Logo koudekerke.info
feiten en cijfers | personen | volksliederen
burgemeesters
architecten
john o forfar
Burgemeesters en bestuur Koudekerke
 
1. AFBEELDING JOHN O. FORFAR
Kapitein John O. Forfar (1916-2013), Brits legerarts in de Tweede Wereldoorlog

“Geneeskunde overstijgt in tijden van oorlog de grenzen van vijandschap” Aan de duinkant van de John O. Forfarstraat ziet U een pad dat voert naar een hospitaalbunker. Die werd in december 1942 gebouwd als onderdeel van de Duitse kustbatterij Dishoek, onderdeel van de Atlantikwall (Gefechtsverbandplatz M 159).

Aan het einde van de middag van 2 november 1944 bereikten de Engelse commando’s - na hun landing bij Westkapelle op 1 november 1944 - onder zware verliezen deze kustbatterij. Ze ondernamen een aanval. Maar die werd in een infanteriegevecht afgeslagen. Op 22 oktober 1944 had een juist afgestudeerde jonge arts de medische zorg in de batterij overgenomen. Vrijwel onervaren vanuit de universiteit onmiddellijk als arts ingezet aan het front. Op 2 november 1944 werd een ernstig gewonde Duitse soldaat binnengebracht. De voornaamste zorg van de jonge arts ging uit naar deze patiënt, waarvan hij vermoedde dat die een onmiddellijke amputatie van een been nodig had. Hij achtte zijn eigen medische kwalificaties echter onvoldoende om die ook uit te voeren. Hij ging met een witte vlag door de vuurlinie om de Britse arts (kapitein John O. Forfar) om raad te vragen. In gebrekkig Engels legde hij de situatie uit en vroeg hem of hij wellicht deze operatie wilde uitvoeren. Forfar zelf heeft zijn memoires geschreven en verhaalt daarin het volgende:

“Ik had dan wel te maken gehad met benen en voeten die door mijnen waren afgerukt, maar had slechts geringe ervaring met ‘koude’ amputaties.

Er ging zowel iets oprechts als haast iets pathetisch uit van deze medische student, tevens dokter. Hij voelde zich hulpeloos zowel in het leger als in de geneeskunde, was verward over conflicterende loyaliteiten ten opzichte van zijn professionaliteit en militaire verantwoordelijkheden en was zich zeer bewust van zijn eigen tekortkomingen. Hij wist natuurlijk dat de Duitsers nu ingesloten waren, zonder vooruitzicht op het afvoeren van hun gewonden voordat de strijd was gestreden. Hij was echter met aanzienlijk gevaar voor eigen leven erop uit getrokken om de Medisch Officier te zoeken van de strijdende partij (die nota bene haar best deed Duitse militairen te doden). Hij was alleen gekomen, en een officier in dat gebied was, zelfs met een rodekruisarmband, nauwelijks veilig. Hij wist klaarblijkelijk de weg door het ongebaande duingebied en ik volgde hem. De bunker die we betraden was donker. Het leek een personeelsonderkomen te zijn, ingericht als ziekenboeg met een aantal gewonde Duitse soldaten in bedden.

Eén van hen was een soldaat met een kapot been. Hij was in shock, half bij bewustzijn en had een open geïnfecteerde beenwond. Hij moest een gerichte behandeling krijgen van zijn algehele conditie en van de beenwond, maar geen amputatie. Hij vocht een verloren strijd met de laatste vijand en een amputatie zou waarschijnlijk een gewisse dood betekenen. Ik probeerde dit zo goed als mogelijk aan mijn terneergeslagen collega te vertellen, die, naar ik zag, al wat instrumenten klaargelegd had, inclusief een imposante amputatiezaag. Ondanks de tekortkomingen van het consult verliet ik de bunker met een zeker gevoel van tevredenheid onder de vaststelling dat geneeskunde in tijden van oorlog over de grenzen van vijandschap heen stijgt.”

