Logo koudekerke.info
voor 600 | 600-1200 | 1200-1650 | 1650-1800 | 1800-1850 | 1850-1900 | 1900-1940 | 1940-1944 | 1944-heden
algemeen
bezetting
atlantikwall
bevrijding
watertijd
monumenten
wijk 't zand
boerderijen
watertijd Koudekerke 1940-1944
Aanlegsteiger in de Prinses Beatrixlaan tijdens de watertijd te Koudekerke
1. AANLEGSTEIGER IN DE PRINSES BEATRIXLAAN TIJDENS DE WATERTIJD TE KOUDEKERKE (A004)
Walcheren werd mede door een offensief bij de Sloedam en de beschietingen van Vlissingen op 8 november geheel bevrijd. De periode van overstroming na de bevrijding wordt ook wel 'watertijd' genoemd en duurde één jaar. Slechts de dorpsring bleef droog zodat het leven op het dorp zich vooral daar concentreerde. In deze periode werd zo goed en zo kwaad als het ging begonnen met de wederopbouw en herstel van de door het water vernielde woningen. Het wind- en waterdicht maken van woningen kreeg de hoogste prioriteit. Hiertoe werd door burgemeester Dregmans beslag gelegd op alle broeikassen en ruiten van groentekwekers. Het gevorderde glas was echter onvoldoende om alle kapotte vensters te herstellen waartoe de gemeente de overige ramen liet dichttimmeren met hout afkomstig van de Duitse barakken. Ook aan dakpannen was een groot gebrek.

In de duinen werd een aggregaat, brandstof en elektrische leidingen gevonden die behoorden bij een groot zoeklicht van de Duitsers. Het aggregaat werd geplaatst in de smederij van De Kam op het Dorpsplein en zo kon vanaf 21 november 1944 weer 's avonds enkele uren de verlichting worden gebruikt. Eerst alleen op het Dorpsplein, later ook de omliggende straten. Eind december 1944 nam de PZEM de stroomvoorziening weer in gebruik maar bleef vanwege de vele stroomuitvallen de aggregaat als noodvoorziening in gebruik.
 
Middelburgsestraat te Koudekerke   Voor drinkwater was men aangewezen op de Duitse waterbunker in de Duinstraat met een opslagcapaciteit van 20.000 liter die ruim voorzag in de dagelijkse waterbehoefte op het dorp. Op de foto hier links is deze nog deels gecamoufleerde waterbunker met geschilderde ramen en deuren op de betonnen muren en houten kap te zien. Om het water uit de bunker op het Dorpsplein te krijgen reed Krijn Verhage dagelijks met zijn boerenwagen met een watertank van 1700 liter heen en weer. Zo konden ook de afgelegen boerderijen bevoorraad worden. Later werden op meerdere plaatsen opslagtanks voor drinkwater geplaatst.
2. VERHAGE MET PAARD EN WATERWAGEN RIJDEND OP DE DUINSTRAAT (L017)    
Zoals al beschreven werd in het hoofdstuk over de bevrijding, werd reeds in de eerste dagen na het bombarderen van de dijken begonnen met de centrale opslag van voedsel in en rond de kerk. Door deze vroegtijdige veiligstelling van voedsel, de aanwezigheid van grote hoeveelheden voedsel in de bunkers en de regelmatige aanspoelingen van balen en blikken voedsel op de stranden (door op mijnen gelopen schepen) is de voedselvoorziening in Koudekerke in vergelijking met andere delen van Walcheren en Nederland nooit problematisch geweest, het was zelfs beter als in de vier voorgaande jaren.
 
