Logo koudekerke.info
voor 600 | 600-1200 | 1200-1650 | 1650-1800 | 1800-1850 | 1850-1900 | 1900-1940 | 1940-1944 | 1944-heden
algemeen
religie
boerderijen
- st. antoniushoeve
- blauwe hof
- buytenhof
- de brouwerij
- johannahoeve
- (groot) lammerenburg
- groot ter hooge
- klein lammerenburg
- de lange pacht
- l'espťrance
- 't noord ambacht
- 't noordhof
- paauwenburg
- hof de pagter
- 't troenkhof
- torenzicht
- hof verhage
- de vijgeter
- zuiderhoeve

buitenplaatsen
veldnamen
molens
grondgebruik
kustzone
boerderij Groot Lammerenburg te Koudekerke
boerderijen Lammerenburg en Groot Lammerenburg
 
De twee boerderijen 'Groot-Lammerenburg' en 'Lammerenburg' aan de Koudekerkse Zandweg en latere Vlissingsestraat komen voort uit de fraaie buitenplaats Lammerenburg van de Vlissingse koopman en reder Cornelis Lampsins (1610-1664). De laatste bewoner van deze lusthof was Nicolaas Steengracht (1754-1840). Nadat zijn vrouw overleed, verhuisde hij in 1795 naar Den Haag en verkocht hij zijn buitenplaats Lammerenburg aan Leyn Francke, Laurens Verhage en Daniël Janse. Zij lieten deze grotendeels afbreken en de tuin met bossen rooien.
 
Fragment van de kaart van A. Hattinga uit 1750 met hierop buitenplaats Lammerenburg te Koudekerke
1. BUITENPLAATS LAMMERENBURG DOOR D.W.C EN A. HATTINGA IN 1750
Zicht op de voorzijde van buitenplaats lammerenburg omstreeks 1772 in Koudekerke   Alleen de twee L-vormige bijgebouwen op het voorterrein van de buitenplaats bleven behouden (de stenen torentjes die er tegen stonden werden wel gesloopt). Deze bijgebouwen waren in 1772 door Jan Arends vereeuwigd en stamden deels uit de zestiende eeuw (links) en (rechts) uit het begin van de achttiende eeuw. Ze werden op 10 maart 1798 verkocht aan Abraham Francke die ze liet inrichten als twee zelfstandige boerderijen, die de namen 'Lammerenburg' (links) en 'Groot Lammerenburg' (rechts) kregen. De boerderijen werden hierna verkocht en door twee verschillende families bewoond.
2.VOORZIJDE VAN LAMMERENBURG DOOR JAN ARENDS IN 1772    
fragment van het kadastraal minuutplan Koudekerke ter plaatse van buitenplaats Lammerenburg te Koudekerke omstreeks 1820   De twee boerderijen werden op het kadastrale minuutplan van 1832 aangeduid met de nummers G356 en G357 en lagen in het zogenaamde 'Koudekers Langeleen'. Het minuutplan toont echter ook een andere boerderij die de naam 'Klein Lammerenburg' droeg. Naast dit kleinere broertje werd na een brand in 1935 een nieuwe 'hof Lammerenburg' gesticht. Tot slot werd ook het buurtschap dat zich in de loop der jaren rond de boerderijen vormde aangeduid met de naam Lammerenburg, wat ongetwijfeld wel eens tot verwarring zal hebben geleid. Om nog grotere verwarring te voorkomen wordt de verdere geschiedenis van deze twee boerderijen hier verder per boerderij beschreven:
3. FRAGMENT KADASTRALE MINUUTPLAN KOUDEKERKE SECTIE G 1811-1832    

Boerderij Lammerenburg

De geschiedenis van de noordelijkste van de twee boerderijen, gaat mogelijk terug tot ver in de zestiende eeuw. Uit de oudst bewaardgebleven overloper van de Westwatering Walcheren uit 1574 blijkt namelijk dat toen op deze plek al een oude hofstede stond, waaruit of waarbij in 1633 buitenplaats Lammerenburg van Lampsins werd gesticht. Omdat niet precies zeker is of de oude hofstede op deze plek als zodanig zelf bleef bestaan of dat Lampsins deze omvormde tot zijn statige buitenhuis, is er voor gekozen hier alleen de geschiedenis te beschrijven van de boerderij die voortkwam uit de bijgebouwen bij de buitenplaats.

