Logo koudekerke.info
voor 600 | 600-1200 | 1200-1650 | 1650-1800 | 1800-1850 | 1850-1900 | 1900-1940 | 1940-1944 | 1944-heden
algemeen
ontwikkeling dorp
religie
onderwijs
boerderijen
- beukenhofje
- der boede
- maas
- plantlust

infrastructuur
opkomst toerisme
wijk 't zand
boerderij Plantlust te Koudekerke
Boerderij Plantlust
 
Prinses Beatrixlaan te Koudekerke
1. BOERDERIJ PLANTLUST AAN DE MIDDELBURGSESTRAAT TE KOUDEKERKE OMSTREEKS 1936 (N073)
Hofstede Plantlust is gelegen aan de Middelburgsestraat 80-82 en werd in 1860 gesticht door Cornelis Hendrikszoon Jobse (1799-1891). Cornelis werd in 1799 te Zoutelande geboren als zoon van Hendrik Jobse en Catharina Jongepier. Hij had twee zusters en vijf broers en is zelf nooit getrouwd. In zijn werkzame leven was hij slachter en later ook landbouwer te Koudekerke. In 1841 kocht hij van bouwman Maarten Boeker 45 roeden weiland in het Oostmolenblok waar hij later deze hofstede zou laten bouwen. Het perceel lag aan de toenmalige zandweg van Koudekerke naar Middelburg die in datzelfde jaar nog werd bestraat en hierna als straatweg werd aangeduid.

Uit de perceelsgewijze kadastrale leggers blijkt dat Cornelis een meer dan bemiddeld landbouwer was, want hij werd achtereenvolgens in 1842 eigenaar van een huis aan het Dorpsplein (nu Dorpsplein 2), in 1844 tevens eigenaar van een (nog onbekende) hof ten zuidoosten van het dorp en in 1848 tenslotte ook eigenaar van hofstede 'Het Panhof' aan de voormalige Steenheulseweg (nu nabij Breeweg 8). Daarnaast bezat hij ook diverse stukken bouwland, bos en weiland. In 1860 liet Cornelis, die toen al de zestig was gepasseerd, op zijn perceel aan de rand van het dorp in het Oostmolenblok een nieuwe hofstede bouwen, die hij hierna Plantlust noemde. Aan de stichting van deze hofstede herinnert nog steeds een ingemetseld steentje in de buitenmuur van het woonhuis. Ondanks de bouw van een hele nieuwe hofstede en aanleg van een boomgaard bleef Cornelis ook eigenaar van alle andere panden en percelen die hij op dat moment bezat.

De hofstede bestaat uit een woonhuis uit 1860 en een in 1861 aangebouwde schuur, volgens het zogenaamde kop-romp type. Ze staan weliswaar tegen elkaar maar waren oorspronkelijk niet intern met elkaar verbonden. De hoofdentrees van zowel het woonhuis als de schuur lagen aan de zuidzijde en waren dus niet naar de straatweg gericht. De noord- en zuidgevel van de schuur bevatten twee deeldeuren waarvan die aan de zuidzijde hoger waren. Hierdoor kon met een kar tot op de bestraatte dorsvloer gereden worden.

Bijzonder aan de indeling van de schuur was het feit dat hierin ook een varkenshok was voorzien met drie varkensluiken in de noordgevel. Dit was ongebruikelijk omdat varkens meestal in een vrijstaand schuurtje werden gehouden. Aan de andere zijde van de deel bevond zich een paardenstal met 'grup'.(1) Via een laag zijdeurtje in de iets doorstekende westgevel naast de woning, kon de paardenstal vanaf de achterzijde van het woonhuis betreden worden. Daar lag ook de welput die water gaf voor de schoonmaak en drinkwater voor de dieren. Iets verderop, tegen de westgevel van het woonhuis, was een gemetselde waterput gemaakt. Het regenwater dat hierin werd opgevangen werd voor de voedselbereiding gebruikt. Aan de zuidzijde was vanaf het erf nog een tweede lage toegang tot de schuur waarnaast een derde deur toegang bood tot een in de schuur ingebouwd toilet.

