Logo koudekerke.info
voor 600 | 600-1200 | 1200-1650 | 1650-1800 | 1800-1850 | 1850-1900 | 1900-1940 | 1940-1944 | 1944-heden
algemeen
ontwikkeling dorp
onderwijs
boerderijen
wijk 't zand
onderwijs Koudekerke 1800-1850
gravure van de kerk te Koudekerke omstreeks 1790 door Bulthuis blank Van de toestand van het onderwijs in Koudekerke tijdens de zestiende tot de achttiende eeuw is inhoudelijk vrij weinig bekend. Wat wel bekend is, is dat dit onderwijs hier, net als in veel andere steden en dorpen, door de kerk werd georganiseerd en dat in de verste verte niet leek op het basisonderwijs zoals we dat tegenwoordig kennen. Kinderen werkten doorgaans nog veel samen met hun ouders. Als kinderen al onderwijs kregen, dan zaten alle leeftijden door elkaar in een doorgaans vrij donkere en vaak vieze ruimte, soms zelfs gewoon op de grond. Het 'onderwijs' bestond uit af en toe een lesje opdreunen bij de meester. Alleen rijke kinderen konden zich een duurdere particuliere school of privéleraar veroorloven.
1. GRAVURE 'T DORP KOUDEKERK' UIT 1790 DOOR BULTHUIS  
Het georganiseerde kerkelijke leven begon in Koudekerke reeds in 1583 toen de eerste predikant van Koudekerke in vaste dienst kwam: Pieter van den Broecke. Enkele jaren hiervoor, in 1580 was Christiaan de Heere al als schoolmeester werkzaam. Hij was net als zijn opvolgers tevens kerkelijk dienaar. Schoolmeesters die tevens kerkelijk dienaar waren Christiaan de Heere (1580-1581), David Clautier (1581-1585), Nicolaeijs de Backere (1585-1588), Pieter van den Broecke junior (1588-1589), Jacob van der Straten (1589-1613), Jacques Datis (1614-1625), Abraham de Bu (Buw) (1625-1625), Machiel van Poelijen (?-?) en Adriaan Jacobsen Goethert (1656-1690).

Van 1602 tot 1605 was in Koudekerke de bekende leraar Anthonius Waleüs actief die in 1605 vertrok naar de Latijnse school om daar professor in de filosofie te worden. Na hem kwamen nog vele predikanten die allen hun invulling gaven aan het overdragen van kennis in onder meer hun preken in de kerk.

In de periode 1690-1735 was Abraham Schoe voorzanger in de kerk en was hij schoolmeester, zo blijkt uit het Koudekerkse 'Begraafregister 1704-1808'. De volgende vermelding van een (school)meester komen we tegen op 17 februari 1738 als meester Francois Recoux te Koudekerke wordt begraven. Blijkbaar was 1738 een roerig schooljaar, want in oktober 1738 vertrekt schoolmeester Gilles Hoefnagel met zijn vrouw Jacoba van Gelder met attestatie naar Aagtekerke en op 18 november vertrekt schoolmeester Leendert Tapper met attestatie naar Oudelande.

In de Middelburgsche Courant van 19 november 1767 verscheen een overlijdensbericht waaruit duidelijk wordt dat de "zeer geliefde herder en leeraar, de Wel. Eerw. en zeer Geleerde Heer Geradus [Gerhardus] Schortinghuis" op 18 november 1767 is overleden. Gerhardus werd destijds in de kerk begraven. Naast de functie als een onderwijzer werden in die tijd ook veel kerkelijke baantjes verricht, zoals dat van dominee, koster, voorzanger en klokkenluider. Het kerkeraadsboek komt onder andere de volgende bepaling voor waaruit dit ondermeer blijkt: "Meester A. Schoe sal een halve schelling verbeuren, soo hij de sandlooper binnen een half quartier niet sal hebben weggenomen na dat se wa afgeloopen, en soo het over een quartiersuur is, dan sal hij ook een schelling moeten geven. Indien Meester Abraham (buiten siekte en reyse buiten Walcheren) niet in de kerk is, sal hij voor elke predikatie ook een halve schelling moeten betalen."
 
Jan Steen, ca 1760 bron Wikimedia Commons   fragment kadastraal minuutplan sectie F1 te Koudekerke 1811-1832
2. SCHILDERIJ VAN EEN DORPSSCHOOL DOOR JAN STEEN OMSTREEKS 1670   3. AANGIFTE VAN DE OPENBARE SCHOOL IN 1823
In 1775 duikt vervolgens de naam van Jan Roose in de archieven op. Hij werd op 1 augustus van dat jaar begraven te Koudekerke en daarbij werd vermeld dat hij daarvoor schoolmeester was. Op 23 november 1775 verkoopt zijn weduwe Janneken Dommis een huis en school voor £ 366:13:14 aan Jacob van den Berg(e). Waarschijnlijk gaat het op dat moment al om de school die aan de Noord-Straat was gevestigd. Opmerkelijk is dat het schoolgebouw toen dus geen kerkelijk of gemeentelijk bezit was maar dat deze, zo blijkt immers uit de verkoop, in handen was van een particulier. De nieuwe eigenaar van de woning en de school werd schoolmeester Jacob van den Berg(e). Hij was tevens voorzanger in de kerk van Koudekerke en was afkomstig van Kerkwerve. Hij bleef dit werk doen tot 1805, toen hij op 31 maart van dat jaar vertrok naar Grijpskerke.

