Logo koudekerke.info
voor 600 | 600-1200 | 1200-1650 | 1650-1800 | 1800-1850 | 1850-1900 | 1900-1940 | 1940-1944 | 1944-heden
algemeen
buitenplaatsen
- moesbosch
- westerbeek
- toornvliet
- vijvervreugd
- zeerust
- de triton
- bon repos
- anderwijk
- essenvelt
- de parel
- lustenburg

ontwikkeling dorp
infrastructuur
boerderijen
kustzone
wijk 't zand
buitenplaats Vijvervreugd te Koudekerke
Buitenplaats Vijvervreugd
 
fragment kaart hattinga 1750, met aangifte van de buitenplaats Vijvervreugd te Koudekerke
1. BUITENPLAATS VIJVERVREUGD OP FRAGMENT ATLAS HATTINGA UIT 1753
Gelegen nabij de buitenplaatsen Toornvliet, Ter Hooge en Zeerust werd ooit de inmiddels verdwenen buitenplaats Vijvervreugd gesticht. Direct aan de zandweg richting Koudekerke bevond zich het herenhuis, iets wat in vergelijking met andere buitenplaatsen rond Koudekerke vrij ongebruikelijk was. Uit kaarten van Walcheren is af te leiden, dat deze buitenplaats tussen 1678 en 1750 moet zijn ontstaan al is het aannemelijk dat de oorsprong dichter bij 1750 ligt dan bij 1678. In 1750 gaf Hattinga de buitenplaats voor het eerst aan en had het al een behoorlijke omvang, maar had het nog de naam Vijverzicht. Op bovenstaande kaart is de naam duidelijk gecorrigeerd. Zeker is dat de buitenplaats zijn naam dankt aan de achter het herenhuis aanwezige vijvers. Zo is er op de bovenstaande kaart in de tuin een L-vormige vijver te zien en een soort rechthoekige gracht, welke met elkaar in verbinding stonden. Het eiland in de rechthoekige vijver is ooit bebouwd geweest, mogelijk stond hier de menagerie.(1)

De vermoedelijk eerste eigenaar van Vijvervreugd was de heer Johannes Cocquelle die de buitenplaats vooral als zomerverblijf zal hebben gebruikt en de rest van het jaar in zijn woning in Middelburg verbleef. Johannes werd aan het eind van de zeventiende eeuw geboren in Middelburg. In de tweede helft van 1703 werd hij toegelaten tot de Latijnse School, om daar vervolgens in 1709 af te studeren. Hierna studeerde hij te Leiden waar hij op 11 oktober 1714 promoveerde tot medisch doctor met zijn proefschrift 'De Pleuritide' (ontsteking van het borstvlies) . Hij kreeg in 1719 zijn eerste aanstelling tot doctor van het Gasthuis te Middelburg. Door zijn lucratieve nevenfuncties, waaronder die als bewindhebber van de VOC (1742), werd hij een zeer vermogend man. Reeds in 1723 trad hij toe tot de Middelburgse raad waar zijn collega, Johan Assuerus Schorer als volgt over hem oordeelde: "Een seer driftig schepsel .......gansch niet gesien onder de burgerij, maar gehaat, zijnde van geen geboorte, ongodsdienstig in den hoogsten graad en een voorstander van de rooms gesinde".(2)
 
Op 24 april 1747 was hij middelpunt van volkswoede nadat de Franse troepen enkele dagen ervoor Staats-Vlaanderen (Zeeuws- Vlaanderen) hadden bezet en er ook boven de Westerschelde paniek uit brak. Verhalen van verraad deden de ronde en toen het gerucht ging dat de toch al niet zo populaire Johannes Cocquelle de stad wilde ontvluchten werd zijn woning aan de Vlissingsestraat op 24 april 1747 geplunderd. Verdere escallatie werd ternauwernood voorkomen. De 'Vrede van Aken' bracht in 1848 rust in de streek en het huis aan de Vlissingsestraat werd hersteld.(3)

Op 4 november 1750 overleed Johannes Cocquelle te Middelburg en werd hij op 11 november 1750 begraven in de Oude Kerk te Middelburg. Na zijn overlijden in 1750 bleef zijn vrouw, Johanna Coenraets, op 52-jarige leeftijd kinderloos achter. Zij hertrouwde in 1752 met Daniël Schorer (1697-1770), die Griffier van het Hof van Vlaanderen te Middelburg was en van 1734 tot 1755 de functie van directeur van de Commercie Compagnie van Middelburg uitoefende.*