De dwarsdeelschuur is opgetrokken met Zeeuwse moppen waarbij de zuidgevel aanmerkelijk hoger is dan de noordgevel. De schuur heeft een constructie bestaande uit grenen balken, dwarsdelen en ankerbalkgebinten. Er was een graan- en hooizolder die via een luik in de oostgevel bevoorraad kon worden. Het zadeldak van de schuur is gedekt met Oudhollandse pannen en heeft een bakgoot met houten gootklosjes.
 
Voorgevel hofstede Plantlust te Koudekerke   Waterput en ingemetselde eerste steen
2. VOORGEVEL HOFSTEDE PLANTLUST (29-3-2012)   3. WATERPUT EN INGEMETSELDE EERSTE STEEN
De gevel, van het met Utrechters opgetrokken woonhuis, was symmetrisch van opzet met aan de zuidzijde de hoofdentree met brede sierlijst en oorspronkelijk een zes-ruits bovenlicht (zie foto 7). In het dakvlak boven de entree was een kleine dakkapel aangebracht die later is vervangen. De twee woonkamers hadden ieder twee vier-ruits schuiframen in de zuidgevel welke met luiken geblindeerd konden worden. De woonkamer grenzend aan de westgevel bevat twee kleinere ramen met luiken en de bovengelegen zolder heeft twee kleine raampjes.

Het woonhuis heeft een eiken draagconstructie en is voorzien van een zogenaamd gebroken zadeldak. Dit dak is gedekt met dezelfde Oudhollandse pannen als de schuur. De dakvlakken liggen aan de zuidzijde gelijk en verspringen aan de achterzijde. Door het lage dak aan de noordzijde stak vroeger de schoorsteen van de bakoven. De beide woonkamers waren voorzien van een schouw waarvan de schoorstenen in de buitenmuren waren opgenomen. De dakgoot van het woonhuis was net als de schuur voorzien van een bakgoot met houten gootklosjes.

Het traditionele boerenwoonhuis had een centrale middengang met aan weerszijden een woonkamer met ieder twee bedsteden en een spinde. Aan de iets lagere noordzijde lag een werkvertrek waar een keldertje, bakoven en slaapplaats voor de meid was. De vier bedsteden in de woonkamers maken het aannemelijk dat Cornelis de hofstede niet helemaal alleen bewoonde. Hij was al op aanzienlijke leeftijd en zal naast een meid voor de huishoudelijke taken waarschijnlijk ook nog een knecht hebben gehad die zich over de bijbehorende grond en boomgaard zal hebben ontfermt. Zo'n knecht woonde doorgaans met zijn gezin bij zijn werkgever.
 
Bijzonder fraai waren de twee betegelde woonkamers met hun betegelde schouwen waarvoor vroeger houtkachels stonden. Het tegelwerk in beide kamers is helaas verloren gegaan maar een bewaard gebleven foto, uit het begin van de vorige eeuw, gunt ons toch nog een blik in één van de woonkamers. Hierop poseerde Marie Koole-Kesteloo voor de schouw. De borstwering bestond hier uit een houten lambrisering met daarboven een betegelde wand met beschilderde witjes. Hierop waren onder andere bijbelfiguren, kinderen en dieren afgebeeld. Zelfs in de buiten het huis gelegen waterput zijn later van dergelijke witjes aangetroffen.

Achter Marie  bevindt zich één van de ramen aan de westzijde van het huis, met rechts daarvan de houten schouw met versierde consoles. Vermoedelijk was deze verder voorzien van een geschilderd marmermotief. De tegels erboven vormden een bloemenrand met in het midden een tegeltableau van een vogelkooitje met kanarie. Vroeger diende een echt vogelkooitje met kanarie ervoor om de bewoners te waarschuwen voor te hoge concentraties koolmonoxide.
  Boerderij Plantlust te Koudekerke
    4. WOONKAMER HOFSTEDE PLANTLUST (G006)
In 1870 bood Cornelis Hendrikszoon Jobse zowel zijn hofstede 'Plantlust' als 'Het Panhof' te koop aan. Tot een daadwerkelijke verkoop kwam het toen nog niet. Waarschijnlijk wilde Cornelis zich, net als veel andere rustend landbouwers, terugtrekken in zijn woonhuis op de dorpsring. Dit blijkt mede uit het feit dat hij op in april 1871 door notaris mr. Pieter Loeff een openbare verkoping op hofstede Plantlust liet organiseren waarbij zijn kleine veestapel, uitgebreide landbouwinspan en enkele meubilaire goederen werden geveild. In juni van datzelfde jaar probeerde hij nogmaals om de hofstedes 'Plantlust' en 'Het Panhof' met 18 percelen met hooigras en vruchten te verkopen. Wederom lukte dit niet waarna hij op Plantlust bleef wonen. Het zou hierna nog enkele jaren duren voordat zijn andere hofstedes, wei- en bouwlanden en ook het woonhuis aan het Dorpsplein werden verkocht. Hofstede Plantlust bleef zodoende eigendom van Cornelis tot hij op 93-jarige leeftijd op 7 november 1891 te Koudekerke overleed.