De verbindingsweg tussen Koudekerke en Vlissingen ter hoogte van de tankgracht bij de huidige kruising Sloeweg en Gebrandystraat   Men vond met name in de bunkers grote voorraden aan levensmiddelen, kleding en andere zaken. Alles was krijgsbuit, maar de geallieerden hadden alleen interesse in de drank. Daardoor konden de overige voorraden uit de bunkers in de duinen en de aangespoelde goederen op het strand met paard en wagen door het water (en daardoor niet zonder risico), overgebracht worden naar de kerk op het Dorpsplein. Deze transformeerde binnen de kortste keren tot magazijn. De Orde Dienst was belast met de bewaking. De goederen werden verkocht en het voedsel werd op rantsoen verdeeld onder de bevolking.
X. .... (U044)    
In 1944 had de bevolking, zij het via distributiebonnen, genoeg te eten. Voor het vee dreigde wel een voedseltekort waarop een deel via Vlissingen naar elders werd overgebracht. Het resterende vee kon alleen hooi gevoerd worden waardoor de melkproductie daalde en ook de melk alleen nog via distributiebonnen te verkrijgen was. De melk werd verkocht in de brandweerkazerne aan de Brouwerijstraat. Door oorlogsgeweld kwamen daarnaast ook meer noodslachtingen voor, waardoor er genoeg vlees was dat eveneens via distributiebonnen werd verkocht. Vanaf oktober 1944 werd er vanwege de overbevolking een gaarkeuken ingericht in de voormalige openbare school aan de Noordstraat (nu Badhuisstraat). Deze keuken was nodig omdat het door de overbevolking voor velen niet mogelijk was een eigen maaltijd te bereiden. Er werd gekookt met kookpotten die afkomstig waren uit de bunkers. Vlees werd betrokken van de centrale slachterij. Pas nadat een groot deel van de bevolking was geëvacueerd, kon de keuken sluiten. Jan Kesteloo en zijn vrouw Mientje teelden rond de kerk tijdens de watertijd ook groenten voor de dorpelingen.

De Hulp Actie Rode Kruis (afgekort HARK) werd op 24 januari 1945 opgericht. Zij verdeelde hulpgoederen die vanuit het buitenland waren ontvangen over de getroffen gebieden waartoe Walcheren behoorde. Zo ontving Koudekerke ook enkele malen een zending hulpgoederen.

In augustus 1945 werd Koudekerke geadopteerd door Heerhugowaard en zo kwam namens die gemeente de plaatselijke huisarts P.A. Noorlander op werkbezoek. Dit was de vader van de latere huisarts Karel Noorlander die hier vanaf 1975 tot 2010 huisarts was.
 

Veerdiensten
Doordat wegen onberijdbaar waren geworden was vervoer per water de enige nog resterende mogelijkheid. Hiertoe werd vanaf 27 oktober 1944 door de beide bodes van Koudekerke (Luteijn en Cijvat) met een roeiboot op het dorp een bootverbinding voor vracht naar Middelburg gestart. Zij vervoerden voornamelijk post, levensmiddelen, geneesmiddelen en andere vracht. De samenwerking tussen beide bodes, die voor die tijd elkaars concurrenten waren, duurde voort tot 1963, toen bode Luteijn terug trad. Vanaf 15 november was er ook sprake van een veerdienst vanaf Koudekerke voor personenvervoer door middel van roeiboten. In eerste instantie werd er één keer per dag op Middelburg gevaren en vertrok men om 8:30 uur en keerde men omstreeks 12:00 terug. Later werd de vloot uitgebreid met een op het strand aangespoelde aluminium motorboot die na een kleine opknapbeurt tot 'Prinses Margriet' werd omgedoopt. Hiermee konden bij goed weer 31 passagiers in een half uur naar Middelburg worden vervoerd. De dienstregeling werd daarna uitgebreid tot twee afvaarten en vanaf 16 april 1945 zelfs tot drie stuks.

De veerdienst op Vlissingen werd onderhouden door de Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD). Zij maakten hiervoor gebruik van reddingsboten van het juist op de helling bij 'De Schelde' liggende passagiersschip 'Willem Ruys'. Bij laagwater kon te voet via een moeilijk begaanbare loopbrug ook de tankgracht bij de huidige Sloeweg overgestoken worden. Zie foto.