Vanaf 1806 blijkt bouwman Adam Pieterse eigenaar te zijn van de hofstede ´Lammerenburg´. Hij was gehuwd met de eveneens uit Koudekerke afkomstige Johanna de Witte. In de periode dat zij de hofstede bewonen is omstreeks 1850, uit noordwestelijke hoek, de hieronder afgebeelde aquarel van de twee boerderijen gemaakt. Hierop is ´Lammerenburg´ prominent in beeld. Links zijn het woonhuis met de bakkeet te zien en rechts daarvan ziet u met het donkere dak, de stalling met daarachter de stal. Het pad dat voor de beide boerderijen langs liep, is niet de Vlissingsestraat maar een eigen weg die der erven met elkaar verbond. De naam van de schilder bleef onbekend.
 
Schilderij van boerderij 'Groot Lammerenburg' te Koudekerke omstreeks 1850   Na het overlijden van Adam Pieterse op 20 juni 1959 werden de inboedel en beesten van de boerderij openbaar verkocht.(1) Zijn twee ongehuwde zonen Pieter en Andries Pieterse werden hierna ieder voor de helft eigenaar van de boerderij, die toen met adres B67 werd aangeduid. Een derde zoon van hem, Jan Pieterse huwde met Neeltje Adams.

Op 3 juni 1892 overleed op 75-jarige leeftijd de alleenstaande Andries. Zijn eveneens ongehuwde broer Pieter bleef hierna als enige eigenaar op de boerderij achter.(2) Hij behaalde de respectabele leeftijd van 83 jaar en overleed tenslotte op 6 februari 1899.
4. HOFSTEDE (GROOT) LAMMERENBURG TE KOUDEKERKE OMSTREEKS 1850 (S003)    
In 1899 wordt bij legaat de dan 59-jarige landbouwer Adam Janszoon Pieterse als nieuwe eigenaar van de boerderij aangewezen. Hij was de zoon van de eerder genoemde Jan Pieterse en Neeltje Adams en dus een volle neef van de overleden Pieter Pieterse. In de periode 1899-1911 blijkt landbouwer Piet Kasse op de hofstede te werken. Van hem is een foto bekend, gemaakt op de naburige hofstede 'Klein Lammerenburg' (zie foto) Adam Janszoon Pieterse was getrouwd met Adriana Louwerse die na het overlijden van haar man in 1911 eigenaar van de boerderij werd. Landbouwer Pieter de Pagter zal vanaf dat moment de bedrijfsvoering hebben overgenomen. In eerste instantie als pachter en vanaf 1924 als eigenaar.

Na bemoeienis van de Provinciale Zeeuwse Schoonheids- en Archeologische Commissie werd de monumentale zeventiende-eeuwse schuur, die reeds in zeer slechte staat verkeerde, op 4 mei 1921, in foto's en enkele pentekeningen vereeuwigd, alvorens deze werd gesloopt.(3) In 1922 werd de schuur vervangen door een nieuw exemplaar welke ten westen van de oude schuur werd gebouwd. Op de tekeningen van door P. Pelle, zijn de bijzondere muurbeëindigingen in de topgevel van de oude stal te zien die stammen uit de tijd dat dit gebouw deel uitmaakte van buitenplaats Lammerenburg. In die tijd bevond zich tussen de twee L-vormige gebouwen een poort die toegang bood tot de buitenplaats. (zie ook foto's S006 en S008).
 
Pentekening schuur boerderij Lammerenburg te Koudekerke   metselwerkdetail van topgevel boerderij Lammerenburg te Koudekerke
5. SCHUUR ' LAMMERENBURG' TE KOUDEKERKE (4-5-1921) (S007)   6. DETAIL METSELWERK (4-5-1921) (S008)
In 2012 werd Jaco Simons een achttal A4-tjes toegestopt door de inmiddels overleden Vlissingse oud-huisarts de heer Ad van Dijk. De tekstuele inhoud betrof een verhaal van één van de dochters uit het gezin van Pieter de Pagter en Jacoba van Keulen, mogelijk Jacomina de Looff-de Pagter. Zij heeft haar verhaal vermoedelijk in of net na 1935 geschreven naar aanleiding van een brand die de boerderij in dat jaar heeft verwoest. De tekst geeft desondanks prachtig weer hoe de boerderij er voor die tijd uit gezien moet hebben en is enigszins bewerkt om de leesbaarheid te bevorderen:

