Logo koudekerke.info
voor 600 | 600-1200 | 1200-1650 | 1650-1800 | 1800-1850 | 1850-1900 | 1900-1940 | 1940-1944 | 1944-heden
algemeen
religie
boerderijen
buitenplaatsen
- der boede
- ter hooge
- lammerenburg
- steenhove
- zwanenburg
- paauwenburg
- westerwijk
- grooten boomgaard

veldnamen
molens
grondgebruik
kustzone
buitenplaats Lammerenburg te Koudekerke
buitenplaats Lammerenburg
 
Speculum Zelandiae uit 1650 met de gravure van buitenplaats Lammerenburg   Portret van Cornelis Lampsins, stichter van buitenplaats Lammerenburg te Koudekerke
1. LAMMERENBURG OP DE GRAVURE UIT SPECULUM ZELANDIAE, CIRCA 1650 blank 2. PORTRET VAN CORNELIS LAMPSINS
Net als veel andere buitenplaatsen op Walcheren is ook buitenplaats Lammerenburg ontstaan uit of nabij een oude hofstede. Deze bevond zich destijds in het zogenaamde 'Matthijs Coppe Lems block' aan de Koudekerkse zandweg, ter hoogte van de huidige Gerbrandystraat 16-116 in Vlissingen. In de oudst bewaardgebleven overloper van de Westwatering Walcheren uit 1574 komen we Paulus Geleynssen tegen die dan eigenaar is van wat letterlijk "d'oude hofstede" wordt genoemd en een omvang had van 152 roeden. Deze oude hofstede blijkt omstreeks 1581 in bezit te zijn van de kinderen van ene Symon Jan Boene. Uit de overloper van 1585 blijkt dat Francois de hofstede van Adriaen Gheens verkreeg en dat daar toen ene Cornelis Huge Bridts (wellicht een bijnaam?) woonde. Bij de hofstede behoren dan 7 gemet en 13 roeden land.

Het hofje wisselde rond 1600 opnieuw van eigenaar toen de uit Oostende afkomstige koopman Cornelis Muenicx de hofstede van Francois van de Bogaerde kocht. Bij deze verkoop werden twee stukken grond samengevoegd en bleek ene Jan Lourys de grond te pachtten. Cornelis Muenicx(1) was bewindhebber van de VOC te Middelburg en daarin op enig moment zelfs de grootste aandeelhouder met een geïnvesteerd vermogen van f. 50.000,-. Dat hij zeer vermogend was blijkt ook uit andere aankopen want hij kocht niet alleen deze oude hofstede, maar ook de naastgelegen hofstede die later 'Klein Lammerenburg' zou worden genoemd.

Na het overlijden van Cornelis Muenicx in 1618 verkreeg Nicasia Muenicx(2) beide hofsteden inclusief de daarbij horende boomgaarden en blijkt dat de oude hofstede en de bijbehorende gronden met een omvang van 7 gemet en 153 roeden werden gepacht door Marinus Wijnands weduwe. Uit de overloper van 1648 valt vervolgens op te maken dat Cornelis Lampsins de hofstede inmiddels van Elisabeth Honing, weduwe van de Rekenmeester van Watervliet had overgenomen. Dit moet in of net voor 1633 zijn geweest. Elisabeth Honing moet de hofstede dus al hiervoor verkregen hebben van de eerder genoemde Nicasia Muenicx. Pieter Maartenszoon de Klerck blijkt dan als pachter op deze hofstede te werken.

De familie van de in Vlissingen geboren koopman en reder Cornelis Lampsins (1600-1664), kwam net als de famlilie van Cornelis Muenicx uit Oostende (België), waar zij handelsbelangen hadden. Cornelis Lampsins was de zoon van Cornelis Lampsins (1540-1624) en Maria Muenicx (1538-1610), die op haar beurt dochter van een schepen en burgemeester te Oostende was. De families verruilden Oostende aan het einde van de zestiende eeuw voor Vlissingen vanwege de onrust in Vlaanderen. De Lampsins verdienden vervolgens zeer goed met de handel op West-Indië en het Caribisch gebied (o.a. Tobago). Naast de koophandel vergaarden zij hun kapitaal ook met de kaapvaart en de slavenhandel. Vanaf 1631 was Cornelis Lampsins afwisselend raad en schepen van Vlissingen en was hij sinds 1633 bewindhebber van de West Indische Companie (WIC). Van 1650 tot 1653 was hij Burgemeester van Vlissingen en in 1654 werd hij gecommiteerde der Staten-Generaal.

