroegere Biggekerksestraat maar wordt hier gebruikt om verwarring met het nog bestaande gedeelte van de Biggekerksestraat te voorkomen. Wilt u meer weten over de herkomst van de naam, kijk dan hier.
 
Hiernaast worden afwisselend de minuutplannen uit 1832 en 1878 getoond waarop de Schuttestraat zichtbaar is. Het minuutplan uit 1878 is overigens bijgewerkt tot ca. 1923 waardoor de veranderingen die de straat in bijna 100 jaar doormaakte goed te zien zijn.

Van een slechts gedeeltelijk bebouwde straat, veranderde het karakter in een bijna volledig bebouwde straat. Alleen de gronden die behoorden tot hofstede Verhage bleven in deze eeuw nog onbebouwd. Omstreeks 1900 viel het noordelijke deel toch ten prooi aan de uitbreiding van het dorp en werd er aan de latere Middelburgsestraat een rijtje traditionele arbeiderswoningen gebouwd.

Vanaf het Dorpsplein gezien werden er omstreeks 1900 drie geschakelde woonhuizen gebouwd (Schuttestraat 3,5 en 7) en verrezen aan de overzijde diverse individuele woonhuizen die samen een vrijwel gesloten straatwand vormden. Veel meer foto's van de Schuttestraat met korte beschrijvingen vindt u hier.
 
fragment minuutplan 1832 fragment minuutplan 1878
    X. FRAGMENTEN MINUUTPLAN F01 1832 EN 1878
De Schuttestraat te Koudekerke in 1907   Hier kijkt u vanuit de Schuttestraat naar het Dorpsplein. Links staat het huis dat gebouwd is voor Pieter Boone. Hij was burgemeester van Koudekerke vanaf 11-augustus 1870 tot 30 augustus 1877, toen hij overleed. Hij werd opgevolgd door graaf van Lynden welke op 6 oktober 1877 werd geïnstalleerd. In het pand links is jarenlang het postkantoor gevestigd geweest. In het huis rechts woonde kleermaker en barbier Willem Bakker. De tuintjes zijn intussen ten prooi gevallen aan een stenen stoep, straat en geparkeerde auto's. In die tijd bezat elke landbouwer een 'verewagen'. Op de foto draait er zojuist een de Schuttestraat in.
12. DE SCHUTTESTRAAT IN 1907    
 

Brouwerijstraat (vroeger Middelburgsche weg)  
 
Dishoek te Koudekerke   In de periode 1847-1870 zette Lodewijk Ferdinand Reuse (1822-1870), de zoon van Leendert Pieter Reuse het werk van zijn vader als heel- en vroedmeester in Koudekerke voort. Hij trouwde met Louisa Maria Loeff (1823- 1901), de dochter van notaris Jan Loeff, en ontving voor zijn werk een salaris van f 100,- per jaar, evenveel als de huur van de dienstwoning.

Hier links staat de auto met chauffeur van Maatje Josina Reuse (1855-1939), dochter van de heelmeester Lodewijk Ferdinand Reuse en Louisa Maria Loeff. De foto is gemaakt voor de werkplaats van de wagenmakerij op Dorpsplein 36-37.
14. AUTO MET CHAUFFEUR VAN MAATJE JOSINA REUSE OP DORPSPLEIN (B004)    
In 1870 kwam George Johan Bertel als opvolger van L.F. Reuse van Westkapelle naar Koudekerke waar hij bij besluit van 25 juli 1870 benoemd werd tot plaatselijk geneeskundige, een vak dat hij tot zijn dood uitoefende. Salaris leverde de functie niet op, alleen vrij wonen (adres A87 en B62a). Aangenomen wordt dat hij de dienstwoning betrok die eigendom was van de gemeente Koudekerke. Deze bevond op het huidige adres Brouwerijstraat 5. Als tegenprestatie moet hij de armen gratis behandelen en werden geleverde medicijnen vergoed. Na het overlijden van Bertel op 30 oktober 1890 besloot het gemeentebestuur om het salaris van de gemeentegeneesheer tot f. 500,- te verhogen, voor f.11.800,- een nieuwe ambtswoning met koetshuis te bouwen en een nieuwe instructie voor de gemeentearts op te stellen.
 