De vaartochten waren niet zonder gevaar. Zo moest men uitkijken om niet aan de grond te lopen rond het hoger liggende Ter Hooge en gebruikte men gemarkeerde landingsversperringen van de Duitsers om de koers te bepalen. Dat ging prima bij goed zicht, maar bij mist moest men op het luiden van de provisorische kerkklok (oude zuurstoffles) vertrouwen omdat de kerkklokken door de Duitsers waren gestolen. Her en der lagen nog mijnen en sommige landingsversperringen waren nog met springstof verbonden. Hierdoor viel er op 25 november een dode toen een vlot met mensen uit Grijpskerke naar hof Westerwijk op weg was en het vlot met huisraad en bemanning de lucht in ging: 1 dode en een aantal zwaargewonden.
 
Middelburgsestraat te Koudekerke   Op 20 november werd begonnen met de aanleg van steigers, die samengesteld werden van zware spoorstaven en kiepkarren afkomstig van het smalspoor van de Duitsers. Hierover werden houten planken en vlonders gelegd zodat een stevig geheel ontstond. Koudekerke telde in de watertijd maar liefst vier tot haven omgedoopte aanlegsteigers:

1. Schuttestraat
2. Badhuisstraat
3. Tramstraat
4. Prinses Beatrixlaan
X. DE AANLEGSTIJGERS TE KOUDEKERKE    
Middelburgsestraat te Koudekerke   De aanlegsteiger aan de Schuttestraat werd eigenlijk alleen in de eerste weken van de watertijd intensief gebruikt omdat de stroming er later te sterk was. In de volksmond werd het hier ook wel het "Skagerak van Louws" genoemd.

De aanlegsteiger aan de Badhuisstraat lag beschut waardoor men vanuit hier gemakkelijk de woningen ten noorden van het Dorpsplein kon bereiken. Hiervan zijn geen foto's bekend.
X. AANLEGSTIJGER AAN DE SCHUTTESTRAAT TE KOUDEKERKE (R082)    
Tramstraat te Koudekerke   De aanlegsteiger aan de Tramstraat werd gebruikt om de duinstreek te bereiken.

X. AANLEGSTEIGER AAN DE TRAMSTRAAT BIJ LAAG WATER (A006)    
Prinses Beatrixlaan te Koudekerke   Veruit de belangrijkste en grootste aanlegsteiger bevond zich aan de huidige Prinses Beatrixlaan, bij de woning van dokter Van der Harst. In dit haventje was een heuse havenmeester werkzaam (dhr Bijleveld) wiens kreet was "Kè je rroeie, dan kè je mee!". De politie had zijn eigen kano en later een motorbootje. De molenaar voer dagelijks met zijn knechts mee naar de molen om te malen. Speciaal hiervoor was vanaf Vlissingen een kabel getrokken, want de molen had sinds november 1940 geen wieken meer. Verder was er een vlot waarmee vee en voer werd vervoerd en was het een komen en gaan van particuliere vaartuigen.
X. PRINSES BEATRIXLAAN TE KOUDEKERKE (U045)    

Evacuatie

--- In bewerking ---
 
De steiger voor de dokterswoning te Koudekerke tijdens de inundatie   Het zou nog maanden duren voordat alle geëvacueerde bewoners konden terugkeren naar hun woningen en Koudekerke weer droog was. Het dorpsleven ging voor zover dat ging gewoon door en er werd voor de woning van Van der Harst een provisorisch haventje aangelegd waardoor het contact met omringende dorpen gewaarborgd bleef.