Tijdens de Franse overheersing, in 1806, werd de Onderwijswet ingevoerd. Hierin werd bepaald wat scholen moesten onderwijzen en hoe. Het Algemeen Beschaafd Nederlands werd verplicht, maar er lag ook veel nadruk op het onderwijzen van 'nationale deugden' zoals ordelijkheid en beleefdheid. Het leesboekje 'De brave Hendrik' werd de hele negentiende eeuw herdrukt en stond vol met wijsheden als: "Een kind, dat zoo braaf is als Hendrik, zal ook gaarne school gaan." Schoolinspecteurs controleerden de kwaliteit, en er kwam financiële ondersteuning voor de scholen. Zo wilde de overheid de kinderen opvoeden tot verantwoordelijke burgers. Dit was het begin van een lange reeks overheidsingrepen in het onderwijs.

Twee advertenties in de Middelburgsche Courant van 24 en 26 januari 1811 tonen aan dat er aan het begin van de negentiende eeuw spraken was van georganiseerd basisonderwijs in Koudekerke en dat men zelfs op zoek was naar een bekwame Franse Ondermeester! Deze diende zich te melden bij A. K. (Adriaan Korneliszoon) van Noppen, schoolhouder te Koudekerke. Blijkbaar wilde men de schoolgaande jeugd de Franse taal beter aanleren, aangezien Walcheren sinds 1795 aan Franse invloeden onderhevig was. Onduidelijk blijft of het na de advertentie daadwerkelijk nog tot een aanstelling van een Franse ondermeester is overgegaan. Aangenomen mag worden dat na de vrede van Parijs op 13 mei 1914 en het vertrek van de Fransen uit Walcheren toch snel gedaan zal zijn geweest met het eventuele Franstalige onderwijs op een school als die in Koudekerke.(1)

Waarschijnlijk is de school in 1814, nog net in de Franse tijd tot een gemeentelijk eigendom gemaakt. Vermoedens hierover worden aangewakkerd door de schuldenvereffening van de Staat die in 1824 speelde en waarbij vermeld werd dat in Koudekerke de gewezen schoolmeester A. van Noppen aanspraak kon maken op een compensatie bij de 'Liquidatie van den Franschen achterstand' zoals deze vereffening officieel werd genoemd.(2) Van Adriaan Korneliszoon van Noppen is bekend dat hij tussen 1814 en 1816 naar Vlissingen is verhuisd met zijn vrouw Dina Elizabeth Moeliker en zijn gezin. Hij bleef zijn vak als schoolmeester uitoefenen, echter is niet helemaal zeker of dat toen nog in Koudekerke was of dat hij vanaf dat moment in Vlissingen al als hoofdonderwijzer aan de slag ging. Op 24 december 1813 werd hun dochter Jozina van Noppen namelijk nog te Koudekerke geboren. Hun zoon Pieter Duin van Noppen werd op 9 juni 1816 te Vlissingen geboren.

In 1820 was er een ondermeester benodigd bij de school in Koudekerke (Walcheren), zo blijkt uit een advertentie in de Zierikzeesche Courant van 7 november 1820. Inlichtingen konden verkregen worden bij P. Douw, te Nieuwerkerk in Duiveland. Dit laatste lijkt wat opmerkelijk voor een school op Walcheren.

Van de hand van de schoolonderwijzer van Noppen is een boekje verkrijgbaar geweest dat hij in 1820 voor 16 stuivers verkocht. Hierin stonden tabellen waarmee de verschillen werden aanduidde tussen het oude Zeeuwse en Amsterdamse maat- en gewichtenstelsel en het nieuwe Nederlandse stelsel waarin gemeten werd met de 'Nederlandsche Elle en Pond'. Later blijkt hij als Arrondisements-IJker te Middelburg actief te zijn geweest en als hoofdonderwijzer te Vlissingen. Hij was daar ook betrokken bij het vrijmetselaarsgilde Loge L'Astre De L'Orient. In 1846 heeft hij nog een octrooi van de koning verkregen voor een door hem sterk verbeterde brandslangspuit en een scheepsnoodpomp.(3)

In 1823 wordt de Gemeente Koudekerke als eigenaar vermeld van de openbare school (kavel 66) en het woonhuis (kavel 65) die stonden aan de Noord-Straat. Dit blijkt als de aanwijzende tafels, behorend bij het kadastrale minuutplan, worden geraadpleegd.

De veranderingen die in deze periode in het onderwijs werden doorgevoerd bleken in de periode hierna verder door te zetten, meer hierover leest u bij het volgende hoofdstuk onderwijs bij de periode 1850-1900. Lees verder.
 
copyright © 2001-2017 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 19 11 2016

bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb. 1: beeldbank ZA ZI-II-147
afb. 2: Wikimedia Commons
afb. 3: minuutplan F1, 1811-1832

geraadpleegde bronnen:
- Roose, J. en Roose, W.P., Kent u ze nog... die van Koudekerke, Zaltbommel, 1981
- Grootjans, H., Nederlands
Hervormde Gemeente Koudekerke 1583-1983, Koudekerke, 1983
- Zeeuws Archief (ZA)
- www.kranten.kb.nl
- www.zeeuwengezocht.nl
- www.watwaswaar.nl

voetnoot 1:
bron: Middelburgsche Courant 24-01-1811

voetnoot 2:
bron: Nederlandsche Staatscourant 03-03-1824

voetnoot 3:
bron: Nederlandsche Staatscourant 07-07-1847