"Aan de straat stond een groot en een klein hek. Op het grote, witte hek stond met zwarte letters ’Lammerenburg’. Als je het hek open deed, was er een lange ’baan’ [toegangspad], met aan weerszijde een ligusterhaag en ervoor stonden elk voorjaar blauwe bloemen; ik meen dat het hyacinten waren. Halverwege, aan de rechterkant stond de schuur, die in 1922 was gebouwd [op de foto hieronder ziet u de toestand met oude schuur omstreeks 1920]; dan het varkenshok en het hondenhok met de waakhond. Aan het einde van de baan stond het huis met de grote zware voordeur met de koperen knop en het raam van het kelderhuis. Rechts het wagenhuis. Dat gedeelte was nog overgebleven van de oude schuur.
 
boerderij Lammerenburg omstreeks 1920 in Koudekerke   Vlissingsestraat te Koudekerke
7. DE BAAN NAAR HOFSTEDE 'LAMMERENBURG' OMSTREEKS 1920   8.MINUUTPLAN G02 1878 (BIJGEWERKT TOT 1923)
Links stond het schuurkot, waar de melkbussen en de emmers in stonden. Achter het huis was het toilet en het zandkot. Vóór de bakkeet [bakhuisje] stond een grote boom, met daaronder de welput [zoetwaterput] met een lier. Daarmee kon je een emmer water putten. Later is er een pomp opgezet. Daarnaast lag de schuur waar het melkgerei werd opgeschuurd.

In de boom zaten uilen. In de zomer hadden ze jongen. Overdag zag je ze niet, maar ’s avonds kwamen ze voor de dag. Als het donker was, dan was het een geroep en vlogen ze uit de boom om voeding voor de jongen te zoeken. Ik vond er, toen ik kind was, iets geheimzinnigs aan en durfde niet alleen naar buiten. Aan de linkerkant van het hof lag de boomgaard. Als wij zin in een appel of peer hadden, gingen wij er één halen. Lekker toch, zo rijp van de boom? Ik wandelde graag door de boomgaard. Ik weet nog wat er allemaal in stond. Aan de kant stonden winterperen, die ook als windscherm dienden. Verder sterappels, bergamot, goudrenetten, zoete appels, suikerperen en ook nog een soort waarvan ik de naam vergeten ben. Het was mijn paradijs. Vóór de boomgaard was de mangelput en aardappelput. Als die in de zomer leeg was, zetten mijn broers twee stokken aan de kant met een touw en een ring eraan. Dan gingen zij ringrijden. Ik zou op een zondag ook eens meedoen. Ik zou met een stok in mijn hand het ringetje er af steken, maar ik bleef met mijn gouden krul met strik in het touw hangen. Mijn strik was kapot. Wat was mijn vader boos op mij. Bij de goudsmid is die gemaakt. Mijn strik is gestolen, vijf jaar geleden.

Rechts achter het wagenhuis stond nóg een aardappelkelder. Als ik om een maaltje moest, om te schillen, vond ik het daar een beetje spookachtig. Er kropen hagedisjes in. Die leefden daar in de vochtige ruimte. Nu dan het huis aan de binnenkant. Als je de zware voordeur opendeed, zat er aan het slot een grote sleutel en onder en boven een grote grendel. Dan kwam je in de gang met de blauwe plavuizen. Er was een trapje aan de achterkant. Zo kon je naar de zolder. Links was er een schuifdeur en ook blauwe plavuizen op de vloer. Daar was het haardvuur met daarnaast de houtbak en daarboven de oven. Elke week bakten we 10 à 12 broden in van die grote rechthoekige broodblikken. Boven het haardvuur hing aan een ketting de zwarte ronde waterketel. Er lag een grote ijzeren plaat voor de haard, die lekker warm was. In het najaar, met de regen, kon je er je voeten warmen als we nat en koud ’van de koeien’ kwamen.