3. DE STEIGER VAN 'HET HAVENTJE' VOOR DE WONING VAN VAN DER HARST    
Tijdens 'de watertijd' nam de bevolking van Koudekerke drastisch af tot enkele honderden zielen. Het grootste deel woonde op het Dorpsplein en een kleiner deel rond de duinvoet bij Dishoek. In de oorlogsjaren en de watertijd was Jan Anton van Kooten huisarts te Koudekerke. Hij had eveneens de leiding over het Rode Kruis in Koudekerke. Hij was net als zijn voorgangers gevestigd in de dokterswoning aan de Brouwerijstraat 3-5 waar hij in 1942 zelf eigenaar van werd. Hij was door de inzet voor zijn patiënten (niet alleen op het zuiver medische maar ook op het sociale vlak), zijn hulp voor betere huisvesting en betere werkomstandigheden en dergelijke, een gewaardeerde dokter, temeer omdat acuut oorlogsgevaar nooit een beletsel voor hem vormde om medische hulp te verlenen. Naar men zegt vertrok hij tegen zijn zin in maart 1945 naar Vlissingen waar hij zich als huisarts vestigde. Vanuit Vlissingen kwam hij een jaar lang tweemaal per week per boot naar Koudekerke. Medio 1946 droeg hij zijn Koudekerkse praktijk over aan huisarts Louis Sloos.(1) Meer informatie over de huisartsen van Koudekerke in de periode na 1944 is hier te lezen.

Bakker Izeboud, die zijn bakkerij in het gedeelte van de voormalige Biggekerksestraat had (nu Schuttestraat 14) stond tijdens de vloed soms tot zijn knieën in het water. Tot de oven kwam het water gelukkig niet zodat hij zijn dagelijkse brood kon blijven bakken. De dorpsbewoners konden zich via smalle steigers vanaf het Dorpsplein tot het einde van de huidige Schuttestraat, Badhuisstraat en Brouwerijstraat droog voortbewegen. De steigers waren vervaardigd van oude kipkarren, planken en spoorstaven van het smalspoor. Door de bunkerbouw was er een overvloed aan dit materiaal. De steigers liepen maar een enkele keer onder bij extreem hoge vloed. Aan het einde van de drie straten bevonden zich geïmproviseerde haventjes waarvandaan men naar andere dorpen kon varen. Naar het zuiden en westen kon men bij gunstig tij met paard en wagen wegkomen.
 
Middelburgsestraat te Koudekerke tijdens de inundatie   De Middelburgsestraat stond zelfs bij laag water anderhalve meter onder water, dit in tegenstelling tot de rest van het dorp. Bij de springvloed van januari 1945 stond het water zelfs tot aan de onderzijde van de ramen van het rechtse huis en bleef alleen het rondje rond de kerk droog.

Het huis links op de foto werd in 1937 gebouwd door A. Hitzert en de woning rechts werd in 1938/1939 gebouwd. Deze draagt thans de toepasselijke naam 'In 't behouden Huys'. Op de achtergrond ziet u de boerderij van Simon de Pagter. In het boodje zit links Pietje Dingemanse en rechts Simon Hey, zoon van de gerefomeerde predikant.
4. DE MIDDELBURGSESTRAAT TIJDENS DE WATERTIJD    
woonhuis behorend bij de hervormde school te Koudekerke tijdens de inundatie   Deze foto is gemaakt nadat het bombardement de schoolwoning bij de hervormde school onder water had gezet. Op dat moment woonde het hoofd van de school, Adriaan Smit er met zijn familie. Zij staan allen voor het geopende raam. Adriaan Smit werd in 1926 bij de oprichting van de school aangetrokken als hoofd en vervulde deze functie tot 1944. Een van zijn drie dochters, Juul Smit, trouwde met Jan Schipper, dit was een broer van Chris Schipper. Chris Schipper nam de taak als hoofd van de school na de oorlog in 1946 over en bleef aan tot 1972. Voor meer foto's van de school en een overzicht van schoolfoto's kijk hier.
5. WOONHUIS BEHORENDE BIJ DE HERVORMDE SCHOOL    

Herinneringen aan de waterperiode in Koudekerke 1944-1945 door Bram Luteijn

Om de Duitsers op de knieën te krijgen en zodoende een eind aan de oorlog te verkrijgen werden de dijken rond Walcheren op vier plaatsen stuk gebombardeerd zodat het zeewater ongehinderd kon binnenstromen, met alle ongemakken voor de bewoners, hoewel we blij waren omdat de Bevrijding nu heel dichtbij kwam.