In 1633 liet Lampsins, de inmiddels verdwenen buitenplaats Lammerenburg aanleggen. Het hofje was één van de eersten in z'n soort op Walcheren in een periode, waarin de aandacht voor het 'buiten' wonen toe begon te nemen. Hoewel klein van omvang, was het toch een kostbaar bezit, dat als zomerverblijf dienst deed. Lampsins zag in, dat hij met de aanleg van buitenplaatsen zijn macht en rijkdom kon etaleren. Lammerenburg maakte namelijk deel uit van een serie nieuwbouwprojecten die Lampsins rond Vlissingen liet aanleggen. Net als Lammerenburg verwijzen die hofjes bij wijze van woordspeling naar zijn familienaam: Lammerenvliet, Lammerenweyde (en Baskenburg).
 
Schilderij van buitenplaats Lammerenburg te Koudekerke door Willem Schellinkx voor 1650   De trotse Lampsins liet zijn buitenplaats in Koudekerke door Willem Schellinckx vastleggen op een schilderij, waarop vermoedelijk hijzelf in zijn eigen rijtuig is afgebeeld voor zijn buitenplaats. Hieruit valt op te maken, hoe de buitenplaats er toen moet hebben uitgezien. Het hof Lammerenburg bestond uit een ondiep huis met trapgevels en een torentje. Een zware stenen poort sloot het voorplein af waaraan een boerderij met kleine toren stond. Achter het huis lag een siertuin en rondom het huis diverse boomgaarden. Voor de stenen poort lag een dreef, met aan de weg een houten hek. Het huis kreeg later een trapgeveltje boven de ingang. Die situatie, welke tot 1700 ongewijzigd bleef, is vastgelegd op een vergelijkbare afbeelding, welke in de Speculum Zelandiae is opgenomen (zie afbeelding 1).
3. SCHILDERIJ LAMMERENBURG DOOR WILLEM SCHELLINKX VOOR 1650    
In Vlissingen liet Cornelis Lampsins in 1641 aan de Nieuwendijk ook nog een imposant classicistisch patriciërshuis mét uitkijktoren bouwen. Hiermee onderstreepte hij nogmaals zijn moderne karakter omdat deze bouwstijl nog niet eerder in Zeeland was toegepast. Op 2 september 1664 overleed Cornelis Lamsins. Hij en zijn echtgenote Tanneken Geleyns Boer geseyt Schot hadden twee zonen. De jongste zoon Geleyn en zijn echtgenote Aletta Coymans bezaten de buitenplaats Bossenburg. De oudste zoon, Johan Lampsins, erfde het buitenverblijf Lammerenburg, welke hij met zijn vrouw Margaretha Veth bewoonde.

In 1693 vraagt Johan Lampsins toestemming om de weg voorlangs zijn buitenplaats te verleggen, zodat hij zijn tuin verder kan uitbreiden en voorzien van een barokke indeling. Blijkbaar werd deze toestemming verleend want later blijkt op de kaart van Hattinga (omstreeks 1750), dat de nieuwe symmetrische tuinaanleg is gerealiseerd en de weg voorlangs de buitenplaats is verlegd. Verder werden de oude schuurtjes vervangen door stenen L-vormige gebouwen en er verscheen een tweede identieke stenen torentje op het voorplein. De stenen voorpoort, welke door de uitbreidingen aan beide zijden werd ingeklemd door de bijgebouwen blijkt aanvankelijk gespaard te zijn gebleven, en pas later te zijn afgebroken, vermoedelijk voor 1750. De versierde zijmuren van de poort bleven tot de sloop van de bijgebouwen bewaard (zie foto's S006 en S008). In de twee bijgebouwen bevond zich een complete boerderij met stal, koetshuis, tuinmanswoning, schuur en twee bakketen. In de tuin werden doolhoven, parterres en twee lange zichtvijvers aangelegd.
 
Fragment van de kaart van A. Hattinga uit 1750 met hierop buitenplaats Lammerenburg te Koudekerke
4. BUITENPLAATS LAMMERENBURG DOOR D.W.C. EN A. HATTINGA IN 1750
Johan Lampsins heeft van de realisatie niet lang kunnen genieten want in 1695 overleed hij en in 1713 volgde zijn echtgenoot, waarna zijn zoon Cornelis eigenaar van het buitenverblijf werd. Nadat Cornelis Lampsins in 1729 ongehuwd was overleden, kwam de buitenplaats in handen van Aletta Lampsins, die gehuwd was met predikant Herman Gideon Clement. Zij lieten vermoedelijk ook een 'nieuwe Boere woning' bouwen die werd genoemd in het hieronder afgebeelde advertentie in de Amsterdams Courant waarin op 7 augustus 1734 de openbare verkoping van de buitenplaats aangekondigd werd:
 