* De MCC was een onderneming die in de achttiende eeuw actief was op de walvis- en kaapvaart. Deze werd vooral bekend vanwege de grote (en dubieuze) rol in de internationale handel in slaven, die in de periode dat Schorer directeur was, op zijn hoogtepunt was.(4)
  plundering van de woning van Johannes Cocquelle in 1747
    2. PLUNDERING WONING COCQUELLE IN 1747
Het ijzeren hek dat oorspronkelijk voor Vijvervreugd stond, bevatte het jaartal 1760. Of hieruit kan worden opgemaakt dat het herenhuis in de tijd dat Daniël Schorer en Johanna Coenraets eigenaar waren is herbouwd is of dat toen alleen het hek is vervaardigd, is niet bekend. Op 7 november 1766 overleed Johanna Coenraets en vier jaar later, op 13 november 1770, overleed ook Daniël Schorer. Op 25 april 1771 werd de buitenplaats voor de eerste maal publiekelijk te koop aangeboden door notaris Jan Bouman. Vermoedelijk kwam het niet tot een verkoop want op donderdag 13 februari 1772 werd de buitenplaats aan de Koudekerkse Zandweg wederom te koop aangeboden, ditmaal door notaris S.M. van der Heyden Sinclair. Vijvervreugd had toen een oppervlakte van 17 gemeten en 258 roeden en bestond uit plantagie, wei-, zaai- en moesland. In het archief van de Rekenkamer van Zeeland bevindt zich een document waarin staat dat op 28 februari 1772 de hof Vijvervreugd uit de boedel van Daniel Schorer is verkocht voor £ 1081:0:0 aan Johan Valentijn Sprenger, ontvanger-generaal der Provincie Zeeland.(5, 6)

Johan Valentijn Sprenger was op 1 mei 1734 te Veere geboren en huwde Johanna Cornelia Spoors (1744-1769). In 1766 vormde Johan Valentljn Sprenger met zijn schoonvader Adriaan Spoors de firma Spoors & Sprenger, die handel dreef op West-Indie, waaronder de kolonie Essequebo. Johanna Cornelia overleed op 5 juli 1772, waarna hij hertrouwde met Jvr. Maria Benundina Schorer. Zij kregen vier kinderen waaronder twee dochters. Na het overlijden van Maria Benundina Schorer op 17 december 1785 en Johan Valentijn Sprenger op 16 januari 1794 erven de twee dochters, Cornelia Louisa Sprenger en Jacoba Petronella Sprenger, gezamenlijk Vijvervreugd. Uit het huwelijk van Cornelia Louisa Sprenger en Jan Boogaert werd onder meer Charles Jacques Boogaert geboren te Vijvervreugd op 3 juli 1810. Hij huwde met Anna Elisabeth van Adrichem, geboren op 16 juli 1810 te Breda. Charles Jacques Boogaert verwierf Vijvervreugd voor 3/8 ste deel door de aankoop van zijn zusters deel op 19 februari 1851. Hij werd eerder al eigenaar van het 1/8 ste deel van zijn moeder toen deze op 2 maart 1830 overleed. De overige helft van Vijvervreugd verkreeg hij na de dood van zijn tante Jacoba Petronella Sprenger op 5 augustus 1850, uit de nalatenschap in 1851.

Charles Jacques Boogaert en zijn vrouw kregen vier kinderen. In 1858 werd hij door Z.M. de Koning tot ridder van de Eikenkroon benoemd, voor zijn dertigjarig dienstverband bij de schutterij waar hij kapitein was.(7) Na zijn dood op 7 maart 1869 besloten de erven over te gaan tot de openbare verkoop van Vijvervreugd. De uit Koudekerke afkomstige notaris Pieter Loeff leidde op 19 november 1869 de verkoping, die plaats vond in herberg De Hoop, van Cornelis Roose op het Dorpsplein te Koudekerke . De verkoping duurde de gehele dag. Hier werd de buitenplaats, verkocht en als volgt omschreven:

"De tot zomer- en winterverblijf bijzonder geschikte BUITENPLAATS genaamd "VIJVERVREUGD", bestaande in een kapitale voor weinig jaren grootendeels verbouwde, zeer doelmatig ingerichte en goed onderhouden, HEERENHUIZINGE, met Warande, ruimte en fraaie Vestibule, 4 Benedenkamers, waaronder een royale Suite, 7 bovenkamers, allen behangen, velen gestukadoord en van een Schoorsteen met marmeren Mantel voorzien; voorts Dessert-, Bad-, Providie, mangel- en 2 Dienstbodenkamers, Keuken, Kelder, Zolders en verdere geriefelijkheden, Koetshuis, Stalling, Tuinmanswoning, Schuur, Menagerie, net aangelegde Bloemen Grasperken, mooie vijvers, zeer vruchtbaren Tuin met Schutting en Druivenkast, Lessenaar en verdere Broeierij, Boomgaard en rijk beplant Bosch en 10 perceelen extra goede wei- en bouwlanden."
De totale buitenplaats was 10 bunders, 34 roeden en 50 ellen groot.