In de zomer woonden wij trouwens in de bakkeet; in de winter in het grote huis. Rechts van de gang was het kelderhuis. Daar stonden in een hoek melkbussen die we niet nodig hadden. Daarnaast een tafeltje met petroleumstellen en dan een rek met potten en pannen en poetsgerei. Aan de muur hingen haken om de jassen op te hangen. We hadden door heel het huis petroleumlampen. Grote en kleine. Dan was er een kleine gang met aan de linkerkant de kelderdeur en drie treden. Als je die deur open deed, was er een grote kelder met boorden en ook blauwe plavuizen op de vloer. Het ronde gewelf en de zijkanten waren witgekalkt. Als de kelderdeur dicht was, ging je een trapje op en was je in de ’opkamer’. Dat was de kamer van de dienstbode. Rechts was een trap naar de zolder met de bedstede voor de knecht.

Nu weer naar beneden. Daar had je de deur naar het grote huis. Daar waren twee bedsteden en keek je door de ramen op het plein en op het hof van de buren Aarnoutse, aan de achterkant. Er waren in de kamer blauwe, met wit bewerkte tegels. Allerlei soorten mannen en vrouwen hingen in tegelvorm boven de schoorsteen; een vogel in een kooitje hing boven de schouw. Hier stookten wij in de winter een kolenkachel met twee ovens er in. Als mijn vader
[Pieter de Pagter] in zijn krukstoel zat, stak hij zijn koude voeten in de oven. In de hoek hing een gebloemd gordijn. Daar was vroeger de deur naar de schuur. Die werd later dichtgemetseld, toen in 1922 de nieuwe schuur werd gebouwd. In het midden van de kamer stond de tafel; de stoelen stonden aan de kant. Er stond ook een kabinet met vijf bekers er op.

Dan was er een deur naar de mooie kamer. Daar waren bruinrode tegels aan de muur. De kamer was ook in die kleur geschilderd. Ik herinner mij de deur en de vensters (blinden) en de kast met de mooie glazen en porseleinen dingen. Er stond ook een kabinet met kommen er op. Daarin zaten mijn vaders kleren en spullen. Dan stond er nog een bureau met een mooi stel bekers er op. Dan nog een kast. Erop stond mijn pop in een klein kastje. Die pop heb ik nog. Die heb ik van mijn overgrootmoeder gekregen. Het zal nu wel meer dan 100 jaar geleden zijn, toen zij de kleertjes heeft gemaakt en de kraaltjes heeft gesnoerd.

Het huis aan de achterkant. Achter de bakkeet en het schuurhok was eerst het zandkot, dan de wc, daarachter stond het grote fornuis en een grote ronde ijzeren pot met deksel. Daarin kookten wij ’s maandags het waswater. Het was dan wasdag. ’s Middags moest ik daar kleine aardappels in koken voor de varkens. Als ze gaar waren pelde ik er een paar en met wat zout erop smaakten ze goed. Als je jong bent en je moet veel werk doen, lust je dat wel.
 
boerderij Lammerenburg omstreeks 1915-1925 in Koudekerke   Door het paadje kwam je langs het kelderraampje en het raam van de opkamer. Dan was er de deur naar het plein.

Daar stond het kippenhok en het eendenhok. Er stonden twee notenbomen. Er lag ook vaak een stapel hout van de gerooide en gezaagde bomen. Op oude foto’s kun je dat nog zien.

Op de foto
[zoals deze hier links uit ca 1915-1925] staat de oude schuur nog en kun je de ramen zien van het grote huis. Tegen de muur stond een druif.
9. ACHTERKANT VAN HET HUIS EN DE SCHUUR OMSTREEKS 1915-1925    
Dan weer terug naar het paadje. Daarlangs was de groentetuin, dan een sloot, de scheiding tussen het land van de buren en ons land. Daar begon de vijver langs het land naar de weiden. Daar was ook de drooglijn voor het wasgoed. Nog even terug naar de schuurstraat. Daar stond een rek met boorden. Dat noemden wij de teeltuin. We legden er de geschuurde emmers en potten en pannen en ’s maandags de geschuurde klompen op om te drogen. Teel betekent teil. We hadden van die grote ronde, rode teilen. Ze waren geglazuurd.
 