Fragment van de kaart van A. Hattinga uit 1750 met hierop buitenplaats Lammerenburg te Koudekerke
5. ADVERTENTIE IN DE AMSTERDAMSE COURANT VAN 7-8-1734
Lammerenburg werd hierna aan Johan Westerwijk verkocht. Hij was een rijk man, die in 1727 was teruggekeerd uit Oost-Indië en ook een pand liet bouwen in Vlissingen. In 1733 werd hij raad der stad Vlissingen en bewindhebber der West-Indische Compagnie. Westerwijk was ongehuwd maar op zijn buitenplaats woonde een nicht bij hem in huis, die hem tot een huwelijk wilde dwingen, waarbij zij het leven verbitterde. Hevige ruzies waren het gevolg, die op 11 juli 1735 zelfs restuleerden in de zelfmoord van Westerwijk! Hij heeft zich toen, in een afgelegen hoek van de tuin, met een pistool door het hoofd geschoten. Omdat zelfmoord in die dagen strafbaar was, en pas kort daarvoor een zelfmoordenaar als straf buitendijks was begraven, werden de bedienden omgekocht om te zwijgen, en werd het lijk op 15 juli 1735 met statie naar de kerk gereden en onder een wapenbord begraven. Het geheim lekte echter uit en de baljuw mr. Gerard de Normandie kwam in verzet. De zaak had nog heel wat voeten in de aarde, doch werd bij overeenskomst afgehandeld. Een legende over de dood van Johan Westerwijk beschrijft een iets andere reden voor de zelfmoord van Johan Westerwijk. Hij zou naijverig zijn geweest op de eigenaar van het even later gebouwde patriciërshuis tegenover dat van hem in Vlissingen omdat men dat een mooier huis vond dan dat van hem. (3)

De buitenplaats was dus maar heel even eigendom was van Johan Westerwijk en vererfde op zijn neef Andries Westerwijk Forsberg. Deze was burgemeester en raad van Veere. Hij verkocht de hof en land voor £ 1991:2:0 op 6 oktober 1761 aan Johan Steengracht (1727-1785).(4) Deze was advocaat-fiscaal bij de admiraliteit van Zeeland en in 1754 getrouwd met de Zierikzeese burgemeestersdochter Jacoba Magdelena Ockersse waardoor hij na de dood van zijn schoonvader de ambachtsheerlijkheden Oosterland, Sir Jansland en Oosterstein op Duiveland erfde.

Johan Steengracht liet Lammerenburg kort na zijn aankoop verbouwen. Hiertoe liet hij in 1765 in Middelburg een ontwerptekening maken voor zijn huis. Een plattegrond van de voorzaal en wandaanzichten van de beoogde betimmeringen zijn opgenomen in het boek van Martin van den Broeke uit 2001 waarin de buitenplaats wordt beschreven (zie geraadpleegde bronnen). Waarschijnlijk is ook het torentje in deze periode verhoogd. Naast het huis werd ook de tuin tussen 1762 en 1772 verder uitgebreid en voorzien van enkele rococo-bosketten. Hiervoor moesten mogelijk enkele oudere bospartijen wijken. Dit blijkt uit enkele verkopen, welke werden aangekondigd in de Middelburgsche Courant.
 
Zicht op de voorzijde van buitenplaats lammerenburg omstreeks 1772 in Koudekerke   Op woensdag 22 januari 1766 werd op de buitenplaats een partij olmen- en essenbomen, kapsel en snoeisel verkocht.(5) In 1768, 1770, 1773, 1774, 1776, 1779 en 1796 volgden nog meer verkopingen van partijen olmen, essen, wilgen en kaphout.(6) Vanuit de grote (voor)zaal kreeg men door de nieuwe tuinaanleg een doorzicht in noordelijke richting, over een bloem- parterre en door een laan, die zich aan de overzijde van de Zuurbeekseweg voort zette. Er werden drie nieuwe vijvers gegraven en aan de overzijde van de Koudekerkse zandweg werd een groot slingerbos aangelegd wat aansloot op buitenplaats Paauwenburg.
6.VOORZIJDE VAN LAMMERENBURG DOOR JAN ARENDS IN 1772    
Zicht op de achterzijde van buitenplaats lammerenburg omstreeks 1772 in Koudekerke   De ontwerper van de tuin is onbekend gebleven, al vertoont het ontwerp overeenkomsten met de tuin van Ter Hooge, welke naar een ontwerp van Jean de Lage is aangelegd. De link met Ter Hooge was in deze periode niet gek omdat dit eigendom was van de zwager van Johan Steengracht.