Door de openbare verkoop en verdeling in 16 kavels, is ongeveer te achterhalen hoe Vijvervreugd 'met bosch van vermaak' er in 1869 moet hebben uitgezien: Het hoofdgebouw, gelegen aan de straatweg naar Middelburg, in wijk C, op nummer 18, werd verkocht met inbegrip van onder andere bomen, een ijzeren hek, het mahoniehouten buffet in de suitte, zeven vaste spiegels, ramen van de aanbouw, zonneblinden, een bedstede en nog andere inboedel. Dit beeld kan worden aangevuld, als we onderstaande kaarten uit 1832 en 1857 vergelijken met die van Hattinga. De vijvers hebben dan een iets andere, meer symmetrische vorm gekregen en er is een derde ovale vijver bijgekomen. De formele tuin heeft inmiddels plaats gemaakt voor een meer landschappelijke vormgeving, zoals ook bij de naastgelegen buitenplaats Toornvliet te zien is. Verder valt op, dat het huis tussen 1832 en 1857 aan de achterzijde moet zijn uitgebreid met de eerder genoemde aanbouw welke vrij fors en rechthoekig van vorm moet zijn geweest.
 
fragment veldminuut Middelburg 1857, met aangifte van de buitenplaats Vijvervreugd te Koudekerke   fragment kadastraal verzamelplan Koudekerke, met aangifte van buitenplaats Vijvervreugd te Koudekerke
3. FRAGMENT VELDMINUUT MIDDELBURG UIT 1857   4. VERZAMELPLAN KOUDEKERKE UIT 1811-1832
Het twee verdiepingen hoge herenhuis was modern voor z'n tijd en had ongeveer deze symetrische indeling: De hoofdentree bevond zich in het midden van de voorgevel en had twee naar binnen slaande deuren met een gezamenlijke breedte van 1,5 meter. Aan weerszijden van de entreehal lagen ruime kamers van ongeveer 6 bij 6 meter met links een keuken en bijkeuken en rechts van de hal een ruime kamer, welke later door de laatste bewoners de 'groene kamer' werd genoemd. Naast de keukendeur bevond zich de toegang tot de kelder onder het huis. Achter de entreehal bevonden zich nog twee vertrekken (de voor- en achterkamer) met dezelfde afmetingen waaraan een glazen serre was gebouwd van circa 20m2, welke aan de tuin grensde. Aan het eind van de entreehal was een trap naar de eerste verdieping, waar zich nog eens vijf kamers bevonden, welke bijna allen een afmeting van 6 bij 6 meter hadden. Later is één van de kamers aan de voorzijde voorzien van een badkamer. Tenslotte bevatte het huis nog enkele zolders. Zo was er een appelzolder en aardappelzolder.

Het symmetrische karakter van de indeling kwam ook naar voren in de gevelindeling. Het rechthoekige classicistische gebouw bestond uit drie traveeën van ieder ongeveer zes meter breed. In de middelste travee bevond zich de hoofdentree met aan weerszijden smalle vensters. Dit deel van de gevel was voorzien van lisenen en een groot fronton boven de daklijst, waarin zich een raamopening bevond. Op de foto's zijn kleine beelden op de hoeken en het midden van het fronton waarneembaar. Op de verdieping bevond zich recht boven de entree een Frans balkon (met naar binnen openslaande deuren) en twee ramen. Boven de ramen waren klassieke versieringen aangebracht. De twee buitenste traveeën van de voorgevel hadden ieder één raam, dat in drie delen was verdeeld en waarvan het middelste gedeelte omhoog kon worden geschoven. Vijvervreugd heeft in de loop der jaren diverse verbouwingen ondergaan. Voornamelijk aan de voorgevel, omdat de bepleisterde voorgevel in de negentiende eeuw is aangebracht, terwijl de borstwering beneden de vensters bekleed was met hardsteen, daterend uit de achttiende eeuw.
 