Omdat Cornelis zelf geen kinderen had en al zijn broers en zussen inmiddels ook overleden waren, liet hij Plantlust bij legaat na aan vier kinderen van zijn broers en zussen. Dit waren Pieter Willemszoon Jobse (Biggekerke), Frans Hendrikszoon Jobse (Koudekerke), Leuntje Hendriksdochter Jobse (Aagtekerke) en Catharina Lourusdochter Jobse (Vrouwenpolder). Zij werden ieder voor een kwart eigenaar. Jacobus Jobse (1829-1905), de zoon van Cornelis' zuster Johanna Jobse, werd de vruchtgebruiker van de hofstede. Dit kwam er op neer kwam dat hij de bijbehorende gronden bewerkte en de hofstede bewoonde met zijn vrouw Willemina Geertse, met wie hij in 1859 was getrouwd.

Na het overlijden van Pieter Willemszoon Jobse in 1902 werd de uit Biggekerke afkomstige Jan Simonse, die echtgenoot was van Pieters dochter Leuntje Jobse, voor een kwart eigenaar van Plantlust. Het kwart dat eigendom was van Catharina Lourusdochter Jobse werd korte tijd eigendom van notaris mr. Jan Loeff, alvorens het in 1906 werd verkocht aan Catharina's weduwnaar Lourus Louwerse, die landbouwer te Vrouwenpolder was.

Op 20 november 1905 overleed Jacobus Jobse op 76-jarige leeftijd waarna zijn vrouw de hofstede nog korte tijd bewoonde alvorens deze op 12 oktober 1906 in het openbaar werd verkocht door notaris mr. Jan Loeff. Plantlust bestond toen uit een woonhuis, schuur, wagenhuis met erf, tuin en vijf percelen bouwterrein. De nieuwe eigenaar van het woonhuis, de schuur, het erf en één perceel bouwterrein werd Hendrik Kesteloo voor f 3151,- . De overige percelen bouwterrein kwamen in handen van de heren J. Wouterse (f 447,-), Adr. Jongepier (f 585,-), P.A. Bakker (f 597,-) en J.A. Contant (f 566,-).
 
Boerderij Plantlust te Koudekerke   Portret Tannetje Maas
5. HENDRIK KESTELOO MET DE TILBURY VAN DOKTER VAN DER HARST (N066)   6. PORTRET TANNETJE MAAS
Hendrik Kesteloo (1876 -1939 ), die op het dorp ook wel 'Eine' Kesteloo werd genoemd, was een zogenaamd 'keutelboertje'. Hij hield geiten en had een kwekerij met aardappelen, groente en klein fruit. In zijn jonge jaren (vanaf september 1891) werkte hij als koetsier in dienst van dokter Van der Harst en verzorgde hij als bode ook het melkvervoer van boerderijen naar de melkfabriek in Vlissingen. Zijn koets stalde hij in de schuur. Hij bewoonde de hofstede samen met zijn vrouw Tannetje Maas (1875-1954) en hun 9 kinderen die meehielpen.
 
Boerderij Plantlust te Koudekerke   Hier links staat een aantal van hen afgebeeld voor de hofstede: Hendrik Kesteloo, Tannetje Maas en de kinderen Mientje, Jan, Manus en Lena.