Ter afsluiting van de transformatie van de tuin liet Johan Steengracht in 1772 een zestal gekleurde tekeningen maken door Jan Arends waarvan er hiernaast een drietal wordt getoond.
7.ACHTERZIJDE VAN LAMMERENBURG DOOR JAN ARENDS IN 1772    
Zicht op het chineese tuinhuis in de tuin van buitenplaats lammerenburg omstreeks 1772 in Koudekerke   Op een van de tekeningen van Jan Arends is een Chinees tuinhuisje te zien. Dit was een typisch product van een tijd waarin tuinen in West-Europa werden verfraaid met dergelijke folly-achtige bouwsels. Op Walcheren was het ondanks dat een zeldzaamheid. Noordoostelijk van het huis werd in het najaar van 1779 nog een zogenaamd Engels Bosje aangelegd.

In 1785 liet Johan Steengracht, kort voor zijn dood, Lammerenburg nog vastleggen op een kaart, welke gemaakt werd door H.A. van Guldener. Die situatie bleef tot 1795 in stand, het jaar waarin de buitenplaats grotendeels werd gesloopt.
8.ZICHT OP CHINEES TUINHUIS VAN LAMMERENBURG DOOR JAN ARENDS IN 1772    
fragment van het kadastraal minuutplan Koudekerke ter plaatse van buitenplaats Lammerenburg te Koudekerke omstreeks 1820   Na de dood van Johan Steengracht in 1785 werd zijn zoon Nicolaas Steengracht (1754-1840) eigenaar van het buiten. Kort hiervoor was diens echtgenote Johanna Petronella van der Poort gestorven. In 1795 verhuisde Nicolaas naar Den Haag en verkocht hij de buitenplaats aan Leyn Franke, Laurens Verhage en Daniël Janse. Zij lieten de buitenplaats grotendeels afbreken en de tuin met bossen rooien. Ze verkochten de grond drie jaar later aan Abraham Francke . Alleen de bijgebouwen op het voorterrein bleven behouden en werden ingericht als twee zelfstandige boerderijen die Lammerenburg en Groot Lammerenburg werden genoemd en en tot 1921 en 1977 zouden blijven bestaan. Lees verder
9. FRAGMENT KADASTRALE MINUUTPLAN KOUDEKERKE SECTIE G 1811-1832    
 
 
copyright © 2001-2017 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 19 11 2016

locatie:
Gerbrandystraat, Vlissingen


bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb. 1: speculum zelandiae ca 1650
afb. 2: zeeuws maritiem muZEEum
afb. 3: zeeuws maritiem muZEEum
afb. 4: atlas hattinga, deel 8, 1750
afb. 5: Amsterdamse Courant 1734
afb. 6: Jan Arends, 1772
afb. 7: Jan Arends, 1772
afb. 8: beeldbank GV FA6159
afb. 9: minuutplan G, 1811-1832

geraadpleegde bronnen:
- Broeke, M. van den, Buitenplaatsen op Walcheren, leven en werk van Jan Arends, 1738-1805, Amersfoort, 2001
- Wijck, H.W.M. van der, Het Arkadisch Walcheren, getekend door Jan Arends, 1770-1790, Alphen aan den Rijn, 2001
- Jaco Simons
- Koninklijke Bibliotheek
- Zeeuws maritiem muZEEum
- Zeeuws Archief (ZA)
- Overlopers/Vergaarboeken uit Polder Walcheren (ZA inv.nrs. 280,282,282a)
- Overloper uit Rekenkamer van Zeeland, gedeponeerde archieven (Rekenkamer II) (ZA inv.nr. 1153)
- Handschriftenverzameling
Rijksarchief Zeeland (ZA inv.nrs. 1203,1204 en 1205)
- Gemeentearchief Vlissingen (GV)
- www.kranten.kb.nl
- www.zeeuwengezocht.nl
- www.watwaswaar.nl

toelichting afbeelding 2:
Portret van Cornelis Lampsins baron van Tobago (1600-1664), circa 1655 door anonieme schilder, foto & collectie: Zeeuws Maritiem muZEEum te Vlissingen.

voetnoot 1:
Er is hier gekozen voor de meest voorkomende schrijfwijze voor 'Muenicx', er werd vroeger ook wel Munnikx of Meunicx geschreven

voetnoot 2:
Nicasia Muenicx was toen reeds gescheiden van Nicolaas Claissen Honing (1557-1615)

voetnoot 3:
bron: Vlissingse Courant 07-06-1920 en 17-10-1934

voetnoot 4:
bron: Archief Rekenkamer van Zeeland D 69411, Transporten onroerend goed Walcheren (2) 1757-1805

voetnoot 5:
bron: Middelburgsche Courant 14-1-1766

voetnoot 6:
bron: Middelburgsche Courant 31-12-1767, 6-1-1770, 16-1-1773, 29-12-1774, 24-12-1776, 5-1-1779 en 2-1-1796