Voorzijde Vijvervreugd gezien vanaf de Kruisweg in 1930   Van het pand zijn slechts enkele afbeeldingen bekend, waarvan er hier één staat afgebeeld. Uit de verkoop van de tweede kavel en de foto valt op te maken, dat er naast het hoofdgebouw nog een tweede woonhuis stond, gelegen aan de straatweg naar Middelburg, op adres C19. Bij de verkoop van dit huis met tuin hoorde ook een druivenkas en een groot assortiment tuingereedschappen. Uit deze verkoop (en uit overlevering) valt op te maken, dat Vijvervreugd een zeer bekoorlijke buitenplaats moet zijn geweest met talrijke bloemperken waarvoor al het, bij de verkoping opgesomde gereedschap, benodigd was.
5. VOORZIJDE VIJVERVREUGD GEZIEN VANAF DE KRUISWEG IN 1930 (272)    
Hendrik Jan van den Berge, koopman te Middelburg bleek na de veilig met f 10.274,- de hoogste bieder op de eerste kavel te zijn waardoor hij eigenaar werd van de buitenplaats Vijvervreugd. De nieuwe eigenaar van de tweede kavel diende zich pas de dag na de veiling aan. Het hoogste bod was namelijk uitgebracht door de notarisklerk Willem Pelle in opdracht van een tot dan toe anonieme koper: Mary Vincentia de Jonge. Zij was op 29 november 1839 met Johan Cornelis Schorer getrouwd en woonde met hem op het naastgelegen Toornvliet.

De overige veertien percelen kwamen in handen van diverse kopers waarmee de totale verkoop bijna f 50.000,- opbracht. Vijvervreugd versnipperde hiermee feitelijk in zestien stukjes, maar desondanks bleven grote delen van het bijbehorende bos, de vijvers en de tuinen bij Vijvervreugd horen. Hendrik Jan van den Berge en zijn vrouw Pieternella Sterk betrokken op 13 mei 1870 Vijvervreugd en woonden er tien jaar. Op vrijdag 15 oktober 1880 wordt Vijvervreugd in de uitspanning Pax Intrantibus op 't Zand publiekelijk te koop aangeboden door de notarissen P. Loeff uit Koudekerke en D. Verhulst te Middelburg. Vijvervreugd wordt in de advertentie in de Goessche Courant van 9 oktober 1880 als volgt aangeprezen: "De fraai aangelegde, met zware boomen beplante en tot zomer- en winterverblijf geschikte buitenplaats 'Vijvervreugd', bestaande in: Heerenhuis, tuinmanswoning, stal, koetshuis, menagerie, moestuin, boomgaard en vijver, benevens eenige daaraangrenzende perceelen bouw- en weiland, alles ter gezamenlijke grootte van 5 Hectaren 87 Aren 15 Centiaren, staande en liggende in de gemeente Koudekerke, bij Middelburg, aan den straatweg tusschen die gemeenten."(8) Op 16 oktober 1880 blijkt volgens een artikel in de Goessche Courant dat Vijvervreugd voor f 9700,- is verkocht.(9)

Vanaf 28 mei 1883 is Johan van der Lek de Clercq eigenaar van Vijvervreugd. Hij was rechter bij de Arrondisements- Rechtbank te Middelburg en gehuwd met Jacoba Maria de Jonge van Ellemeet. Samen hadden ze één dochter, Levina Anna Catharina van der Lek de Clercq. In 1894, werden bij een bezoek van koningin Wilhelmina en de koninigin-regentes Emma aan Walcheren zowel de buitenplaatsen Toornvliet als Vijvervreugd gepasseerd en werden beide buitenplaatsen in een boekje dat dit bezoek beschreef als volgt omschreven: "Toorenvliet, het buitenverblijf van den burgemeester van Middelburg, den heer jhr. mr. L. Schorer, was prachtig versierd met bloemen, vlaggen en planten en niet minder Vijvervreugd, het verblijf van den heer jhr. mr. Van der Lek de Clercq; de fluwelen draperiën, met goud omzoomd en de mooie planten daar maakten een goed effect."