Vrijwel vanaf het begin dat Hendrik en Tannetje de hofstede betrekken is er sprake van een klein winkeltje in het werkvertrek van het woonhuis. Hier verkocht Tannetje kruidenierswaren zoals zeep, zout en soda en enkele etenswaren. Het hebben van zo'n winkeltje had het voordeel dat goederen tegen gunstige inkoopprijzen ingekocht konden worden en met een kleine winst aan derden konden worden doorverkocht.
7. DE FAMILIE KESTELOO VOOR HOFSTEDE PLANTLUST TE KOUDEKERKE (G001)    
In 1907 voegde Hendrik weer een deel van de oorspronkelijke boomgaard toe aan Plantlust, dat toen werd aangeduid met adres B141. In de jaren dertig verslechterde de economie met lagere prijzen en lonen tot gevolg. Hendrik besloot met zijn zonen Jan, Piet en Manus tot de oprichting van een vennootschap. Zoon Jan Kesteloo zette dit bedrijf voort en vanaf 1931 werd door hem een stuk grond aan de huidige Prinses Beatrixlaan gepacht van notaris Loeff. Hierop verrees later een kassencomplex dat aan het eind van de vorige eeuw is verplaatst naar Middelburgsestraat 83A om plaats te maken voor de nieuwbouwwijk Koningshof.(2)
 
Boerderij Plantlust te Koudekerke   Reclamebord Van Nelle, voor koffie en thee
8. KINDEREN VAN HENDRIK KESTELOO VOOR DE SCHUUR (G002)   9. RECLAMEBORD VAN NELLE
In 1936 werd hofstede Plantlust nog gedeeltelijk vernieuwd, vermoedelijk was er ruimtegebrek en zijn er toen twee slaapkamers op de zolder in de schuur gemaakt. Op 6 december 1939 overleed Hendrik Kesteloo waarna Tannetje Maas met haar dochter Lena in het linker gedeelte van het huis bleef wonen (huisnummer 80). Haar zoon Pieter Kesteloo bewoonde inmiddels het rechter deel van het huis dat toen huisnummer 82 had.

Tijdens de Duitse bezetting werden voedsel- en kruidenierswaren schaarser wat uiteindelijk resulteerde in de invoering van de bon. Dit bracht zo veel romslomp met zich mee dat Tannetje besloot te stoppen met de verkoop. Van haar winkeltje is verder weinig bekend, alleen een oud reclamebord van 'Van Nelle voor koffie en thee', dat decennia later in een sloot werd teruggevonden, herinnert er nog aan.

Na de bevrijdende inundatie van Walcheren stond de hofstede een jaar lang in het zoute water dat bij laag water nog zo'n anderhalve meter diep was. De hofstede raakte hierdoor onbewoonbaar en de Kesteloo's moesten noodgedwongen evacueren naar de Bevelanden. Zoon Jan, zijn vrouw Mientje en hun kinderen bleven in Koudekerke waar ze op de enige droge plek rond de kerk groenten teelden. Het dorpsleven ging zo goed en kwaad als het ging door. Om het contact met de omliggende dorpen te waarborgen werd er voor de woning van dokter Van der Harst een haventje aangelegd. Links is de aanlegsteiger te zien die doorliep tot voorbij hofstede Plantlust.
 
Boerderij Plantlust te Koudekerke   Varkensluik en de door zout uitgebeten gevel van hofstede Plantlust te Koudekerke
10. HAVENTJE KOUDEKERKE MET RECHTS HOFSTEDE PLANTLUST 1944-1945 (A004)   11. VARKENSHOK EN UITGEBETEN GEVEL
Toen het water verdreven was keerde Tannetje, haar dochter Lena en de familie van Pieter Kesteloo terug op de gehavende hofstede. De voortzetting van hun bedrijf zal lastig zijn geweest doordat het zoute water veel had verwoest. Het dak en de oostgevel van de schuur werden met overheidssubsidie hersteld. Het zout had echter ook de andere muren aangetast. De gevolgen hiervan op het metselwerk werden pas na verloop van tijd zichtbaar. Tannetje overleed tenslotte op 8 juli 1954 waarna haar zoon, tuinder Pieter Kesteloo (1908-1991), in 1955 eigenaar werd van de gehele hofstede. Zijn zus Lena bleef het linker deel van het huis bewonen tot haar overlijden. Pieter bewoonde het rechter deel met zijn vrouw Johanna van de Vijver en hun kinderen.