Voormalige dokterswoning aan de Brouwerijstraat te Koudekerke in 2005   Met ingang van 1 januari 1891 werd de 24-jarige arts Jan Jacobus van der Harst tot gemeentegeneesheer van Koudekerke benoemd en betrok hij de herbouwde dienstwoning aan de Brouwerijstraat 3-5 nadat deze in de loop van 1891 gereed kwam. Binnen korte tijd kreeg hij een zeer grote praktijk die zich over heel Zuidwest Walcheren uitstrekte. Hij nam een vroedvrouw in dienst die alle normale bevallingen deed en hem assisteerde in de apotheek. Bij goed weer deed hij de praktijk per fiets in combinatie met de stoomtram, bij slecht weer maakte hij zijn ronde per rijtuig.(9) Van der Harst was tot 1936 in Koudekerke als arts werkzaam. Lees hier meer over de geneesheren van Koudekerke in de periode 1900-1940.
15. GEVEL VAN DE DOKTERSWONING MET STAL EN KOETSHUIS    
bouwtekening van dokterswoning met stal en koetshuis van dokter J.J. van der Harst   Aan de Brouwerijstraat 3 en 5 bevindt zich dus de voormalige dokterswoning met stal en koetshuis. Het pand werd in opdracht van het gemeentebestuur in 1891 gebouwd en is in neorenaissancestijl ontworpen door de bekende architect J.J. van Nieukerken. Het pand bevat enkele chaletstijlachtige details. Kenmerkend zijn de dakvorm en dakkapellen, welke weliswaar later iets zijn veranderd. De tekening laat zien dat het koetshuis en het woonhuis ooit één geheel vormden. De rest van de gevels van het hoofdgebouw zijn bijna niet veranderd. De gevelindeling van het koetshuis is later wel aangepast en ook het metselwerk is geschilderd, waardoor dit deel van het pand lijkt te behoren tot de winkel op de hoek.
16. GEVELONTWERP VAN DE DOKTERSWONING MET STAL EN KOETSHUIS    
Nadat dokter J.J. Van der Harst in 1923 op eigen verzoek op eervolle wijze ontslagen werd als gemeentegeneesheer verhuisde hij naar het pand dat hij in 1894 even verderop in de straat had laten bouwen voor zijn schoonmoeder, mevr. Hollestelle. Toen bestond er nog geen riolering en diende slootjes rond het huis voor de afvoer van water. Het gebouw was door z'n architectuur een markant gebouw in Koudekerke dat de oorlog heeft overleefd. De witte banden in het metselwerk doen ergens denken aan het pand dat Van der Harst eerder bewoonde.
     
Brouwerijstraat te Koudekerke   Dokter J.J. van der Harst
18. WONING DOKTER VAN DER HARST (R617)   19. DR. J.J. VAN DER HARST (N189)
Meer over de verdere historie van dit pand is te lezen bij het hoofdstuk 1940-1944 en een serie foto's van het pand vindt u hier: Villa Van der Harst - Brouwerijstraat. Op de achtergrond links is de uitkijktoren van notaris Loeff te zien.
     

Overige straten  
 
foto vanaf het Cithershillepadje richting Dorpsplein Koudekerke in 1910   De foto hier links is genomen vanaf het 'Cithershillpadje', thans Cithershillsingel, richting de kerkring. Dit pad herinnert ons aan de Engelse bezetting in 1809. Links is een lichte welving te herkennen van de vliedberg die hier vroeger lag. De foto is pas genomen in 1910 maar laat duidelijk de grote olmen zien rond de kerk die er hebben gestaan van 1855 tot 1938. Verder stonden er enkele beuken en geschoren linden langs de huizen op de dorpsring. Net als het in ere herstelde muurtje rond de kerk zijn er enkele jaren geleden weer linden voor de huizen op de kerkring gezet. Na 1950 breide het dorp zich aan deze kant verder uit.
11. FOTO VANAF HET CITHERSHILLPADJE RICHTING DORPSPLEIN IN 1910  
Lange Weegje te Koudekerke   In 1870 verkocht 'Moei Christina Mauer', (weduwe van burgemeester Aarnout Aarnoutse) een hoekje grond van het Noorthof voor het stichten van een woning met slachthuis. Dit stond aan het begin van het Lange Weegje tegenover boerderij 't Noorthof gelegen op Braamweg 1. De uitgebeten gevel van het slachthuis was in die tijd net als veel andere oude panden afgestreken met een laagje cement waarin een blokpatroon was aangebracht. In 1938 werd tijdens het 40-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina deze foto gemaakt waarop het noodslachthuis staat afgebeeld. Meer over deze foto leest u hier. Lees verder.
13. SLACHTHUIS OP DE HOEK LANGE WEEGJE EN BADHUISSTRAAT 1938 (U046)    
 