Na de dood van Johan van der Lek de Clercq op 29 september 1900 betrekt zijn dochter Vijvervreugd met haar echtgenoot Willem Constantijn van Panhuys. Hij was burgemeester van Koudekerke van 1 juni 1901 tot 18 juni 1908. Op 8 november 1902 werd een grote houten loods met pannendak te koop en 'tot afbraak' aangeboden die op het terrein van de buitenplaats stond. Notaris Tak verzorgde de notariële afhandeling. In 1907, werd koningin Wilhelmina, die op doorreis naar Koudekerke was, bij Vijvervreugd opgewacht door meisjes die op een groot tapijt stonden en als onthaal bloemen voor het koninklijke rijtuig strooiden. Er stonden hoge vlaggenmasten met Oranje, Mecklenburgse en nationale vlaggen die kleurig afstaken tegen het donkere taxisgroen. De koningin bedankte voor deze hulde.(10)

In 1908 vertrok Willem Constantijn van Panhuys met zijn vrouw naar Noordwijk. Jacoba Maria de Jonge van Ellemeet, weduwe van Johan van der Lek de Clercq, vertrok op 27 augustus 1902 naar Middelburg, waar ze in 1904 in het huwelijk trad met Willem Polman Kruseman, griffier der staten van Zeeland. Nadat haar dochter in 1908 Vijvervreugd verliet, keerde zij er terug, tot ze op 5 juni 1916 vertrokken naar Arnhem.
 
tuin van buitenplaats Vijvervreugd te Koudekerke in 1920   Vanaf begin september 1917 werd Vijvervreugd bewoond door kno-arts, de heer A.L.J. van Hoek en zijn echtgenote L.C. van Hoek - van Hoek en hun dochter. Zij huurden Vijvervreugd tot oktober 1922 van Jacoba Maria de Jonge van Ellemeet. In deze periode is de hiernaast getoonde foto van de tuin van Vijvervreugd gemaakt.

Uit een dagboekverslag van de dochter Van Hoek valt nog op te maken, dat in november 1921 een storm over Walcheren raasde waarbij een grote olm op de buitenplaats geveld werd en de dakpannen en zinken gootstukken van de buitenplaats waaiden.
6. TUIN BUITENPLAATS VIJVERVREUGD IN 1920    
Na het vertrek van de familie van Hoek wordt de buitenplaats in 1922 in de Middelburgsche Courant te koop aangeboden. Uit de advertentie is af te leiden, dat de buitenplaats dan zeer goed onderhouden is en bestaat uit een 'gerieflijk heerenhuis' met een grote marmeren bevloerde vestibule, geschilderde plafonds, een badkamer, toiletten, glasleiding, vaste spiegels, buffet, eiken betimmerde heerenkamer, koetsierswoning, tuinmanswoningen, koetshuis, stal, bos en vijvers groot 3 hectare.

De uit Rotterdam afkomstige heer Lucas Daniel Suringar werd de nieuwe eigenaar van Vijvervreugd. Hij bezat ook een kasteel in Dussen en betrok het herenhuis Vijvervreugd met zijn Middelburgse vrouw Elizabeth Gideonse pas in 1926. Het echtpaar kreeg zelf geen kinderen maar adopteerde de Rotterdamse Madeleine Dammerman (1929-2008) op jonge leeftijd (1 à 2 jaar) die hierna de naam Suringar droeg. Omdat de Suringars een chauffeur in dienst hadden kon Madeleine's zusje Lisette (1930) af en toe uit Rotterdam worden opgehaald voor een bezoek aan haar zus. De foto van zo'n bezoek op Vijvervreugd is mogelijk bij de theekoepel gemaakt die door Madeleine als speelplek werd gebruikt.
 
De zusjes Lisette (L) en Madeleine (R) op Vijvervreugd omstreeks 1936   Familie Suringar omstreeks 1935
7.DE ZUSJES LISETTE (L) EN MADELEINE (R) OP VIJVERVREUGD OMSTREEKS 1935   8. FAMILIE SURINGAR OMSTREEKS 1935
Madeleine groeide op de buitenplaats op tot deze in 1941, net als het nabij gelegen Toornvliet, werd gevorderd door de Duitse landmacht. De familie Suringar vertrok toen naar Rijnsburg. De Duitse landmacht vestigde op de buitenplaatsen het hoofdkwartier van de Atlantikwall op Walcheren en de beide Bevelanden, dat toen werd aangeduid als 'Widerstandsnest Brunhild'. De divisiestaf die op Toornvliet gelegerd was voerde in 1944 het commando over een infanteriedivisie van circa 9000 militairen. Naast de divisiecommandant, Generalleutnant Wilhelm Daser, bestond de staf uit 13 officieren, 35 onderofficieren en 131 manschappen. Ook de artilleriecommandant, die het bevel voerde over een tiental batterijen veldgeschut die voornamelijk op Walcheren waren opgesteld, verbleef op Toornvliet. De 131 manschapen werden gehuisvest in enkele barakken in het park. Vijvervreugd huisvestte de logistieke eenheden van de staf, waaronder de veldkeuken. Kasteel Ter Hooge was tenslotte ingericht als officiersmess en bood onderdak aan de divisiecommandant.(11)