Dishoek heeft door dit bijzondere voorval internationale geschiedenis geschreven. De volgende dag werd de batterij veroverd. Hiermee was de laatste Duitse mogelijkheid gevallen om de geallieerde scheepvaart naar Antwerpen te verhinderen. Meer weten over de oorlogsjaren in Koudekerke? Lees hier verder.

Captain John O. Forfar ( 1916 – 2013), British military physician in the Second World War
Medicine transcends the enmities of war.

On the dune side of the John O. Forfarstraat you will see a path leading to a hospital bunker that was built in December 1942 as a part of the German coastal battery Dishoek, a segment of the ‘Atlantikwall’ (Gefechtsverbandplatz M 159).

This coastal battery was of strategic importance, because it’s guns controlled the approach to the Scheldt estuary obstructing allied shipping to the harbour of Antwerp. By the end of the afternoon of the 2nd of November 1944 (after their landing at Westkapelle on November 1 1944) the English commando’s reached this coastal battery having suffered heavy losses. They mounted an attack, but were repulsed and the battle line was settled for the night. On the German side, just a week before, on October 22 1944 a medical student, not fully qualified and practically inexperienced, having only partially completed his undergraduate training, had been posted at this battery as the medical officer. On November 2nd a seriously wounded German soldier was brought in, who, in the view of the medical officer required immediate amputation of his leg. The German ‘doctor’s’ problem was, that his medical training had been so limited that he did not consider himself competent to amputate a leg. With a white flag he crossed the battle line that night to consult his British counterpart (Captain John O. Forfar). The German spoke some English, enough to indicate that he was the local medical officer and that he had a seriously wounded German soldier, who, in his view, required amputation of his leg. His request was, for John O. Forfar to come and perform the operation. In his memoires Captain Forfar describes the event as follows:

‘I had dealt with legs and feet blown off by mines but had only limited experience of ‘cold’ amputation. There was something both sincere and rather pathetic about this medical student-cum-doctor. He was out of his depth in the army and in medicine, confused by conflicting loyalties towards his professional and military responsibilities and very conscious of his own inadequacies. He knew, of course, that the Germans were now trapped with no prospect of evacuating their wounded until the battle was resolved. He was willing however, at considerable risk – he had come alone, and a German officer in that particular area, even with a red cross arm-band, was hardly safe – to seek out the medical officer of the troops his combatant colleagues were doing their best to kill. He obviously knew his way about the trackless dunes, even in the dark, and I followed him.

The bunker we entered may well have been a different part of the one from which the nurses had come, or an adjacent bunker, but in the dark I did not recognise it. It seemed to be an accommodation bunker being used as a sick bay and had a number of wounded German soldiers in beds. One of these was the soldier with the damaged leg. He was shocked, semi-conscious, and had an open infected wound of the leg. It was adequate treatment of his general condition and the leg wound, not an amputation, which he should have had. He was fighting a losing battle with the last enemy and amputation would merely have precipitated his death. I explained this as best I could to my somewhat crestfallen colleague who, I noted, had already prepared a number of instruments, including an impressive amputation saw. Despite the inadequacies of the consultation I took my departure with a certain sense of satisfaction that medicine had transcended the enmities of war’.

By this particular incident international history was written in Dishoek. The next day the battery was taken and the last German ability to obstruct allied shipping to the harbour of Antwerp had disappeared.

Kapitän John O. Forfar (1916-2013), britischer Militärarzt im 2.Weltkrieg
“Heilkunde übersteigt in Kriegszeiten die Grenzen der Feindschaft”

An der Dünenseite der John O. Forfarstraße führt ein Pfad zum Sanitätsbunker. Dieser wurde im Dez. 1942 gebaut als Teil der deutschen Küstenbatterie Dishoek, die wiederum Teil des Atlantikwalles war (Gefechtsverbandplatz M159).