boerderijen Lammerenburg en Groot Lammerenburg omstreeks 1900 in Koudekerke   De schuur was in 1922 herbouwd en brandde in juli 1935 af. Dat is gekomen, doordat twee kinderen van vijf jaar met lucifers gespeeld hadden. Het waren broertje Lein en Willem Aarnoutse, een buurjongen die schuin tegenover ons woonde aan het begin van de Paauwenburgse baan, op een klein boerderijtje [zie onderstaande kaart]. Het grote hof Paauwenburg stond aan het einde van die lange baan. Als je onze schuur binnenkwam, was er eerst de paardenstal met vijf plaatsen voor de paarden. Dan was er een gang en dan de koeienstal met twaalf bochten voor de koeien die twee aan twee stonden. In die gang hingen jassen en stonden werkschoenen, klompen en laarzen.
10. LINKS DE OUDE SCHUUR VAN HOFSTEDE 'LAMMERENBURG' OMSTREEKS 1900    
De waterpomp voor drinkwater was voor de koeien. De kinderen hadden lucifers uit een jaszak gehaald en waren naar boven geklommen op de tilt, boven de koeienstal. Daar hadden zij in het stro een vuurtje gemaakt. Dat had ontzettend grote gevolgen. Ze waren bang geworden en zijn naar beneden gegaan en weggerend. Uren later kwamen zij weer voor de dag. Toen wisten wij pas wat ze gedaan hadden. Het was op een zaterdagmiddag. Het was prachtig weer. Mijn vader was met broer Simon om voerhooi naar de Groeneweg. Daar hadden wij nog twee hectare weiland. Nu is dat de Galgeweg, meen ik, waar die grote huizen staan [Moesbos, Der Boede]. Wij zaten in de bakkeet. Ik was mijn kralen aan het rijgen. Het werd ineens donker. Ik keek naar buiten en riep vol ontzetting: “De schuur staat in brand!" We zijn naar buiten gerend en moesten machteloos toezien dat de schuur afbrandde.
 
topografische kaart 1925 met aangifte van boerderij Groot Lammerenburg de Koudekerke
11. TOPOGRAFISCHE KAART 1925 MET AANGIFTE VAN 'LAMMERENBURG' EN DE RESTANTEN VAN DE TUIN BIJ DE BUITENPLAATS
Achter het hof waren drie weiden. De voorste wei, de troenkwei [wei met wilgen] en de kommewei [vijver met komvorm]. De laatste noemden wij zo omdat er in het midden een grote ronde waterput lag. Het was zoet water, want de koeien, schapen en paarden hadden zodoende drinkwater. Het was er heel mooi, want in die put groeide riet, gele lis en waterplanten waar de kikkers een goed leven hadden. ’s Morgens vroeg, als mijn vader en ik de koeien zaten te melken, was het een gezang van belang. Af en toe kwam er eens een reiger om een visje te verschalken of een paling misschien.

Aan de kant tussen de kommewei en de troenkwei groeiden hoge braam struiken. Er hingen zoveel bramen in, dat het er zwart en blauw van zag. Er is menig braampje geplukt. En bossen gele lis gesneden. We hadden er wel een paar natte voeten voor over, want ze stonden vanzelf in het water. In de troenkwei stonden de wilgen in rijen. Daar waren wilde eenden en duiven en hadden nesten in de wilgen. Daar was het een gekoer van duiven en gekwek van eenden. Aan de andere kant was de vijver waarin waterhoentjes zwommen. De koeien liepen er niet zo graag; het gras was daar niet lekker genoeg onder die bomen. Het was niet zo’n grote wei. In de winter werden er een paar rijen geknot en werden er musterds
[het fijnste hout dat bij het knotten vrijkwam] van gemaakt. Die musterds stookten wij in de oven en in het haardvuur in de bakkeet.