Als zenuwcentrum van de Atlantikwall was het centraal gelegen en beschutte hoofdkwartier van groot strategisch belang. In de zomer van 1942 begon men dan ook met de bouw van de eerste bunkers: een viertal dunwandige personeelsonderkomens. Een jaar later was men door het luchtoverwicht van de geallieerden genoodzaakt om bomvrije bunkers aan te leggen. Zo begon begin 1944 de bouw van een communicatiebunker, drie commandoposten en drie personeelsonderkomens. Tevens werden twee personeelsonderkomens en een keukenbunker gebouwd in het park van Vijvervreugd. Om de vele bunkers in het park te camoufleren werden zij voorzien van zadeldaken en opgeschilderde ramen, zoals ook in de kern Koudekerke gebeurde. Op de website van de stichting bunkerbehoud is een fraaie luchtfoto geplaatst van het park waarin de bunkers zichtbaar zijn.(11)

De bevrijdende inundatie van Walcheren had voor Vijvervreugd, net als voor vele andere buitenplaatsen, catastrofale gevolgen. De bossen en vijvers werden dagelijks overspoeld door de zee, terwijl de buitenplaats er eenzaam en verlaten bij stond, met het klotsende water in de salons. Nadat het water was verdwenen bleef een desolaat landschap met kale bomen achter wat in niets meer deed herinneren aan de ooit zo fraaie tuinen van Vijvervreugd.
 
luchtfoto buitenplaats Vijvervreugd te Koudekerke 1956   In december 1950 werd door Ned. Heide Mij. begonnen met het uitbaggeren van de vijvers van Vijvervreugd. Dit was de laatste Walcherse buitenplaats die nog hersteld en beplant moest worden. In 1951 werd met de herbeplanting gestart.

Christiaan Pieter Broerse (1902-1995) heeft op verzoek van de Stichting Nieuw Walcheren na de inundatie vele groen- projecten op Walcheren ontworpen en begeleid. Zo ook het park Toornvliet, dat naast Vijvervreugd lag. Broerse nam de bunkers bij Toornvliet op in het nieuwe parkontwerp, zoals zichtbaar is op de luchtfoto uit 1956. Ook Vijvervreugd is op de luchtfoto te zien inclusief de bunkers, die daar in de jaren zestig zijn gesloopt.
9. LUCHTFOTO 1956 VAN PARK TOORNVLIET MET VIJVERVREUGD (LINKSBOVEN)    
Op 20 augustus 1941 werd door de Duitse bezetter een grenswijziging doorgevoerd waardoor Vijvervreugd en Toornvliet op Middelburgs grondgebied kwamen te liggen. De familie Suringar bleef na de bevrijding eigenaar van Vijvervreugd.

In 1948 overleed Lucas Daniel Suringar in zijn nieuwe woonplaats Leiden. In 1943 was zijn vrouw Elizabeth reeds overleden waardoor de 19-jarige Madeleine de inmiddels vervallen buitenplaats en inboedel erfde. Zij studeerde toen in Leiden en had geen trek in een verblijf in het inmiddels vervallen en leegstaande herenhuis in Middelburg. Ze verleende een gunst aan haar vroegere Hervormde School op 't Zand, die naarstig op zoek was naar huisvesting, door Vijvervreugd beschikbaar te stellen. Zij liet een van de grote kamers geschikt maken als schoollokaal, zodat meester Schipper er met de twee hoogste klasssen in terecht kon tot dat de nieuwe school eind 1949 gereed kwam. Na de afhandeling van de erfenis en de verkoop van Vijvervreugd, begin jaren vijftig, vertrok Madeleine met de Holland Amerika Lijn naar Mexico en de Verenigde Staten. Haar één jaar jongere zuster Lisette kreeg een deel van de inboedel die zij op dat moment goed kon gebruiken, omdat zij juist in Amsterdam op zichzelf ging wonen. Een deel hiervan is via vererving in bezit van de familie Woltering gekomen, waaronder ook hele gewone gebruiksvoorwerpen zoals theedoeken met de initialen van de familie Suringar.