 
copyright © 2001-2017 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 19 11 2016

redactionele mededeling:
Enkele delen van het hoofdstuk 1850-1900 worden nog herzien. Hier ziet u een voorlopige weergave van de nu bekende informatie over deze periode. Voor zover mogelijk is de getoonde informatie gecheckt op juistheid, later worden de onderdelen beter/logisch geordend. Uiteraard staat het u vrij om op de behandelde onderwerpen te reageren of aanvullende informatie aan te dragen. U kunt contact opnemen via het contactformulier op de website (zie grijze menubalk bovenaan).

bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb. 1: Sjoerd de Nooijer
afb. 2: archief J. Roose
afb. 3: Eline Sturm
afb. 4: archief J. Roose
afb. 5: minuutplan F01 1878
afb. 6-11: archief J. Roose
afb. 12: minuutplan F01 1878
afb. 13: Sjoerd de Nooijer
afb. 14: archief J. Roose
afb. 15: kaart bernaerds (ZA), 1641
afb. 16: minuutplan F01 1878
afb. 8-9: Trude de Reij
afb. 10: Sjoerd de Nooijer
afb. 11-13: archief J. Roose
afb. 14: Ernst Braat
afb. 15-16: Sjoerd de Nooijer
afb. 17: Coen Brouwer
afb. 18: archief J. Roose
afb. 19: Karel Noorlander

geraadpleegde bronnen:
- Grootjans, H., Nederlands
Hervormde Gemeente Koudekerke 1583-1983, Koudekerke, 1983
- Hendrikse, H. en Roose, J., Valkenisse in oude ansichten, Zaltbommel, 1974
- Hendrikse, H. en Roose, J., Kent u ze nog... die van Valkenisse, Zaltbommel, 1974
- Roose, J. en Roose, W.P., Kent u ze nog... die van Koudekerke, Zaltbommel, 1981
- Roose, W.P., Kleine monumenten: armenhuis, De Wete, nr. 3, 1982
- Z.n., Kleine monumenten, pomp en travalje, De Wete, nr. 4, 1982, p. 6-8
- Pel, J.Z.S., Chirurgijns, doctoren, heelmeesters en artsen op het eiland Walcheren 1700-2000, Middelburg, 2006
- Ernst Braat
- Coen Brouwer
- Karel Noorlander
- Trude de Reij
- Zeeuws Archief (ZA)
- Archief Gemeente Koudekerke (ZA), toegang 2290, inv. nr. 1473-1497
- Minuutplan F01 Koudekerke 1878(ZA), toegang 247.2, inv. nr. 1023
- Beeldbank Zeeuwse Bibliotheek
- www.krantenbankzeeland.nl

voetnoot 1:
De woningen waren hiervoor eigendom van Johanna Lasoe. Zij was de dochter van Jacomina Bimmel, weduwe van kleermaker Jan Salomonszoon Bimmel die gehuwd was met Adriaan Lasoe.

voetnoot 4:
bron: De Wete, nr. 4, 1982, p. 6-7

voetnoot 5:
bron: Trude de Reij

voetnoot 6:
bron: W.P. Roose P.10-11

voetnoot 7:
bron: H. Grootjans P.40-41

voetnoot 8:
bron: ZA, perceelsgewijze leggers toegang 2290, inv. nr 1476, art. nr 12 en inv. nr 1478 art. nr 803

voetnoot 9:
bron: Chirurgijns, doctoren, heelmeesters en artsen op het eiland Walcheren 1700-2000

voetnoot 10:
bron: Zeeuws Archief, Overlijdensakten Koudekerke 1811-1959