Wij woonden in de Biggekerksestraat A3 (nu Schuttestraat 16) en kwamen zodoende ook onder water te staan, alsmede de schuur waar onze paarden wagens en de vier geiten stonden aan het Korte Weegje (nu Middelburgsestraat), naast de bloemenzaak van familie Maas. Het was dus verkassen geblazen en we kwamen terecht in de Welle, in de opslagschuur van de wagenmakerij.

We bleven thuis wonen. Bij laag tij beneden, bij hoog water op zolder. Daar werd een gat in de schoorsteen gemaakt zodat we de kachel boven konden stoken. Tijdens de nachtelijke beschieting door de Engelsen, waarbij een granaat insloeg in de straat, wat slachtoffers eiste, zijn we met laag water naar het dorp getrokken naar de loods bij de paarden. Hier was het ook niet veilig want er sloeg een granaat in de woning van Lein Roose op het Dorpsplein. De gehele voorgevel lag eruit en dat was op ongeveer 25 meter voor ons. Ook hier vertrokken we en we gingen naar het café, waar we bleven totdat het licht werd. De terugkeer was nu waden door het ondertussen hoog geworden water. Bij thuiskomst bleken alle vensters te zijn gebroken dus moesten we naar de zolder om toch een beetje geborgen te zitten.

Tijdens de oorlog was er een TODT kamp gebouwd voor de gedwongen arbeiders. De barakken stonden achter de openbare school waar nu het oefenveld van V.C.K. is. Uit die barakken hebben we de ramen gehaald en thuis voor onze ramen gemonteerd, waarvan we er één draaiend hebben gemaakt, om makkelijk weg te kunnen bij eventuele moeilijkheden.

In januari 1945 hebben we enkele dagen boven moeten verblijven vanwege het springtij dat werd opgezweept door een noordwesterstorm. Het water kwam zo hoog, dat men maar net droog rond het kerkhek kon lopen. Een kennis van ons verzorgde die dagen de paarden en geiten, prima service. Ondertussen was de bevrijding een feit, leve de vrijheid!

We hebben bij de opslag van de TODT (Orensteijn & Koppel) kipkarren, kipbakken en spoor gehaald en hiervan een steiger gebouwd, vanaf de hoek Middelburgseweg tot aan het dorp. Hierop werden vloeren uit de barakken als loopplanken gelegd. In de woonkamer werd met diezelfde vloeren op raamhoogte een tijdelijke vloer gemaakt zodat we door het draairaam op de steiger konden stappen om droog naar het dorp te komen. Dergelijke steigers werden ook in de Middelburgsestraat (nu Brouwerijstraat) aangelegd vanaf de Welle rond het doktershuis (later Hotel Walcheren) naar de hoek van de Middelburgseweg. Op ongeveer tien meter van het eind werd een hele brede wagen gezet, die diende als laad- en losplaats en aanlegsteiger van de personenboot ‘Margriet’.

Wij als bode konden niet rijden naar Middelburg, wel haalden we voor mensen spullen op uit de ondergelopen huizen en brachten die naar droge plaatsen. Ondertussen was ongeveer de helft van het dorp geëvacueerd naar Zuid-Beveland. Er moesten ook paarden geëvacueerd worden. De grote merrie Trui kwam terecht bij de familie Goverse in Nieuwland, net voor de bocht naar de Sloedam en onze bonte hit Max werd zelfs geslacht. We hadden ondertussen een boot gekregen en hebben toen samen met collega Cijvat de bodedienst op Middelburg hervat. Deze samenwerking bleef bestaan tot mei 1963. Cijvat’s paard Kas moest op het dorp blijven. Het vee dat uit de schuren was gered stond rond de hervormde kerk en in de schuur van Lein Roose. Het voer lag op het kerkhof dicht bij de hand. Af en toe werd er een beest geslacht in de toenmalige garage van de dokter. Daar konden gezinnen hun portie kopen. Zo ging het ook met de melk, die werd verkocht in de toenmalige brandweerkazerne, later werd dit garage touw (nu de tandartspraktijk van Picavet).