In de voorste wei stond rechts, vanaf de dam en het kleine hekje, ook een rij wilgen. En dan schuin naar beneden, naar de vijver. Daar groeide riet en er lag eendenkroos op het water. Links bij het hek stond een grote notenboom. In het najaar hingen er veel noten aan. We hebben menige noot geknuppeld. Ze smaakten heerlijk. De kraaien lustten ze ook, dus we gingen kijken of er onder de boom lagen. Als het warm was lagen de koeien in de schaduw. Aan de kant van de wei stonden veel meidoorns en wilde roosjes. Als die bloeiden, was dat een prachtig gezicht. Ik plukte wel eens een wilde roos of bloeiende meidoorn. Er zaten merels, lijsters en andere vogeltjes in te broeden. Ik was boos als de jongens de eitjes uit de nestjes haalden. Ik hou van de natuur, van alles dat leeft en groeit en bloeit. In de wei groeide gras en klaver, pinksterbloemen en boterbloemen. Dat lustten de koeien niet, dus die lieten ze mooi staan. Ook stonden er madeliefjes. Daar kon je een mooie krans van maken. Dat deed ik als kind graag. Aan de kant tegen de kommewei was een laagte. In de winter konden wij er schaatsen.
In 1944 is alles verwoest door die waanzinnige oorlog.
 
brand in de nieuwe schuur van boerderij Lammerenburg in 1935   Vlissingsestraat te Koudekerke
12. BRAND IN DE NIEUWE SCHUUR VAN 'LAMMERENBURG' OP 25 JULI 1935   13. LUCHTFOTO OMSTREEKS 1970 (S001)
Bij de brand op 25 juli 1935 gingen niet alleen de nieuwe schuur en de daarin opgeslagen 25 ton hooi verloren. Ook drie kalveren en drie geiten vonden de dood. Verder werden de landbouwwerktuigen, vier rijwielen en een veerwagen vernietigd. Zoon Lein de Pagter en buurjongen Willem Aarnoutse die een vuurtje hadden gestookt in de schuur meldden trouwhartig "we hebben nog geprobeerd om het uit te piesen". Tijdens de bluswerkzaamheden door de toegesnelde brandweer bleek ook onvoldoende bluswater voorradig te zijn, maar kon het aangrenzende woonhuis net voldoende nat gehouden worden zodat het gespaard bleef.(4)

De verzekering dekte de schade en in 1935 kocht het gezin een voormalige boomgaard aan de Zuidbeekseweg waar ze een nieuwe boerderij lieten bouwen die wederom de naam 'hof Lammerenburg' kreeg. Na de sloop van de grotendeels afgebrande boerderij van Piet de Pagter werd de grond verkocht aan timmerman en aannemer Jan Geldof. Hij liet aan de Vlissingsche weg enkele woonhuizen bouwen en op de plek van de voormalige boerderij verrees een nieuwe moderne schuur. Later zijn er op het terrein nog meer schuren gebouwd zoals te zien is op de hiervoor getoonde luchtfoto uit circa 1970 die door Ad van Dijk ter beschikking werd gesteld. De vijver in de kommewei waarover de boerendochter schreef, was een restant van een ronde vijver uit de tuin van de vroegere buitenplaats die zelfs toen nog zichtbaar was.

De familie De Pagter verkocht boerderij 'Lammerenburg' in 1950 aan de Vlissingse huisarts Albertus Staverman, die het op zijn beurt in 1952 doorverkocht aan Sara Klaasen, groentenhandelaarster uit Terneuzen. Het huis heeft de stedelijke uitbreidingen doorstaan, de bijbehorende schuur moest, net als 'Groot Lammerenburg' en 'Klein Lammerenburg' wijken voor de uitbreiding van de wijk Rosenburg.
 

Boerderij Groot Lammerenburg
 
De boerderij die 'Groot Lammerenburg' werd genoemd was qua opzet het spiegelbeeld van hofstede 'Lammerenburg', alleen het woonhuis was iets kleiner en anders georganiseerd. Ook deze boerderij had een eigen baan die vanaf de Vlissingsestraat de boerderij ontsloot, zoals te zien is op onderstaand fragment van het kadastraal minuutplan uit 1832, waarop de hofstede werd aangeduid met G357.

Aan het begin van de negentiende eeuw was bouwman Antonie Kooman eigenaar van deze boerderij die hij bewoonde met zijn vrouw Maria Vogel. Zij kregen alleen een dochter die in 1833 overleed.
 
fragment van het kadastraal minuutplan Koudekerke ter plaatse van buitenplaats Lammerenburg te Koudekerke omstreeks 1820   Zo was er geen erfopvolger wat vermoedelijk de reden van de openbare verkoping was die op 26 mei 1841 werd georganiseerd door notaris Jan Loeff.