De boerderij is oorspronkelijk gebouwd voor het houden van vee maar uiteindelijk is deze meer gebruikt voor de land- en later vooral tuinbouw. In die tijd werden diverse functionele aanpassingen aan het gebouw gepleegd. De noordgevel van de schuur bevatte ooit drie varkensluiken waarvan er twee uit het gevelbeeld zijn verdwenen door de bouw van een inpandige garage in de schuur. De authenticiteit van zowel woning als schuur is in de loop der jaren verder verstoord door toevoeging van nieuwe deuren, vensteropeningen en moderne raamkozijnen. De deeldeuren in de lange gevel werden vervangen door roldeuren en de welput werd gedempt waarop een laag bakstenen bakkeetje met plat dak werd gebouwd (op onderstaande foto links). Iets verderop verrees een vrijstaand rookhok waar Pieter Kesteloo voor de rijke boeren hammen rookte. Ook in de woning is er in de loop van de jaren het nodige verbouwd. Van één van de bedsteden van Tannetjes woonkamer werd een klein keukentje ingebouwd welke later is verbouwd tot badkamer. In het werkvertrek is toen een nieuwe keuken aangelegd.
 
Boerderij Plantlust te Koudekerke blank Boerderij Plantlust te Koudekerke
12. BOERDERIJ PLANTLUST AAN DE MIDDELBURGSESTRAAT (R108)   13. HEKPALEN BOERDERIJ PLANTLUST (R782)
Veel grond die van oudsher bij Plantlust behoorde werd in de loop der jaren verkocht. Johanna bleef na het overlijden van Pieter op de hofstede wonen totdat ze tenslotte in 2005 zelf overleed. Door omstandigheden raakte de hofstede in verval en door de dichte begroeiing rond de hofstede werd deze ook grotendeels aan het zicht onttrokken. Zelfs de naam van de hofstede werd niet meer gebruikt.
 
Boerderij Plantlust te Koudekerke, gezien vanaf de Middelbursgestraat te Koudekerke
14. BOERDERIJ PLANTLUST AAN DE MIDDELBURGSESTRAAT TE KOUDEKERKE (2006)
Bijna 100 jaar lang werd Plantlust bewoond door leden van de familie Kesteloo. In 2006 werd de hofstede door de erven Kesteloo verkocht aan de familie Van der Hoeven. Zij stelden zichzelf tot doel om deze, met respect voor de nog aanwezige authentieke elementen, te restaureren en ook het omliggende erf weer z'n oude charme terug te geven. Door de langdurige inwerking van zout en diverse lekkages in de daken was een restauratie van het casco noodzakelijk. Deze startte in 2006 en zal nog enkele jaren in beslag nemen, (gedeeltelijk) onder begeleiding van Stichting Landschapsbeheer Zeeland en de Boerderijenstichting Zeeland. Deze stichtingen hebben voor sommige restauratiewerkzaamheden subsidies beschikbaar gesteld. De meeste werkzaamheden worden door de bewoners zelf uitgevoerd en voor specifieke klussen worden vakmensen ingeschakeld.

Het dak en de goten (met karakteristieke gootklosjes) zijn weer in oorspronkelijke staat teruggebracht en ook het zwaar door zout aangetaste metselwerk is plaatselijk hersteld. Een deel van de niet meer authentieke kozijnen en andere gevelopeningen is in oude stijl hersteld en aangepast aan de comfortwensen van deze tijd. Hierbij is de nodige aandacht besteed aan het verdekt wegwerken van ventilatievoorzieningen. Op de plaats van het buitentoilet is een nieuwe raamopening aangebracht. Aan de noordgevel is het enige resterende originele varkensluik als kattenluik in gebruik genomen door de kat des huizes.
 
Boerderij Plantlust te Koudekerke   Boerderij Plantlust te Koudekerke
15. HOFSTEDE PLANTLUST IN 2012 (G004)   16. HOFSTEDE PLANTLUST IN 2012 (G005)
De strikte scheiding tussen schuur en woonhuis is bij de verbouwing verdwenen en ook de hoofdentree is van de zuidgevel naar de straatzijde verplaatst. Een deel van de schuur is daardoor nu als woonkamer en hal in gebruik waarbij de oude houtconstructies in het zicht zijn gebleven. De van oorsprong beschilderde witjes die in beide woonkamers op de wanden zaten waren helaas door de eerdere eigenaren al verwijderd en verkocht. De oude woonkamer aan de westzijde bezit nog wel een originele bedstede is nu als studeerkamer in gebruik maar zal later nog verder gerenoveerd worden waarbij mogelijk weer tegelwerk op de wanden zal worden aangebracht. In de andere oude woonkamer is nu een nieuwe keuken in oude stijl geplaatst waarbij speels gerefereerd is naar het oorspronkelijke tegelwerk dat hier van oudsher aanwezig was. Vanuit de keuken is er een doorbraak naar de woonkamer gemaakt. De zolders van het woonhuis herbergen de slaapvertrekken en de zolders in de schuur worden in de toekomst nog verder ingedeeld.