De kerk was een groot magazijn. Alles wat uit de bunkers in Dishoek werd gehaald werd hier opgeslagen, het leek er wel een supermarkt. Zodoende werd er voor alle gezindten op zondag één dienst gehouden in de kleuterschool (voormalige bewaarschool in de Brouwerijstraat) waar later Jan van Willem van Sluijs is gaan wonen.

De broodvoorziening werd verzorgt door Gilles Izeboud en zoon en gebakken bij laag water in de bakkerij in de Biggekerksestraat A4, nu Schuttestraat 14. Later vestigde zich hier de fysiotherapeut Boelhouwers. Het drinkwater werd opgepompt in de waterbunker bij De Couburg en rondgebracht bij de mensen. Dit water werd ook voor de dieren gebruikt. Die waterbunker was een goed souvenir van de Wehrmacht en was voor het dorp van onschatbare waarde.

Na een storm spoelde er op het strand bij Dishoek van alles en nog wat aan, zoals blikken chocoladerepen, blikjes Engelse sigaretten dat werd opgeslagen in de pastorie van de hervormde kerk. Een grote partij Amerikaanse patentbloem werd in de voorkamer van de door de beschieting kapot geschoten voorgevel van de woning van Lein Roose opgeslagen. De zakken werden open gesneden om de bloem er uit te halen. Er zat een dikke massa in van ongeveer 5 cm omdat de zakken in het water hadden gelegen. Van de bloem werd heerlijk witbrood gebakken en de restanten werden aan de dieren gevoerd.

Zo rommelden we door, ondanks de kleine gemeenschap was er een eenheid, ieder hielp iedereen zoveel als men kon. Na het droogvallen trokken we na een grondige schoonmaakbeurt in huis en schuur weer terug en nam het leven weer zijn gewone weg. De geëvacueerde mensen kwamen zachtjes aan Koudekerke weer compleet maken en iedereen zocht zijn eigen huis weer op. Toch veranderde het saamhorigheidsgevoel en wel in dit opzicht: Iedereen moest weer bij zijn eigen soort blijven. Waarom wel in geval van nood en niet in een tijd van Vrede? Heel jammer! Gelukkig is hier een goede verbetering gekomen, de kerken doen nu heel veel samen, onder de naam Samen op Weg Kerk, wat heel goed werkt. Gelukkig is aan de oorlog en waterperiode een eind gekomen in de hoop zoiets nooit meer mee te hoeven maken. Leve de vrede en vrijheid!
 
 
Op 9 november 1945 om 19:00 uur werd de dijk die het water op Walcheren belette weg te stromen doorgestoken
en kwam er een einde aan de zogenoemde 'watertijd'. De schade aan boerderijen, dorpen en het landschap was groot. De bunkers die het land en de duinen in de oorlogsjaren gedomineerd hadden werden grotendeels geruimd. Een aantal bleef gespaard en is tegenwoordig nog terug te vinden, onder andere langs de oude tankgracht ten noorden en oosten van Koudekerke en in de duinstreek.

Jan Roose schreef er een gedicht/lied over wat te lezen is in de rechter kolom op deze pagina.(2)
 
 
 
copyright © 2001-2017 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 19 11 2016

bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb. 1: ntb
afb. 2-4: archief J. Roose
afb. 5: Henk Schipper

redactionele mededeling:
Dit hoofdstuk wordt op dit moment bewerkt. Hier ziet u een voorlopige weergave van de nu bekende informatie over deze periode. Voor zover mogelijk is de getoonde informatie gecheckt op juistheid, later worden de onderdelen beter/logisch geordend. Uiteraard staat het u vrij om op de behandelde onderwerpen te reageren of aanvullende informatie aan te dragen. U kunt contact opnemen via het contactformulier op de website (zie grijze menubalk bovenaan).