Uit advertenties die voorafgaand aan de verkoping in de Middelburgsche Courant werden gepubliceerd valt af te leiden dat de hofstede toen bestond uit een huis, schuur, stalling, bakkeet en verdere opstal. Het geheel had een omvang van 4 bunders en 59 roeden aan erf, wei- en bouwland, boomgaard en bos.(5) Opmerkelijk voorwaarde bij de verkoop was dat het woonhuis pas vanaf maart 1842 kon worden betrokken en dat de rest van de hofstede pas na 1 mei 1842 mocht worden gebruikt.
14. FRAGMENT KADASTRALE MINUUTPLAN KOUDEKERKE SECTIE G 1811-1832    
De Vlissingse landbouwer Pieter Pouwer werd de nieuwe eigenaar van hofstede 'Groot Lammerenburg' op adres B30. Hij was gehuwd met de West-Souburgse Maatje Janse en had een zoon en dochter. Enkele jaren na de aankoop van de boerderij, in 1845, overleed hun enige zoon Pieter Pouwer op 20-jarige leeftijd. Hun dochter Elisabeth Pouwer huwde in 1846 met landbouwer Janis Aarnoutse.

Op 17 december 1864 overleed Janis op 39-jarige leeftijd en kort hierna, op 1 maart 1865, overleed ook Elisabeth's moeder Maatje Janse. Vader en dochter bleven beiden zonder echtgenoot achter en zodoende besloot Elisabeth met haar kinderen bij haar vader op de boerderij in te trekken. Haar zoon Janis Aarnoutse, die kort voor het overlijden van zijn vader was geboren, groeide op de boerderij op en nam enige tijd na het overlijden van zijn opa Pieter Pouwer (op 14-03-1890) de boerderij over. Zijn moeder bleef tot 1905 op de boerderij wonen, toen haar kleinzoon Janis Janiszoon Aarnoutse eigenaar van de boerderij werd. Zijn huwelijk met Adriana Barentsen leverde elf kinderen op.

In 1925 werd er 'herbouw' in de perceelsgewijze leggers bijgeschreven. Onduidelijk is welk deel van de boerderij werd herbouwd, vermoedelijk een deel van de woning om het grote gezin beter te kunnen huisvesten. In 1935 werd 'Groot Lammerenburg' opgeschrikt door een brand in de schuur van het naburige 'Lammerenburg'. De schade bij de familie Aarnoutse bleef gelukkig beperkt.

Janis Janiszoon Aarnoutse overleed op 21 augustus 1937, kort nadat hij grond aan de Vlissingsestraat had verkocht aan de Vlaardingse arts dr. Pieter Gilles Kousemaker, die er vervolgens drie huizen liet bouwen. "Dàt kunnen we zelf ook!", moet Adriana Barentsen gedacht hebben want in 1938 liet zij een bouwterrein aan de Vlissingsestraat van haar boerderij afsplitsen waarna er nog eens vier woningen verrezen en de boerderij verder aan het zicht vanaf de Vlissingsestraat werd onttrokken.
 
topografische kaart 1972 met aangifte van boerderij Groot Lammerenburg de Koudekerke
15. FRAGMENT TOPOGRAFISCHE KAART 1972 MET AANGIFTE VAN HOFSTEDE GROOT LAMMERENBURG
Kort hierna werd haar zoon Leunis eigenaar van de boerderij die zowel de Tweede Wereldoorlog als de hierop volgende inundatie doorstond. De kwaliteit van de boerderij ging in de jaren erna hard achteruit. De boerderij bevond zich toen inmiddels al niet meer op Koudekerks grondgebied want in 1966 werd het buurtschap Lammerenburg bij Vlissingen gevoegd en in 1969 werd de Vlissingsestraat hernoemd tot Gebrandystraat.