De beplanting rondom het erf, bestaande uit een zogenoemde Zeeuwse haag (windsingel), is hersteld en tevens is er een hoogstam fruitboomgaard aangelegd met oude fruitrassen. Ook de aanwezige sloot is in functie hersteld en hierlangs zijn enkele knotwilgen geplant. De cultuurhistorisch interessante welput is in 2010 hersteld. Het schuurtje dat hier overheen gebouwd was werd gesloopt en bij het leegscheppen van de welput werden stenen, boomstronken, fietswielen, kogels uit de Tweede Wereldoorlog, een paar emmertjes, een lepeltje, een sleutel en heel veel scherven gevonden. De drie meter diepe welput staat precies op de oude kreekrug en heeft ongeveer een week nodig om helemaal vol te lopen. De putrand steekt ongeveer een meter boven het maaiveld uit. Alle stenen onder water zijn gestapeld zodat het grondwater er doorheen kan sijpelen. De stenen liggen in een flesvorm, een beetje bol, om de druk van het water te kunnen weerstaan. Op de bodem van de welput is een tonnetje ingegraven waarin het emmertje past zodat ook het laatste beetje water uit de put kan worden gehaald. Het emmertje is via een dunne essentak en een stuk touw verbonden aan een hefboom, die scharniert over een ingegraven essenboom.
 
Hekpalen bij hofstede Plantlust te Koudekerke   Gerestaureerde welput bij hofstede Plantlust te Koudekerke
17. NIEUWE HEKPALEN BIJ HOFSTEDE PLANTLUST MET INZET OUDE HEKPAAL   18. GERESTAUREERDE WELPUT
Een van de twee oude betonnen hekpalen bevindt zich nog in de heg aan de voorkant van de straat, daar staat ook nog de helft van de boerderijnaam op: 'lust'. Deze betonnen hekpaal is vermoedelijk na de inundatie als vervanging van de originele houten hekpalen neergezet. De betonnen hekpaal met de tekst 'Plant' werd kapot aangetroffen en bleek niet meer te repareren. Inmiddels zijn twee replica teruggeplaatst en is de naam Plantlust weer leesbaar op de hekpalen. Het houten toegangshek dat zich oorspronkelijk tussen deze hekpalen bevond, de waterput en de houten luiken rondom huis en schuur zullen ook nog aangepakt worden.

Meer informatie en foto's over hofstede Plantlust, de restauratie en het erf: www.hofstedeplantlust.nl
 
copyright © 2001-2017 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 19 11 2016

locatie:
Middelburgsestraat, Koudekerke


bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb. 1: Karel Noorlander
afb 2 en 3: Sjoerd de Nooijer
afb. 4: Gertjan van der Hoeven
afb. 5: Karel Noorlander
afb. 6: archief J. Roose
afb. 7 en 8: Gertjan van der Hoeven
afb. 9: Sjoerd de Nooijer
afb. 10: Riaan Rijken
afb. 11: CHS Provincie Zeeland
afb. 12 en 13: archief J. Roose
afb. 14: CHS Provincie Zeeland
afb. 15: Gertjan van der Hoeven
afb. 16: Gertjan van der Hoeven
afb. 17 en 18: Sjoerd de Nooijer

geraadpleegde bronnen:
- Gertjan van der Hoeven
- Roose, J. en Roose, W.P., Kent u ze nog... die van Koudekerke, Zaltbommel, 1981
- Cruyningen, P.J., van.,
Boerderijbouw in Zeeland, van de tiende tot de twintigste eeuw, Utrecht, 2002
- Zeeuws Archief (ZA)
- ZA, perceelsgewijze leggers
(toegang 2290, inv. nr 1473-1479)
- www.zeeuwengezocht.nl
- www.krantenbankzeeland.nl
- CHS Provicie Zeeland
-
website tuinderij Kesteloo

voetnoot 1:
Een grup is een afvoergoot voor mest.

voetnoot 2:
bron: website tuinderij Kesteloo