De buitenplaats werd in 1950 verkocht aan ir. F.H. Klokke, architect te Middelburg, welke het in 1955 weer doorverkocht aan het bedrijf Focus Veilig. Vanaf 9 december 1950 is er sprake van een 'kleuter dag- en nachtverblijf' in Vijvervreugd dat ook als 'kindertehuis van zuster H.H. Dop' bekend stond. Zuster Dop was zeer toegewijd en had circa twintig kinderen onder haar hoede, die door allerlei redenen voor korte of lange tijd aangewezen waren op dit onderkomen. Het huis bood plaats aan 2 grote speelzalen, een serre voor de kleintjes, een grote hal, die als eetzaal gebruikt werd, was- en kleedkamers, keuken en bijkeuken. Boven waren drie grote slaapzalen en een kleine ziekenkamer. Op 29 maart 1958 opende zij een nieuw kindertehuis, in een grondig verbouwd woonhuis aan de Koudekerkseweg 114.

De Haagse familie Kooistra betrok het inmiddels leegstaande Vijvervreugd (Koudekerkseweg 141) op 14 november 1958, nadat de in 1909 geboren Leeuwarder Luitzen (Sapeszoon) Kooistra Hoofd Opleidingen werd bij de militaire kazerne aan de Zuidsingel te Middelburg. Hij bewoonde het huis samen met zijn vrouw en drie kinderen. Het gezin had een werkster in dienst: Een oudere vrouw in klederdracht die woonde in een piepklein huisje aan de Koudekerkseweg (richting Koudekerke, net na het landgoed links, voor de Abeelse weg).
 
Vijvervreugd aan de Koudekerkseweg (voorheen) te Koudekerke   De ‘groene kamer’ aan de voorzijde van het huis was de enige ruimte die nog aan het voormalige kindertehuis van juffrouw Dop herinnerde. De naam ‘groene kamer’ werd er door de familie Kooistra aan gegeven, vanwege de kleur van de ruimte waarin een hele rij kleine wc’tjes stond.

Nadat het woonhuis werd bewoond werd de voortuin opnieuw ingepland en werd omstreeks 1958 de hiernaast afgebeelde foto van het herenhuis en het naastgelegen koetshuis gemaakt.
10. HERENHUIS VIJVERVREUGD AAN DE KOUDEKERKSEWEG IN 1958 (K002)    
De voor- en achterkamer, die beiden aan de achterzijde van het huis lagen, waren met hoge schuifdeuren met elkaar verbonden en boden beiden toegang tot de glazen serre waarin ook wel eens padden zaten, zo vertelde de heer Jan Willem Kooista. In de achterkamer en de hal stonden oliekachels voor de verwarming. De andere kamers werden verder alleen met open haarden verwarmd. “Vooral die in de ‘voorkamer’ werd veel gebruikt, er werd dan een boomstronk uit het bos gehaald en er half in half uit in gelegd, als die dan een stukje opgebrand was dan werd die er een beetje verder ingeschoven." Het hele huis was voorzien van enkel glas. “Vooral in de winter was het er niet te harden, je moest een jas aan om naar bed te gaan. En ’s morgen meer dan eens werd je wakker met je bevroren adem op de dekens, en ijsbloemen op de ruiten.” De plafonds (ca 4,75 meter hoog) waren gestucd en versierd met allerlei figuurtjes, vooral van fruit zoals appeltjes, peertjes en druiven. “Er is eens een keer een appeltje naar beneden gevallen, in de ‘voorkamer’, op een glazen salontafel waar het appeltje een perfect rond gat in achterliet.” aldus Jan Willem Kooistra.   Interieur Vijvervreugd
    11. INTERIEUR VIJVERVREUGD KERST 1961 (K012)
Het koetshuis had een soort muurschildering op de muur naar de weg gericht van een gestileerd zwart paard. In de stallen, rechts naast het koetshuis, hing een kroonluchter die een keer op een nacht met donderend geraas naar beneden kwam. De bewoners vonden hierna nog lange tijd stukjes kroonluchter. Mogelijk betrof het hier een van de kroonluchters met kaarsen die vanoudsher in het herenhuis aanwezig waren. Volgens oude omschrijvingen was het huis in vroeger tijden namelijk voorzien van dergelijke kroonluchters, talrijke kostbare meubelen, kamers met tapijten en spiegels tussen de ramen van de tuinkamers waardoor het geheel nog groter leek dan het in werkelijkheid was.