De uitbreidingen van de stad Vlissingen slokten in de jaren erna steeds meer gronden rond de boerderij op waarna deze tenslotte in 1977 zelf moest wijken voor de stedelijke uitbreiding. De laatste bewoners van Groot Lammerenburg waren Leunis en Marinus Aarnoutse. Onderstaande foto's, die beschikbaar zijn gesteld door het Gemeentearchief Vlissingen tonen de boerderij vlak voor deze gesloopt werd. Hierop is duidelijk te zien dat ook deze boerderij net als zijn noordelijke broer bijzondere metselwerkdetails bevatte. (zie ook foto's S006 en S008)
 
buitenplaats lammerenburg in 1977   buitenplaats lammerenburg in 1977
16. DE RESTANTEN VAN HOFSTEDE 'GROOT LAMMERENBURG' OP MAART 1977   17. TOPGEVEL 'GROOT LAMMERENBURG' (1977)
Vlissingsestraat te Koudekerke   De hiernaast afgebeelde kleurendia is mogelijk de allerlaatste afbeelding die van de boerderij is gemaakt. Hij werd beschikbaar gesteld door huisarts Ad van Dijk. Met de sloop in 1977 verdween het laatste gebouw van de voormalige buitenplaats Lammerenburg. Door de bouw van de Vlissingse wijk Rosenburg verdwenen vervolgens ook de restanten van de vijvers uit het landschap. Nu herinnert slechts de naam van een speeltuin en het wijkje Lammerenburg aan de buitenplaats waar de boerderijen Groot Lammerenburg en Lammerenburg uit voort kwamen. Tussen de huisnummers 64 en 68 ligt nog wel een paadje dat vroeger het toegangspad was naar de hofstede.

Zoals eerder werd vermeld was er in de Zuidbeekseweg ook nog een boerderij Klein Lammerenburg. Deze werd begin 20e eeuw bewoond door Jan Koole. (6)
18. BOERDERIJ GROOT LAMMERENBURG TIJDENS DE SLOOP (S004)    
 
 
copyright © 2001-2017 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 19 11 2016

locatie:
Gebrandystraat, Vlissingen


bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb.1: atlas hattinga, deel 8, 1750
afb.2: Jan Arends, 1772
afb.3: minuutplan G, 1811-1832
afb.4-6: Ad van Dijk
afb.7: beeldbank GV FA30130
afb.8: minuutplan G02, 1878-1923
afb.8: beeldbank GV FA11642
afb.9: archief Jan Roose
afb.10: beeldbank GV FA6159
afb.11: archief Jan Roose
afb.12: topografische kaart 1925
afb.13: minuutplan G, 1811-1832
afb.14: topografische kaart 1972
afb.15: beeldbank GV FA6762
afb.16: beeldbank GV FA6763
afb.17: Ad van Dijk

geraadpleegde bronnen:
- Roose, J. en Roose, W.P., Ons dorp Koudekerke, 1930-1960, Klaaswaal, 1993
- Broeke, M. van den, Buitenplaatsen op Walcheren, leven en werk van Jan Arends, 1738-1805, Amersfoort, 2001
- Simons, J., Klaver Vier; wijkkrant voor Paauwenburg (jaargang 18 nummer 3 en 4), Vlissingen 2012
- Ad van Dijk
- Jaco Simons
- Elizabeth Kaboord van Vlaanderen
- Zeeuws Archief (ZA)
- Atlas Hattinga, Kaart van Walcheren [blad 8], (1750), (ZA inv. nr. 23)
- Kadastrale minuutplans 1878, 1923 en 1941 (ZA)
- Overlopers/Vergaarboeken uit Polder Walcheren (ZA inv.nr. 933)
- Handschriftenverzameling
Rijksarchief Zeeland (ZA inv.nr. 1205)
- Perceelsgewijze kadastrale leggers
(ZA inv.nrs. 1473-1479)
- Geboorteakten Koudekerke
1811-1909 (ZA)
- Huwelijksakten Koudekerke
1811-1934 (ZA)
- Overlijdensakten Koudekerke
1811-1959 (ZA)
- Gemeentearchief Vlissingen (GV)
- www.kranten.kb.nl
- www.krantenbankzeeland.nl
- www.zeeuwengezocht.nl
- www.watwaswaar.nl

voetnoot 1:
bron: Middelburgsche Courant 7-4-1859

voetnoot 2:
bron: Middelburgsche Courant 3-6-1885

voetnoot 3:
bron: Vlissingse Courant 30-5-1922

voetnoot 4:
bron: Vlissingse Courant 22-7-1935

voetnoot 5:
bron: Middelburgsche Courant 13-5-1841

voetnoot 6:
bron: Elizabeth Kaboord van Vlaanderen