Die deutsche maritime Küstenbatterie in den Dünen von Dishoek war von großer strategischer Bedeutung, da sie mit ihren Kanonen die Westerschelde und damit den Wasserweg bis Antwerpen kontrollierte. Am Nachmittag des 2. Nov. 1944 erreichten englische Kommandotruppen – nach ihrer Landung in Westkapelle am 1. Nov. 1944 – unter schweren Verlusten diese Küstenbatterie. Sie unternahmen noch eine Offensive, die aber in einem Infanteriekampf abgeschlagen wurde. Eine Woche voor diesen Kämpfen, am 22. Okt. 1944 bekam ein junger Arzt, der gerade sein Studium absolviert hatte, die Verantwortung für die medizinische Versorgung dieser Batterie. Ohne jegliche Erfahrung wurde er direkt als Arzt an der Front eingesetzt. Am 2. Nov. 1944 wurde ein schwer verwundeter, deutscher Soldat eingeliefert. Diesem galt die ganze Sorge des jungen Arztes, der vermutete, daß eine sofortige Amputation des Beines nicht zu verhindern sei. Selbst war er aber zu unerfahren, um diese Operation ausführen zu können. Er machte sich in der Nacht mit einer weißen Fahne auf den Weg durch die Feuerlinie, um den britischen Arzt (Kapitän John O. Forfar) um Hilfe zu bitten. In mangelhaftem Englisch bat er diesen ihm bei einer eventuellen Amputation beizustehen. Forfar selbst berichtet in seinen Memoiren.

“Selbst hatte ich wohl Erfahrung mit Beinen und Füßen, die durch Landminen abgerissen waren, aber nur geringe Erfahrung mit ‘kalten’ Amputationen. Dieser Medizinstudent, zugleich Arzt, hatte so etwas Aufrichtiges, ja fast Pathetisches. Er fühlte sich hilflos, sowohl in der Armee als auch in der Heilkunde, war verwirrt über konfliktreiche Loyalitäten im Hinblick auf seine beruflichen Qualitäten und seine militärischen Verantwortlichkeiten; zugleich wußte er um seine eigene Unzulänglichkeit. Er wußte auch, daß die deutschen Truppen ihre Verwundeten nicht abtransportieren konnten, so lange die Kämpfe nicht aufhörten. Doch hat er sich unter Gefahr des eigenen Lebens auf die Suche gemacht nach dem Militärarzt der Gegnerschaft (die notabene alles daran setzte deutsche Soldaten zu töten). Er kam alleine in ein Gebiet, in dem selbst ein Offizier mit einer Rotekreuzbinde seines Lebens nicht sicher gewesen wäre. Ich folgte ihm durch das unwegsame Dünengebiet, in dem er sich gut auszukennen schien. Der Bunker, den wir betraten, war dunkel. Es schien eine Personalunterkunft zu sein, eingerichtet als Sanitätsbereich, in der einige verwundete Soldaten lagen, unter anderem jener mit dem verwundeten Bein. Er lag in Schock, halb bewustlos mit einer offenen, infizierten Beinwunde. Eine Amputation würde seinen sicheren Tod bedeuten. Das Bein des Soldaten mußte behandelt werden und sein Allgemeinzustand mußte verbessert werden. Es war jedoch deutlich, daß der Soldat den Streit mit seinem letzten Feind nicht mehr gewinnen konnte. Dies versuchte ich so gut es ging meinem niedergeschlagenen Kollegen beizubringen, der wie ich sah, schon einige Instrumente, einschließlich einer imposanten Amputationssäge bereit gelegt hatte. Ungeachtet der Unzulänglichkeit des Konsultes verließ ich den Bunker doch mit einem zufriedenen Gefühl, da ich feststellte, daß die Heilkunde in Kriegszeiten die Grenzen der Feindschaft übersteigt.”

Durch dieses Ereignis wurde in Dishoek internationale Geschichte geschrieben. Am nächsten Tag wurde die deutsche Batterie erobert und somit verschwand die letzte Hoffnung die alliierte Schifffahrt nach Antwerpen zu verhindern.


 
 
copyright © 2001-2018 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 07 09 2017

bronvermelding:
tekst: John Forfar, From Omaha tot the Scheldt, The story of 47 Royal Marine Commando, East Linton 2001
afb. 1: ...