geraadpleegde bronnen:
- M.P. Dieleman, Burgemeester J.L.Dregmans rapporteert, 2004
- Pel, J.Z.S., Chirurgijns, doctoren, heelmeesters en artsen op het eiland Walcheren 1700-2000, Middelburg, 2006
- Sakkers, H. en K. Noorlander, Koudekerke in de Tweede Wereldoorlog, Het leven op een eiland in een oorlogslandschap, De Drukkery Schrijverspodium, 2013
- Zeeuwse Bibliotheek (ZB)
- Riuns Luijk en Sarie Boone
- dhr. H.J. van Doorn
- Henk Schipper
- Jan Verhage
- Hans Sakkers

voetnoot 1:
bron: Chirurgijns, doctoren, heelmeesters en artsen op het eiland Walcheren 1700-2000

voetnoot 2:
Op 9 november 1945 om 19:00 uur werd de dijk die het water op Walcheren belette weg te stromen doorgestoken en kwam er een einde aan de zogenoemde 'watertijd'. Jan Roose schreef er onderstaand gedicht/lied over. Zijn tekst is inclusief oud taalgebruik en enkele spelfoutjes overgenomen:


Het doorsteken van de dijk Wie belooft en niet wil geven
is niet waard dat hij blijft leven.
Daarom wil ik in een lied
schrijven wat er is geschied.
Hoort dus allemaal tesamen
hoe dat wij er wel toe kwamen.
En zoo met een man of zes
maakten in den dijk een bres.
Ge weet wel hoeveel keeren
men al was aan ’t confereren,
Hoe men bij de Waterstaat
heeft gezemeld en gepraat,
Heeft geschreven en gewreven,
heeft geraaskaald en gekeven,
Heeft gelogen en geluld,
daarom geef ik hen de schuld.
Dat ze ’t zoo ver lieten komen
dat wij ’t water lieten stroomen,
Want zij hebben niet op tijd
van het water ons bevrijd.
Donderdag werd er vernomen,
eindelijk is ’t zoo ver gekomen,
want een dragline reed door de stad
die zou graven dan een gat.
Eindelijk was men klaar met zeuren,
goed! Nu zou het dus gebeuren.
Maar helaas! ‘Het slechte weer’
sloeg ook deze hoop teneer.
Men verwachte ‘Zware winden’
dus kon ’t werk geen doorgang vinden.
De Ingenieurs waren van streek,
als er eens een dijk bezweek?
Dus maar weer die ellende
neen! ’t Geduld was nu teneinde.
Want voor zulk gelamenteer
vonden wij geen woorden meer.
“Hier en ginter pot……..
Wat er dan ook van mag komme.
Dat bed……. Gedrijn,
moet nu maar eens teneinde zijn.”
Als ze niets doen dan maar zagen
zullen wij wel zonder vragen,
zonder draglines zonder baas,
zonder al dat geraas,
zonder al die samenspraken,
waar je misselijk van zou raken,
“Graven” riepen en tegelijk,
“Wij doorsteken de dijk”

Vrijdag ’t zal niet lang meer duren,
Of de klok die slaat zes uren;
d’avond die is neergedaald
en geen sterrelichtje straalt.
Er valt slechts een koude regen,
Glibberig zijn alle wegen.
Doch nog gladder haast dan glad
Is het modderige pad;
Als ’t dijkje onder onze voeten,
Dat we een eindje volgen moeten.
Eind’lijk daar zijn w’er bij
Dan begint de graverij.
Het is wind’rig, aarde donker,
Helemaal geen stergeflonker;
Regen valt in stroomen neer,
’t is het echte stroopersweer.
Eerst wordt er eens goed bekeken,
Waar we ’t geultje zullen steken.
Want er ligt veel zware steen,
Onder langs het dijkje heen.
Doch er wordt een plaats gevonden,
Waar geen steenen tegen stonden.
En daar wordt een gleuf gemaakt,
Die Allenskens dieper raakt.
Het wordt minder met de regen,
Zelfs het weer werkt ons ten zegen.
En dan komt opeens de maan,
Helder aan de hemel staan.