De Stichting Verpleeg- en Rusthuizen Zeeland (SVRZ) werd op 16 januari 1961 de eigenaar van het vijf hectare grote landgoed Vijvervreugd. Daar verrees een verpleeginrichting met een capaciteit van 180 patiëntenbedden voor minder begaafde kinderen. Het complex werd ontworpen door de architecten A. Rothuizen en P.J. 't Hooft van architectenbureau Rothuizen en 't Hooft uit Goes. De bouw van de verpleeginrichting ‘Vijvervreugd’ is begonnen toen de familie Kooistra er nog woonde, zij huurden het huis en hadden zodoende met de bouw niets te maken. Het huurcontract van 1965 tot en met 1968 was met de gemeente Middelburg, betalingen aan de Stadswerf, en ondertekend door de Burgemeester van Middelburg. De huur liep tot 31 augustus 1968 en bedroeg in dat laatste jaar f 104,10 per maand.
 
Vijvervreugd aan de Koudekerkseweg (voorheen) te Koudekerke   Nadat de familie Kooistra in de zomer van 1968 verhuisde naar Arnemuiden werd vanaf 15 juli 1968 in en bij de leegstaande buitenplaats vier weken lang 'Jeugdland' georganiseerd. In het najaar van 1968 is het koetshuis naast het herenhuis afgebroken. Niet lang hierna viel ook het doek voor het herenhuis. Op oudjaarsdag 1968 is het afgebrand waarna herstel onmogelijk bleek en de resten van het huis vervolgens in 1969 werden gesloopt. De naam 'Vijvervreugd' ging over op de verpleeginrichting van SVRZ.

Meer foto's van Vijvervreugd staan hier.
12. HERENHUIS VIJVERVREUGD NA DE BRAND OP 31-12-1968 (K001)    
De naastgelegen kwekerij 'De Klerk en zoon vof' is in de jaren dertig opgezet door C. de Klerk, zoon van de vroegere tuinman van de buitenplaats Vijvervreugd en dankt zijn bestaan dus net als buitenplaats Moesbosch aan de naastgelegen buitenplaats.
 
copyright © 2001-2017 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 19 11 2016

locatie:
Koudekerkseweg, Middelburg


bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb. 1: atlas hattinga, deel 8, 1750
afb. 2: rijksmuseum Amsterdam
afb. 3: topografische kaart, 1857
afb. 4: minuutplan G2, 1811-1832
afb. 5: archief Jan Roose
afb. 6: beeldbank ZB (65905)
afb. 7-8: Françoise Woltering
afb. 9: beeldbank ZA HTAM-B0335
afb. 10-12: Jan Willem Kooistra

geraadpleegde bronnen:
- Poppe, J., Vijvervreugd en zijn geschiedenis, De Wete nr. 3, 1984
- Poppe, J., Vijvervreugd en zijn geschiedenis, De Wete nr. 1, 1985
- Jan Willem Kooistra
- dhr. A.P. Puype
- Françoise Woltering
- Zeeuwse Bibliotheek (ZB)
- Zeeuws Archief (ZA)
- www.bunkerbehoud.com
- www.krantenbankzeeland.nl
- www.zeeuwengezocht.nl

toelichting afbeelding 1:
Op enkele kaarten van de hand van Hattinga uit de periode 1750-1752 wordt Vijvervreugd absusievelijk? aangeduid als Vijverzigt en Toorenvliet als Torenzigt. Op de hier getoonde kaart welke in 1753 is bijgewerkt en opnieuw is uitgegeven zijn bij Vijvervreugd en Toornvliet sporen zichtbaar van een correctie in de naamgeving

voetnoot 1:
Op het minuutplan Middelburg uit 1857 staat geen bebouwing meer op het middenterrein aangegeven

voetnoot 2:
bron: dhr. A.J. Puype

voetnoot 3:
bron: Provinciale Zeeuwse Courant, 15/04/1997

voetnoot 4:
bron: Zeeuws Archief - Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC)

voetnoot 5:
bron: Archief Rekenkamer van Zeeland D 69511, Transporten onroerend goed Walcheren (2) 1757-1805

voetnoot 6:
Deze verkoopdatum komt echter niet overeen met een andere archiefbron waaruit blijkt, dat Sprenger meer dan 30 jaar eigenaar is geweest van Vijvervreugd, toen hij op 16 januari 1794 te Middelburg overleed. Vijvervreugd zou dan omstreeks 1760 al eigendom moeten zijn geworden van Sprenger wat overeenkomt met het jaartal (1760) dat aangebracht was op het ijzeren hek voor de buitenplaats.

voetnoot 7:
bron: Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad 13-10-1858

voetnoot 8:
bron: Goessche Courant 9-10-1880

voetnoot 9:
bron: Goessche Courant 16-10-1880

voetnoot 10:
bron: J. Poppe in De Wete, 1985

voetnoot 11:
bron: Stichting bunkerbehoud