’t Is een zwoegen en een zweeten,
Dat we van geen tijd meer weten.
’t Is Vriend Vreeke die zoo steekt,
Dat zijn spade er van breekt.
Maar daar nad’ren snelle schreden,
menschen komen aangetreden.
En in tijd van een moment,
Zijn we ’t dijkje afgerend.
Wie heeft dat nu kunnen droomen,
Dat er nu noch volk zou komen?
In de war is ’t maar afijn,
Als ’t maar geen agenten zijn.
O, gelukkig stop nu klagen,
Tinus die is wezen vragen.
Wie ze zijn en dat val mee:
Het zijn drie lui van de L.J.G.
Net op tijd hier langs gekomen,
Voordat het water er ging stroomen.
Wij beginnen weer vol moed,
Mannen! Steek door met spoed!

Nadat wij een uurtje slaven,
Zijn wij diep genoeg met graven.
Daar we nu gekomen zijn,
Één voet onder waterlijn.
Daarna houden we op met steken,
’t groot moment kan nu aanbreken.
En Andries heeft post gevat,
Bij het randje van het gat.

Ha nu is de dijk doorstoken,
De verbinding is gebroken.
Bruisend schiet het nat naar Zee,
Klei en steenen sleept het mee.
Juichend schiet het in de leiding,
’t is alsof het zingt: “Bevrijding”.
’t Is alsof in ons gemoed,
de Bevrijding intree doet.
En wij lachen om de Heeren,
Die nog zijn aan ’t confereren.
Deze zindert, geene zeurt,
Maar hoera! Het is gebeurt.

Allen zijn we zeer tevreden,
thans gaan we huiswaarts treden.
Maar als Ko de zaak verkent,
Ziet hij plotseling een Agent.
En hij hoort hem “Halt” gebieden,
Ach, hij kan niet meer ontvliegen.
Waarom hoeft er meer gezegd?
Hij stond immers in zijn recht!

In de wachtzaal aangekomen,
Wordt ons alles afgenomen.
En men duwt ons in cachot,
En de deur ging op slot.
Na een uur kwam met ons storen,
Want ze moesten ons verhoren.
En wat ons haast jublen deed,
“ ’t al vier meters breed”.
Niets kon onze vreugd meer storen,
Als we dit berichtje hooren.
Bovendien bracht men ons brood,
waarna met de cel weer sloot.
Na wat praten en wat gapen,
Zijn we rustig ingeslapen.
Slechts Ko Wisse heeft de nacht,
Luidop kankerend doorgebracht.

Op de volgende morgen,
kwamen z’ons weer brood bezorgen.
Maar hetgeen daarna is geschied,
is wel ’t mooiste van dit lied.
Toen de Dijkers ’t nieuws vernamen,
zijn ze zonder te beramen.
Met hun voormannen vooraan,
rechtuit naar ’t bureau gegaan.
En we hoorden Jan Verstraaten,
tegen de politie praten:
“Komen ze niet los meneer?
Leg ik er het bijltje bij neer”.
“En we zullen ’t niet opnemen,
voor ze staan op vrije beenen.”
Francke zei: “ ’t is een schandaal”
En zoo riepen ze allemaal.
Minderhoud was ook gekomen,
en hij was zeer ingenomen.
Ook den Doolaard was er bij,
en die keek al even blij.
Slechts de Heeren waterstaten,
stonden zich weer vrij te praten:
“ ’t was 12 uur te vroeg,
’t was zeer ernstig”…. Maar genoeg.
Waarom zal ‘k me moeilijk maken,
Op praatzieke waterkaken?
Waarom langer uitgeweid?
’t Is genoeg. Wij zijn bevrijd.

Zie toch wat een hand vol mannen,
wanneer ze tesamen spannen.
Ziet wat men bereiken kan,
als we opstaan als een man.
Zie toch wat er kan gebeuren,
als we maar niet zitten zeuren.
Als in plaats van veel gepraat,
men handen aan de spaden slaat.
Ziet het water thans verdwijnen,
ziet ’t herboren land verschijnen.
Ziet ’t geschieden voor uw oog,
En juicht: “Walcheren komt droog”.

November 1945 - Jan Roose